Huisgemaakt uit eigen kerk

Nieuwe scheuring dient zich aan. Het volk valt weer eens uiteen, zij het voornamelijk in Amsterdam. Het zijn culinairen en gezondpredikers aan de ene kant en honende schrijvers tegen iedereen die een woord te veel vuil maakt aan de dagelijkse schaft.

In deze krant komen ze op een mooie zaterdag bijeen – nog net niet op dezelfde bladzij – en maken ze elkaar belachelijk. NRC Handelsbladcolumniste Rosanne Hertzberger: „Ik weiger bewust te eten. Ik weiger me te verdiepen in waar de kipfilet vandaan komt. Ik weiger om langer over mijn voedsel na te denken dan strikt noodzakelijk.” Allemachtig, daar zit er eentje pardoes in het hedendaagse verzet. Dat krijg je er van. Waarvan? Van het hardnekkig religieseren (mag u hebben, nieuw werkwoord) van wat de pot schaft. Zojuist risotto. Smakelijke paprijst. Florine Boucher schreef er een groots en meeslepend standaardwerk over (Tutto Risotto, uitgegeven door Philippe Boucher). Maar het voorwoord! We zitten weer eens in de kerk. Louise Fresco, de anders zo nuchtere hoogleraar in wereldvoedselvraagstukken: „Risotto is geen gerecht, geen serie gerechten, maar een levenswijze, een cultuur.” Zo krijgt olifant Hertzberg vanzelf het grootste gelijk van de porseleinkast.

Neem jam. Nooit langer bij stilgestaan dan het eten van een boterham duurde. Vroeger had je huishoudjam voor de armen en confituur voor de kak. Overzichtelijk. Maar lui die buiten wonen zitten met fruit. Wat te doen met al die pruimen van de boom achter het huis? De peren, de appels, de bessen en druiven? Jam van maken. In uitgekookte glazen potjes doen, schattig papiertje om het deksel draperen met een elastiekje en je hebt voor de hele familie feestdagencadeautjes. Er wordt onder buitenlui enorm met potjes jam geschoven. Maar wat nu als je geen pruimenboom hebt? Geen jam maken. Dat had je gedacht. De stad laat zich het genoegen van het grote kliederen met fruit en suiker niet ontzeggen, eigen jammen gaan boven al. Engelsen zijn er helemaal maf van. Soms houdt een stuntsuper in Nederland een Engelse week. Dan zijn er marmelades te koop, zo lekker dat je er religieus van zou worden als ze niet zo goedkoop waren. Mijn huishouden slijt zo’n potje leeg in zeven maanden. Maar het is het echte werk niet. Echte marmelade moet huisgemaakt zijn. Van eigen sinaasappelschillen. Niks mee te maken dat we geen sinaasappelboom achter het huis hebben, zeggen Britse culi’s van de homemadecultuur. Ze gaan naar de supermarkt en kopen een blik ‘Moeder Gemaakte’ sinaasappelschillen, in reepjes gesneden. Bijna kant en klaar. Er hoeft alleen nog een halve liter water bij en 2 kilo suiker. Net zoals ze dat doen in de jamfabriek. Maar beter uit eigen keuken, daar geloof je nu eenmaal in.

Wouter Klootwijk schrijft wekelijks op deze plek over eten en keukenbenodigdheden.