Vrees voor macht bedrijven

Deel van de Amerikaans-Europese gesprekken over vrijhandel is een arbitragemechanisme waarmee bedrijven hun gelijk kunnen halen. In Brussel groeit de kritiek.

Stel je voor dat niet politici of rechters zouden beslissen over miljoenen aan belastinggeld, maar drie advocaten. Achter gesloten deuren en zonder noemenswaardige publieke controle.

Zonder dat er een magistraat aan te pas kwam werd Ecuador vorig jaar wegens contractbreuk veroordeeld tot het betalen van 1,7 miljard dollar (1,3 miljard euro) aan een Amerikaans olieconcern. Dit gebeurt tientallen keren per jaar en is mogelijk door investeringsverdragen tussen landen, waarin staat dat bedrijven zich bij conflicten buiten de reguliere rechtsgang om kunnen beroepen op arbitrage.

Zo’n vorm van supranationale arbitrage wil de Europese Unie zich nu binden – in een vrijhandelsverdrag met de Verenigde Staten. De onderhandelingen over dit verdrag worden vandaag hervat, na een eerste ronde in juni. Honderden kwesties die de handel belemmeren komen ter tafel. Maar het is vooral de arbitrage die nu in Brussel tot onrust leidt.

„We gooien onze soevereiniteit te grabbel”, zegt Monique Goyens, directeur van Europese consumentenorganisatie BEUC. „Het is onacceptabel dat bedrijven achter gesloten deuren dit soort macht kunnen uitoefenen”, verklaart de Britse Labour-Europarlementariër David Martin. „We moeten ons afvragen of we dit wel nodig hebben”, zegt zijn liberale collega Marietje Schaake (D66).

Een hoge EU-functionaris dichtbij de onderhandelingen beaamt dat arbitrage deze week op de agenda staat, maar verzekert dat er „nog niets is besloten”. De Europese Commissie maakt zich zorgen over het rumoer: het debacle van ACTA, een internationaal verdrag over bestrijding van online piraterij, ligt vers in het geheugen. Dat werd vorig jaar afgewezen door het Europees Parlement nadat over privacyrechten bezorgde burgers protest aantekenden.

Investor-state dispute settlement (ISDS), zoals arbitrage op grond van een investeringsverdrag wordt genoemd, is niet van gisteren: het werd ooit ontwikkeld voor investeringen in riskante landen, als verzekering tegen revoluties en onteigeningen.

Nederland is een spil in dit systeem, omdat het veel (98) bilaterale investeringsverdragen heeft. Elk bedrijf ter wereld kan zich daar op beroepen door in Nederland een brievenbusfirma op te richten. Tussen 1993 en 2012 zijn ruim 500 arbitragezaken tussen bedrijven en landen gevoerd, de meeste in de laatste tien jaar. Alleen vorig jaar kwamen er 60 nieuwe zaken bij. In zo’n tien procent van de gevallen wordt een Nederlands investeringsverdrag gebruikt. Alleen de VS scoren hoger, met 24 procent.

De kritiek groeit, want de boetes worden almaar hoger. Volgens politicologe Cecilia Olivet, die het mechanisme onderzocht, is arbitrage een manier geworden om staten die wetgeving willen aanscherpen onder druk te zetten om hiervan af te zien of met compensatie over de boeg te komen. Eigendommen beschermen tegen onteigeningen is minder belangrijk geworden. „Het gaat nu om de bescherming van mogelijke toekomstige winsten”, zegt Olivet, werkzaam voor het Transnational Insitute, een linkse denktank.

Toen Duitsland vorig jaar na de Fukushima-ramp besloot om te stoppen met kernenergie werd het met een beroep op een bilateraal investeringsverdrag voor 700 miljoen euro gedaagd door het Zweedse Vattenfall. Australië moet zich voor een arbitragetribunaal verantwoorden voor zijn strengere tabakswetgeving. Winnen kost vaak toch nog miljoenen, omdat de juridische kosten in dit soort zaken doorgaans worden gesplitst.

„Dit mechanisme is intimiderend en kan consumentenbescherming smoren’’, zegt Goyens van BEUC. Regels op het gebied van milieu en volksgezondheid, zegt zij, zijn vaak een kwestie van voortschrijdend inzicht, van nieuw wetenschappelijk bewijs. Moeten bedrijven hiervoor steeds gecompenseerd worden? BEUC eiste vorige maand dat de arbitrage uit de onderhandelingen tussen EU en VS wordt geschrapt.

In de rest van de wereld keren steeds meer landen zich tegen dit mechanisme: vorige maand annuleerde Zuid-Afrika drie investeringsverdragen waar het in zat, met Nederland, Duitsland en Zwitserland. Australië wil bepaalde verdragen herroepen.

Waarom praat Europa hier dan over? „Zonder de garanties die dit mechanisme biedt, haal je geen investeerders binnen”, zegt een woordvoerder van de Europese Commissie. „Dit mechanisme heeft bewezen effectief te zijn. Je haalt ook geen stoplichten weg omdat er minder ongelukken gebeuren.”

In een recente notitie erkent de commissie wel dat misbruik op de loer ligt: advocaten werken vaak voor zowel staten als bedrijven, het is een specialistisch wereldje waarin iedereen elkaar kent. Daarom pleit Brussel voor een ‘vergaande gedragscode’. Advocaten moeten ‘pro-actief’ aangeven of belangenverstrengeling dreigt. Zittingen moeten openbaar worden. Olivet betwijfelt of dit afdoende is. „Een gedragscode heeft alleen zin als die ook bindend is, met boetes en sancties. Bovendien moet nog blijken of de VS met dit alles instemmen.”

Europarlementariër Marietje Schaake is niet tegen arbitrage. Maar ze twijfelt wel aan het nut in dit geval: de VS en de EU zijn geen bananenrepublieken, ze beschikken over de beste rechtssystemen ter wereld en zijn nu al, zonder arbitrage, elkaars belangrijkste handelspartners.

Werkgeversorganisatie VNO-NCW zegt desgevraagd dat Brussel weinig keus heeft. Later deze maand beginnen ook onderhandelingen over een handelsakkoord met China –waar investeringen minder veilig zijn. Het mechanisme bij het ene verdrag weglaten en bij het andere niet zou door de Chinezen beledigend kunnen worden opgevat.