Levend aas

Ik loop over de kade en zie een hengelaar een levend visje aan de haak rijgen. „Je mag niet met levend aas vissen, dat is verboden”, roep ik. „Schei toch uit man, dit gaat het beste – en als er eens een controleur in de buurt komt, dan trap ik het gewoon op tijd dood”,

Ik loop over de kade en zie een hengelaar een levend visje aan de haak rijgen. „Je mag niet met levend aas vissen, dat is verboden”, roep ik. „Schei toch uit man, dit gaat het beste – en als er eens een controleur in de buurt komt, dan trap ik het gewoon op tijd dood”, is zijn antwoord.

Zo kan men, als oud-parlementariër, ruw worden geconfronteerd met de negatieve uitvoering van een langgeleden, maar nog hoopvol gekoesterd, eigen initiatief: het in 1996 aangenomen amendement ‘inzake een verbod op het vissen met gewervelde dieren als lok- of vangmiddel’. Mismoedig loop ik verder; de vissende mensheid valt kennelijk toch niet te verbeteren. J. Jan Willem van Waning (oud-Kamerlid, D66)