In muziek ex-punker Zuidam gaan verpletterende schoonheid en ongehoorde klankverbeelding zeer gelukkig samen

Kemanchespeler Kayhan Kalhor met het Ragazze Kwartet. Foto Maarten mooijman

Een klaroenstoot, het Nederlands Kamerkoor dat een laag gemompel aanheft op de woorden „Requiem aeternam”, als een zwerm bijen of een ongeduldige menigte. Zo begint het Bosch Requiem van Rob Zuidam, dat vrijdagavond in de Sint-Janskathedraal zijn wereldpremière beleefde. Het was een onbetwist hoogtepunt van festival voor eigentijdse muziek November Music dat afgelopen week plaatsvond in Den Bosch.

In het Kyrie deden de bezwerende frasen van countertenor Pascal Bertin denken aan de contemplatieve klankwereld van Zuidams Troparion. Na de introductie van de andere solisten (bariton Thomas Oliemans, alt Helena Rasker en sopraan Katrien Baerts) viel het koor in met een fonkelende refrein. Zuidams feilloze vocale intuïtie, die steevast naar een onweerstaanbare lyriek voert, was een van de redenen dat de solisten elk konden schitteren.

Zuidams Requiem is geen exclusief bezonken en treurige aangelegenheid. Het Dies irae was een zinderende rocksolo van elektrisch violiste Monica Germino. Het Sanctus verbond gregoriaans met een jazzy nachtcafé en In Paradisum werd met een koperloopje en een snaredrumroffel effectief uitgebouwd tot heuse reggae. Het kan allemaal in de muziek van ex-punker Zuidam, waarin verpletterende schoonheid en ongehoorde klankverbeelding een zeer gelukkig huwelijk aangaan. De uitvoering door het NNK en Asko|Schönberg onder Reinbert de Leeuw was uitmuntend.

Diversiteit is een van de leukste aspecten van November Music. Zo bestuurde pianist Ralph van Raat niet ver van de Sint-Jan met zijn klavier een vliegtuig in het bizarre muziektheater The piano and the flightsimulator. Muzikaal niet vernieuwend, maar een tour de force voor Van Raat en een bijzondere theaterervaring.

Het Nederlands Kamerkoor trad nogmaals aan samen met gitarist Bram Stadhouders, die een serie stukken voor gitaar, drums, elektronica en acht vocalisten maakte. Henosis (‘eenheid’) heeft een interessante bezetting en een aantal sterke ideeën, maar de uitwerking – uitzonderingen, zoals Escaping Now, daargelaten – liet te wensen over. Gedrenkt in elektronica was de klankdefinitie op zijn best vaag, en die etherische geluidsmuur werd op den duur eentonig. Veel inspanning, weinig beklijvende muziek.

Osvaldo Golijov schreef met de liedcyclus Ayre (2004), oorspronkelijk voor sopraan Dawn Upshaw, een eigentijdse pendant van Berio’s Folk Songs. Sefardische, Spaanse en Arabische melodieën brengt Golijov samen in een ongewoon ensemble, met onder meer gitaar, accordeon en elektronica. Begeleid door Asko|Schönberg vertolkte Nora Fischer de liederen met aanstekelijk esprit, dat de onvergelijkelijke Upshaw haast deed vergeten. De breekbare uitvoering van Una madre comió asado was adembenemend mooi, met een hees randje aan Fischers engelachtige stem.

Joep Stapel