Nederland doet het goed met zorg voor dementen

Europees onderzoek onder 2.000 patiënten en hun familie

De Nederlandse zorg voor demente ouderen is bovengemiddeld goed vergeleken bij andere Europese landen. Dat blijkt uit onderzoek onder 2.000 dementerenden in acht Europese landen onder leiding van de Universiteit Maastricht. De resultaten verschijnen binnenkort in het Journal of the American Directors Association (JAMDA).

Het onderzoek, gefinancierd door de Europese Unie, had plaats in Nederland, Duitsland, Engeland, Estland, Finland, Frankrijk, Spanje en Zweden. Deelnemers woonden of nog net thuis, of waren onlangs opgenomen in een verpleeghuis. De kwaliteit van de zorg werd afgemeten aan de toepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen, gewichtsverlies, pijn, doorligwonden, valincidenten, medicijngebruik, depressieve symptomen en overlijden binnen drie maanden na verhuizing naar een verpleeghuis.

Uit het onderzoek blijkt dat er grote verschillen bestaan tussen landen, en dat elk land sterke en zwakke punten heeft. Frankrijk, Duitsland en Zweden rapporteren bijvoorbeeld veel valpartijen in verpleeghuizen; Finland een zeer laag percentage gewichtsverlies in verpleeghuizen.

Nederland scoort over de hele linie goed en op sommige punten het best, zegt Jan Hamers, hoogleraar ouderenzorg aan de Universiteit Maastricht en onderzoeksleider. Zo komen vrijheidsbeperkende maatregelen voor thuiswonende demente ouderen, zoals afzonderen en het gebruik van bedhekken, hier vrijwel niet voor, en vastbinden helemaal niet. Duitsland en Spanje passen dit thuis het vaakst toe.

Ook scoort Nederland het laagst op het gebruik van psychofarmaca (medicijnen als antipsychotica en antidepressiva) door thuiswonende dementerenden. Als het gaat om de toepassing van deze middelen in verpleeghuizen, scoren Estland (60 procent) en Duitsland (64 procent) wat beter dan Nederland (68 procent); Frankrijk (90 procent) en Spanje (80 procent) doen dit het vaakst. Op de meeste andere punten scoort Nederland volgens Hamers gemiddeld.

De onderzoekers maten ook de kwaliteit van leven van dementerenden, door hun vragen te stellen als ‘voelt u zich vrolijk’ en ‘kunt u meedoen aan activiteiten’. Opvallende uitkomst: dementerenden die nog thuis wonen, rapporteren een even hoge kwaliteit van leven als mensen die onlangs zijn opgenomen in een verpleeghuis. „We gaan er vaak vanuit dat thuis wonen voor dementerenden beter is dan in een verpleeghuis”, zegt onderzoeker Hilde Verbeek. „Dit onderzoek toont aan dat het op zijn minst vergelijkbaar is. Op een gegeven moment komen er thuis zoveel verschillende verzorgers, of zijn mensen zo veel alleen, dat dat allerlei extra problemen geeft.” In alle landen beoordelen de dementerenden hun kwaliteit van leven als goed; in Nederland, Duitsland, Engeland en Zweden het best.