Wie Zuid-Afrika verlaat is laf

De thrillers van Deon Meyer zijn wereldwijd een succes De schrijver refereert expliciet aan Zuid-Afrikaanse kwesties Onlangs verscheen zijn laatst vertaalde boek Spoor

Vlakbij dit Zuid-Afrikaanse dorp wordt naar schaliegas geboord. Deon Meyer schrijft erover. foto reuters

Redacteur Boeken

Het leek me een goeie vraag om het ijs een beetje te breken: hoe het is om misdaadromans te schrijven in een land waar de misdaad zo welig tiert als Zuid-Afrika, inspiratie genoeg immers.

Het humeur van de Zuid-Afrikaanse thrillerschrijver Deon Meyer is meteen verpest. Lettergreep voor lettergreep benadrukt hij: „Dat Zuid-Afrika over zulke hoge misdaadcijfers beschikt, is geen kwestie van feit maar van perceptie. De media hebben dat beeld tien jaar geleden opgeroepen, maar dat de misdaad nu lager is dan de afgelopen 10 jaar, dat schrijft helemaal niemand op. Zuid-Afrika heeft vrij normale misdaadcijfers voor een land onder deze sociaal-politieke omstandigheden. De misdaadcijfers zijn niet hoog in Zuid-Afrika.

„Bovendien zijn we bezig onze problemen op te lossen. Economische ongelijkheid is het grootste probleem, maar het afgelopen jaar is de zwarte middenklasse voor het eerst groter geworden dan de blanke middenklasse, en dat is fantastisch nieuws voor Zuid-Afrika. Want de middenklasse is het hart van elke democratie. Wie in de middenklasse terechtkomt, hoeft zich niet meer bezig te houden met overleven, en dan kun je je gaan bekommeren om de toekomst.”

Niet alleen is er dus veel minder misdaad dan ik dacht, een verband met literatuur blijkt er al helemaal niet te zijn: „In misdaadliteratuur gaat het om heel andere misdaad dan in de werkelijkheid. 85 procent van alle misdaad vindt plaats in de allerarmste wijken, de slums, en heeft te maken met drank of drugsgebruik. Laat mij maar eens zien hoe je uit dat soort statistieken een interessant misdaadverhaal kan halen. De Zweden verzinnen hun moordverhalen, de Zuid-Afrikanen doen dat, de Amerikanen ook: ze hebben allemaal niks met de werkelijkheid te maken.”

Er zijn weinig auteurs die in het Afrikaans schrijven en toch wereldwijd de status van een bestsellerauteur hebben. Meyers vorige thriller 13 uur werd vorig jaar door Vrij Nederland uitgeroepen tot ‘dé thriller van het jaar’ en vorige week belandde de vertaling van zijn detective Spoor direct in de bestsellerslijst.

Meyer is voor een lang weekend in Nederland en Vlaanderen om zijn boeken te promoten. Net als in zijn detective Onzichtbaar draait het ook nu om stropers. Twee zwarte neushoorns uit Zimbabwe moeten de grens over. De gedachte is dat zo de zeldzame zwarte neushoorn gered wordt, maar in feite zijn de twee een ‘dekmantel’ voor een diamantenroof. De tocht loop uit op een hel.

Parallel aan dit verhaal loopt dat van een vrouw die bij de presidentiële inlichtingendienst (PIA) gaat werken, en zelf in problemen komt door de afluisterpraktijken. Het dagboek van deze vrouw en de rapportages over de afluisterpraktijken geven Meyer ruim baan om de actualiteit in Zuid-Afrika op te nemen. Anders dan in zijn wereldwijd bejubelde 13 uur waarin de politieagent Bennie Griessel de hoofdrol speelt, is er nu een belangrijke rol weggelegd voor armed response beveiliger Lemmer.

Wanneer kiest u voor politieagent Bennie Griessel en wanneer voor Lemmer?

„Dat gaat vanzelf. Het gaat mij eigenlijk alleen om het verhaal, de personages zijn slechts voertuig. Het is nooit mijn bedoeling geweest een serie te maken rondom een personage. Want dan maak je de persoon het belangrijkst, en dat zijn niet de thrillers die ik wil maken.”

Zit daarin een verschil tussen een Zuid-Afrikaanse detective en pakweg een Zweedse?

[zuchtend]„Ik vind de vergelijking met Zweden altijd fascinerend. Je moet beseffen dat wij bezig zijn met een soort culturele wederopbouw. We zijn bezig te ‘normaliseren’, en we zijn onze verhouding tot Europa, Amerika en Engeland opnieuw aan het bepalen. De rijkdom aan genres is enorm, en overal heb je goeie en slechte auteurs. Dat is de normale situatie. In Zweden is veel ‘gewone’ literatuur, maar misdaadliteratuur is er altijd heel sterk geweest. Je moet de thrillers uit die twee landen niet met elkaar vergelijken.”

