De Uitspraak: Mag het parket langer dan twee jaar wachten met het vervolgen van een minderjarige?

Mag het Openbaar Ministerie langer dan twee jaar wachten met het vervolgen van een minderjarige? Met commentaar van NJB-experts Ido Weijers hoogleraar jeugdbescherming in Utrecht en Nico Kwakman, universitair docent straf(proces)recht in Groningen.

De Zaak. Een 17-jarige Amsterdammer wil de 20 euro die hij uitleende aan een kennis terug. Met vrienden wacht hij zijn debiteur op, in het Vondelpark. Daarbij vallen klappen, in het gezicht. De man wordt ook geschopt. Hij geeft het geld terug maar doet ook aangifte bij de politie wegens diefstal met geweld. Daarop wordt de minderjarige ‘s nachts van zijn bed gelicht, aangehouden en ingesloten op het bureau. Vervolgens duurt het 27 maanden voordat de zaak op de zitting komt. De verdachte is tegen die tijd 20.

Wat gebeurt er op zitting? Het slachtoffer zegt dat hij het incident is vergeten en hoopt dat de vervolging wordt gestaakt. De verdachte, zonder strafblad, kwam in de ruim twee jaar sinds het incident niet opnieuw in contact met de politie. Hij vond zijn arrestatie, bejegening door de politie en insluiting op het bureau ‘met een luidruchtige, meerderjarige Poolse man’ traumatisch. Sindsdien durft hij niet meer in kleine ruimtes te verblijven. Hij is enorm geschrokken.

Zijn arrestatie viel vlak voor een schoolexamen, waarvoor hij zakte. De Raad voor de Kinderbescherming zegt dat een straf inmiddels geen pedagogische waarde meer heeft en adviseert een voorwaardelijke straf.

Hoe kijkt de kinderrechter hier tegen aan? Die vindt dit een eenvoudige zaak, waarvan de ernst en zwaarte ook niet echt duidelijk zijn. De klappen lijken door een ander te zijn gegeven, niet door deze jongen. De grote vertraging was niet aan zijn advocaat te wijten. Ook het politieonderzoek was niet heel moeilijk. Het is aannemelijk, gezien zijn gedrag sindsdien en ook ervoor, dat de verdachte geen strafbare feiten meer zal plegen. Een straf is hier onnodig. Een schuldigverklaring zonder straf zou betekenen dat de verdachte geen Verklaring Omtrent het Gedrag bij de gemeente meer kan krijgen. En dus geen stage of werkplek. Daarom verklaart de rechter het OM niet-ontvankelijk, wegens te lang wachten.

Maar dat had de Hoge Raad toch verboden? Bij herhaling heeft de hoogste rechter verklaard dat ‘overschrijding van de redelijke termijn’ door het OM niet kan leiden tot het verlies van het recht om te vervolgen. ‘Ook niet in uitzonderlijke gevallen’.

Hoe zeilt de rechter daar om heen?

Die constateert dat de verjaringsregels sinds deze uitspraak zijn verruimd, zodat de bescherming tegen inactiviteit van politie en justitie objectief minder is geworden. En die is nodig omdat het OM ‘met enige regelmaat’ zaken tegen jeugdigen ‘zeer laat’ aanbrengt. Het OM houdt zelf een maximale termijn van vier jaar aan. De rechter vindt dat het OM rekening moet houden met het pedagogische karakter van het jeugdstrafrecht. Omdat kinderen snel veranderen moet een procedure vlot, doeltreffend en op maat zijn. „Naarmate die langer op zich laat wachten, wordt het pedagogische effect minder, nihil en kan uiteindelijk zelfs averechts werken.” Internationale normen voor het vervolgen van kinderen zijn ook scherper dan voor volwassenen. Die moeten ‘zonder vertraging’ worden ingezet. Dat is strenger dan ‘binnen een redelijke termijn’.

Lees de uitspraak (ECLI:NL:RBAMS:2013:6633) hier

Reageren? Volledige naamsvermelding verplicht.