‘Mister Israël’ zet punt achter lange, vruchtbare carrière

37 jaar was hij pleitbezorger van de Joodse zaak. Vandaag neemt hij afscheid.

Een afscheidspartij in de Haagse Koninklijke Schouwburg met toespraken van de premier en een ex-premier. Ronnie Naftaniël, 37 jaar actief bij het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI), waarvan 33 jaar als directeur en daarmee het gezicht van de Israëlische zaak in Nederland, vertrekt vandaag niet onopgemerkt.

„Een soort beroepsjood”, noemde columnist Max Pam hem in 2006 in een portret in de Volkskrant. „De niet-gekozen burgemeester van joods Nederland”, luidde in hetzelfde artikel de kwalificatie van Harry de Winter, tv-producent en voorzitter van de stichting Een Ander Joods Geluid.

Ronnie Naftaniël, sinds vorige maand officieel gepensioneerd is ‘mister Israël’ en daarnaast pleitbezorger van de joodse zaak in Nederland. En dat dus bijna veertig jaar lang, met talloze opiniestukken in kranten en nog veel meer optredens voor radio en televisie.

Hij noemt zichzelf een „typisch kind van de jaren zestig”. Groeide op in Amsterdam als zoon van een joods-Duitse vader die in 1938 na de Kristallnacht naar Nederland vluchtte. Het was, zoals hij zelf zegt, „niet een echt religieus, zionistisch gezin”. Daarentegen was Nafaniël wel al op jonge leeftijd „erg politiek bewust” en voelde hij zich aangetrokken tot de provobeweging. Vanaf zijn 22ste is hij lid van de PvdA.

De Zesdaagse Oorlog in 1967, waarop het huidige Midden-Oostenconflict nog steeds gedeeltelijk is terug te voeren, maakte nog niet iets bijzonders in hem los. Dat gebeurde pas in 1973, na de Jom Kippoer-oorlog die begon met een verrassingsaanval van de Arabische buurlanden op Israël. Nafaniël was toen één van de initiatiefnemers van de Werkgroep Israël, die pleitte voor erkenning van Israël door de buurlanden en de oprichting van een Palestijnse staat. Een onderwerp dat nu nog altijd het voornaamste thema is bij de vredesbesprekingen over het conflict in het Midden-Oosten. Er bestond bij Nederlandse onderwijsinstellingen onvoldoende begrip voor de positie van Israël, vond de werkgroep die in totaal acht jaar heeft bestaan.

In 1976 ging Naftaniël bij het twee jaar daarvoor opgerichte CIDI werken om er in 1980 directeur te worden. Daarmee was hij ook dé woordvoerder van het door de Nederlands-joodse gemeenschap opgerichte centrum en kon Naftaniël zich scharen in de groep ‘Bekende Commentatoren’. In het begin ging het vooral nog om het conflict tussen Israël en de Arabische wereld. Maar al snel verbreedde het werkterrein van het CIDI – en dus van Naftaniël – zich. Het CIDI toont zich ook zeer actief in het bestrijden van vormen van antisemitisme en racisme.

Als grootste persoonlijke succes ziet hij het oplossen van de kwestie rond de joodse tegoeden in Nederland, waar hij als onderhandelaar met de regering en het bedrijfsleven namens de joodse gemeenschap optrad. In 2000 bereikte hij hierover een akkoord met de Nederlandse staat, die zich verplichtte tot een compensatie van 400 miljoen gulden (181 miljoen euro).

Het CIDI moet het vanaf vandaag helemaal zonder Nataniël doen. In maart van dit jaar nam Esther Voet het directeurschap al van hem over. Vanaf dat moment was hij adviseur. Dat is nu ook voorbij. Zal het CIDI zelf ook ooit voorbij zijn? Naftaniël: „Op het moment dat de Amerikanen in het Midden-Oosten een houdbare vredesregeling hebben bereikt en het antisemitisme volledig is gestopt, zal er geen rol meer voor het CIDI zijn. Maar dat ga ik niet meer meemaken.”