Verkeerslawaai? Vogels vliegen dan liever een eindje om

De roodborstlijster houdt niet van snelweggeluiden. Foto Dori

Op zaterdag 18 augustus 2012 lag Lucky Peak, Idaho, er rustig bij. Trekvogels, op weg naar de overwinteringsgebieden, aten zich vol aan de vogelkers op de heuvels. De dichtstbijzijnde doorgaande weg was tien kilometer verderop. Het was er stil. Maar op zondag 19 augustus, om half vijf ’s ochtends, klonk op de helling opeens het gebrom van langsrijdende auto’s. Trekvogels lieten zich die dag veel minder zien.

De verstoring van de rust was het werk van biologen uit de nabijgelegen stad Boise. Ze hadden, als eersten ter wereld, een spookweg aangelegd, schreven ze vorige week in Proceedings of the Royal Society B (online). Hun experiment ging over de vraag hoe erg verkeersherrie is voor vogels. Alleen het geluid van snelwegen, dus los van uitlaatgassen, lantaarnpalen, de doorsnijding van leefgebieden, de kans om overreden te worden.

De spookweg moest die vraag beantwoorden. De biologen hingen, op vier meter hoogte, luidsprekers in douglassparren, steeds met 30 meter ertussen. Een halve kilometer hooggelegen bosrand werd een weg – die naar believen kon worden aan- en uitgeschakeld.

Het resultaat was duidelijk. Op ‘wegdagen’ kwamen er 28 procent minder trekvogels op de vogelkers af dan op stille dagen.

Onderzoek met échte wegen komt overigens vooral uit Nederland. Vogels mijden hier gebieden met veel verkeerslawaai. Koolmezen brengen daar ook minder jongen voort, hadden biologen van de Universiteit Leiden al laten zien.