Israël herziet bouwplannen - Abbas waarschuwt voor einde vredesproces

De Isaëlische premier Benjamin Netanyahu heeft de minister voor huisvesting gevraagd het plan om duizenden nieuwe woningen te bouwen op de bezette Westelijke Jordaanoever, te herzien. Dat meldt persbureau AP. De Palestijnse president Mahmoud Abbas had gewaarschuwd dat als Israël de nederzettingen bouwt, het vredesproces over is.

De Palestijnse president Mahmoud Abbas. Foto AP / Amr Nabil

De Isaëlische premier Benjamin Netanyahu heeft de minister voor Huisvesting gevraagd het plan om duizenden nieuwe woningen te bouwen op de bezette Westelijke Jordaanoever, te herzien. Dat meldt persbureau AP. De Palestijnse president Mahmoud Abbas had gewaarschuwd dat als Israël de nederzettingen bouwt, het vredesproces over is.

Palestina zei ook te overwegen of het een beroep zal doen op de VN-Veiligheidsraad en toegang zal vragen tot internationale organisaties, als Israël de plannen niet terugdraait.

Update 22.55 uur: In een verklaring laat Netanyahu weten dat het plan niet bijdraagt aan Joodse nederzettingen en de zaak alleen maar zou schaden. De bekendmaking heeft volgens hem gezorgd voor een “onnodig conflict” met de internationale gemeenschap, juist op een moment dat Israël probeert om gezamenlijk druk uit te oefenen op Iran om het nucleaire programma te stoppen. Daarom gaan de plannen in deze vorm niet door.

Volgens de Israëlische krant Haaretz gaat het om twintigduizend woningen op de Westelijke Jordaanoever. De bouw van de nederzettingen kan nog jaren duren.

De bekendmaking bemoeilijkt de bemiddeling van de Verenigde Staten bij het vredesproces. Minister van Buitenlandse Zaken John Kerry zei vorige week nog dat de bouw van nederzettingen door Israël twijfels oproept over zijn inzet voor vrede.

Volgens Haaretz is er met verbazing gereageerd. De VS waren niet op de hoogte van de plannen. Een woordvoerder van de Nationale Veiligheidsraad zegt “ernstig bezorgd” te zijn over de aankondiging. “We hebben de nederzettingen altijd beschouwd als onwettig.”