Toch nog één poging: thrillers uit Zuid-Afrika lijken politieker dan de Zweedse.

„Natuurlijk speelt de politiek van Zuid-Afrika een grote rol in mijn werk, meer dan bij Zweedse auteurs het geval is, ze is bedoeld als achtergrond. Misdaad is er politiek, huisvesting en elektriciteit ook: alles in Zuid-Afrika is politiek en daar leven mijn personages nu eenmaal. Ik wil verder niks over het land zeggen, ik wil alleen maar een verhaal vertellen, en daarbij probeer ik wel recht te doen aan de omgeving van mijn personages. Stel dat literatuur en werkelijkheid iets met elkaar te maken hadden gehad, dan was Zweden het gevaarlijkste land ter wereld geweest.”

Hoe zagen de thrillers er ten tijde van de apartheid uit?

„Tijdens de apartheid werden geen thrillers geschreven. Je had wel protestliteratuur of vlakke nietszeggende romantische literatuur. Het eind van de apartheid betekende een enorme bloei voor elke kunstvorm: kunst gedijt namelijk goed in democratie.”

Waarom waren er geen thrillers in die tijd?

„Dat was onmogelijk. De basisplot van een thriller is er immers eentje tussen goed en kwaad, waarbij de politie voor het goede staat. Maar als een politieman een slecht regime vertegenwoordigt, dan werkt het niet om die het kwaad te laten bestrijden. Bovendien zou het soort boeken dat ik wilde schrijven onder apartheid verboden zijn geweest, zeker in het Afrikaans. En daar wilde ik geen energie aan besteden. Er werd wel gelezen in Zuid-Afrika, ook thrillers – maar dan vooral Amerikanen en Europeanen.”

In uw roman spelen een mogelijke dreiging van Al-Qaeda én de afluisterpraktijken via mobiele telefoons een rol. Hoe dicht staat u precies bij de realiteit?

„Slechts gedeeltelijk. Er is geen dreiging van Al-Qaeda vóór Zuid-Afrika. Sommige moslimextremisten zien Zuid-Afrika als een toevluchtsoord, want er zijn enorme moslimgemeenschappen waar je veilig bent voor de terroristenjagers uit het westen. Maar de dreiging van Al-Qaeda voor Europa en Amerika vanuit Zuid-Afrika wordt misschien wel groter. Het feit dat we geïsoleerd liggen, ook geografisch, maakt het een geschikte plek om als uitvalbasis te functioneren. Maar we zijn geen doelwit, dus Zuid-Afrikanen zijn niet bang. Hebben daar ook geen reden voor.”

Was uw boek anders geweest als u eerder had geweten van NSA?

„Kijk, over dat soort zaken wil ik schrijven. Het zou zeker van invloed zijn geweest op dit boek. Volgend jaar komt een nieuwe thriller van me uit, Cobra, waarin ik refereer aan de NSA. Ik wil er niet te veel over zeggen want het moet nog verschijnen, maar er wordt een beroemde wiskundige in ontvoerd die algoritmen heeft ontwikkeld waarmee je terroristische banktransacties kunt achterhalen.”

Spoor en Onzichtbaar gaan ook over de bedreiging van het milieu. Is dat een onderwerp waarmee u de lezer wil confronteren?

„Ja, ik maak me erg veel zorgen over het milieu – nu ze het ook in Afrika over schaliegas hebben, ben ik ervan overtuigd dat we onze planeet aan het verwoesten zijn. It breaks my heart. Het probleem is: het is te laat. Het is afgelopen met de natuurlijke rijkdom van Afrika. En de reden daarvoor is: vooruitgang. We hebben onze wereld daaraan opgeofferd. Ik weet dat er niks aan te doen is, maar ik vind het verschrikkelijk.”

En denkt u dat u mensen bewuster kan maken door Spoor?

„Ik heb een verantwoordelijkheid om te proberen een land te creëren waarin mijn kinderen het beter zullen hebben. Als we overal voor weglopen, lossen we niks op. Het is mijn verantwoordelijkheid om te blijven en een verschil te maken. Weglopen is laf.”

En die verantwoordelijkheid neemt u als schrijver?

„Nee, dat is iets anders, dat is mijn baan. Mijn verantwoordelijkheid is ‘een verschil maken in de wereld’, een goede ouder te zijn, een verantwoordelijk burger van dit land.”