Minister, help ook de buren van Syrië

Dwing toegang voor hulp in Syrië zo snel mogelijk af om de alarmerende situatie van de ontheemden eindelijk te kunnen verlichten, schrijft Farah Karimi.

Illustratie emad hajjaj

De chemische wapens in Syrië zijn volgens de organisatie voor het verbod op chemische wapens sinds kort onder controle. Dat is goed nieuws, maar dit succes maakt de crisis niet minder giftig. Dezer dagen kwam ik terug van een reis naar Jordanië en Libanon, om inzicht te krijgen in de situatie van de vluchtelingen en de hulpverlening, door onder meer mijn eigen Oxfam. Mijn ongerustheid is door die reis gegroeid.

Het Syrië-conflict dreigt de regio tot ver buiten de eigen grenzen te destabiliseren en die effecten zullen nog lang doorgaan. De uitzichtloosheid voor de miljoenen vluchtelingen is beklemmend. Zoals Bashir, die ik in een kazerne in Libanon trof, het onder woorden bracht: „Ik woon hier een jaar, maar het lijken er wel vijf.” Zijn grootste probleem: er is geen geld, er is geen eten. Dit geldt voor de meeste vluchtelingen: geen onderdak, geen werk, geen geld. Nog groter zullen de problemen over een maand zijn als de winter zich aandient. Hulporganisaties zullen alles op alles moeten zetten om de duizenden vluchtelingen die nog in tenten leven te beschermen tegen de kou.

Ondertussen broeit de spanning in Jordanië en Libanon. De enorme druk op de voorzieningen, zoals onderwijs en zorg en op de hele economie, doen de samenleving kraken in haar voegen. Libanon kent een vrij kleine economie, die door de komst van een vierde van de eigen bevolking aan vluchtelingen volledig overbelast raakt. Verdringing op de arbeidsmarkt zet de verhoudingen tussen burgers en vluchtelingen op scherp. Vooral de al decennialang in Libanon aanwezige – kwetsbare – Palestijnse vluchtelingen worden uit hun banen verdrongen. In de race naar goedkope arbeid is zelfs kinderarbeid in opkomst. De prijzen van huisvesting en levensmiddelen rijzen de pan uit. Ook organiseren gewapende facties zich en groeit het aantal geweldsincidenten.

De effecten van de crisis reiken echter veel verder. In Egypte zijn naar schatting al twee- tot driehonderdduizend Syrische vluchtelingen, van wie de helft niet geregistreerd is. Uit een verkenning door Oxfam Novib in Egypte bleek dat ook daar de interne spanningen groeien en de bereidheid om vluchtelingen op te nemen snel afneemt. Terwijl Europese landen zeer terughoudend blijven in het opnemen van Syrische vluchtelingen, dient de crisis zich op dramatische wijze aan bij de kust van Italië. Sinds de ramp op Lampedusa weten we dat ook steeds meer Syriërs zich met de moed der wanhoop overleveren aan mensenhandelaars en in wankele bootjes de overtocht wagen. Niemand weet hoeveel van hen de overkant niet hebben gehaald.

Afzijdigheid van de internationale gemeenschap is geen optie meer. De politieke loopgraven moeten verlaten worden om een uitweg te vinden. Maar ook in de hulpverlening moeten we de bakens verzetten. De hulp zal veel meer gericht moeten worden op de vele duizenden vluchtelingen die niet in kampen maar in dorpen en steden gehuisvest zijn. In Jordanië gaat dat om meer dan 75 procent van de vluchtelingen. Niet alleen de vluchtelingen, maar ook de ontvangende bevolking heeft ondersteuning nodig. Er is dringend behoefte aan geld voor voedsel en voor de snel stijgende huren. Vooral is er behoefte aan werk om weer een eigen inkomen te kunnen verdienen.

Om Jordanië en Libanon daarbij te ondersteunen doet minister Ploumen (Ontwikkelingssamenwerking) er goed aan deze landen voor vijf jaar toe te voegen op haar lijst voor bilaterale ontwikkelingssamenwerking. Zo’n relatie geeft een duidelijk signaal: land en bevolking staan niet alleen in deze zware tijd. De beperking in tijd geeft aan dat de ondersteuning specifiek voor deze crisis is. Ook geeft het Nederland de mogelijkheid invloed uit te oefenen op de regeringen van beide landen om meer te doen aan de mogelijkheden voor vluchtelingen om zelf inkomsten te verwerven. Daarnaast moet de internationale gemeenschap de diplomatieke inspanningen voor een vredesakkoord maximaal opvoeren. Voor weifelachtigheid en halve maatregelen is geen tijd meer.

Na maandenlang uitstellen door de wereldleiders lijkt er eindelijk een reële kans op vredesbesprekingen over Syrië in november. Het is te hopen dat Obama, Poetin en zeker ook de Arabische leiders en anderen de moed hebben hun meningsverschillen opzij te schuiven. Allereerst moet toegang voor hulp in Syrië zo snel mogelijk worden afgedwongen, om de alarmerende situatie van ontheemden te kunnen verlichten. Gezamenlijk en ferm optreden van de internationale gemeenschap in de kwestie van chemische wapens laat zien dat dergelijke druk werkt. De Syrische bevolking is al te lang gegijzeld door de strijdende partijen. Vooral de kinderen van Syrië zijn de dupe van het gebrek aan hulp.