Het verdriet van Boskoop

Het kleine, trotse Boskoop wordt opgeslokt door een fusie. „Wat heeft het voor zin om woensdag te stemmen?”

Wát Marco Steenbergen (47) gaat stemmen, weet hij nog niet. Wel weet hij dat zijn stem gaat naar een politicus uit zijn eigen dorp Boskoop, en niet uit Rijnwoude of Alphen aan den Rijn, de plaatsen waarmee het dorp per 1 januari fuseert. Dat zegt ook de voorzitter van Boomkwekerijmuseum in Boskoop, Noud Slot (68). „Ik wijk van mijn normale partijlijn af.” En de Boskoopse SGP-lijsttrekker Gert-Jan Schotanus wil er alles aan doen om de naam van de nieuwe fusiegemeente nog te veranderen. Die naam wordt namelijk vrijwel zeker: Alphen aan den Rijn.

Het leek zo’n logische stap. Boskoop, dorp van 15.000 inwoners, bekend om zijn boomteelt, zocht al een paar jaar naar een fusiepartner. De rijke, slappe veengrond maakt de gemeente naast vruchtbaar ook kwetsbaar: wegen verzakken snel. Vrachtwagens vol bomen rijden af en aan, en verergeren het probleem. De hoge kosten van het wegonderhoud bezorgden Boskoop jarenlang de zogenoemde ‘artikel-12 status’: het Rijk gaf extra geld en hield streng toezicht op het financieel beleid. Pas in 2010 raakte het dorp die status kwijt. Een fusie met het grote Alphen aan den Rijn (73.000 inwoners) en Rijnwoude (18.500) leek een garantie voor een gezonde toekomst. Zo ontstaat een gemeente van ruim 100.000 inwoners. Groot, robuust, klaar voor de decentralisaties van 2015: de jeugdzorg, de ondersteuning voor zwakkeren op de arbeidsmarkt, de dagbesteding voor ouderen.

Niet dat Boskopers – ondernemend, autonoom volk – ooit dolenthousiast waren over de fusie. Er was eerder sprake van onverschilligheid, zeggen plaatselijke politici desgevraagd. Wat moest, dat moest. Boskoop bleef toch wel Boskoop. Maar die onverschilligheid is vorig voorjaar omgeslagen in diepe onvrede.

Dat kwam door een namenwedstrijd. De gemeenteraden van de drie fusiepartners besloten dat inwoners mochten meebeslissen over de naam van de nieuwe gemeente. Er kwam een referendum, met vier opties: Rijn en Gouweland, Groenerijn, Gouwerijn en Alphen aan den Rijn. De stemming werd ‘gewogen’: een stem uit Boskoop en Rijnwoude telde extra om te voorkomen dat het grote Alphen aan den Rijn de boventoon zou voeren. Rijn en Gouweland kwam als winnaar uit de bus. Maar inwoners van Alphen hadden zich zo sterk uitgesproken voor het behoud van hun eigen gemeentenaam, dat de Alphense raad de spelregels liet varen. Alphen aan den Rijn moest het worden. Oké, zei toenmalig CDA-minister van Binnenlandse Zaken Liesbeth Spies. Want de regel is: bij onenigheid over de naam krijgt de nieuwe gemeente automatisch de naam van de grootste fusiepartner.

Sindsdien voelen Boskopers zich bekocht. Boomkweker Betty Benckhuysen (51), bezig met het sorteren van kersttakken: „Een lachertje, die namenwedstrijd. Boskopers denken nu natuurlijk: wat heeft het voor zin om woensdag te stemmen?” Annemieke Steenbergen (42), vrouw van Marco: „Ik vraag me af hoe hoog de opkomst wordt, aanstaande woensdag.”

De mislukte namenwedstrijd heeft in het nuchtere Boskoop sentimenten losgewoeld die voorheen alleen vrijkwamen tijdens het carnaval. Versterkte beleving van de dorpsidentiteit. Vijandelijke gevoelens versus de grote buur. Lokale trots.

En ja, dan blijkt er veel voor Boskoop te pleiten. In het jaar 1200 kweekten boeren hier al wilgen, elzen en fruitbomen. In 1611 stonden er al twintig boomkwekerijen. In 1900 voerde Boskoop planten uit naar de hele wereld. In 1913 opende koningin Wilhelmina de Groote Roozententoonstelling. En de gemeente Alphen aan den Rijn? Die ontstond in 1918. Uit een fusie.

Noud Slot van het Boomkwekerijmuseum legt een nationale telefoongids uit 1915 op tafel. Een dunne gids, telefoonhouders waren schaars in die tijd. „Kijk”, zegt Slot, „het deel over Boskoop beslaat anderhalve pagina. Dat van het dorp Alphen maar één”. Ook wel leuk, zegt hij: „In de nieuwe gemeente staat slechts één museum dat is opgenomen in het Nederlandse Museumregister.” Het is níét het historisch themapark Archeon in Alphen aan den Rijn. Het is het Boomkwekerijmuseum in Boskoop.

Boskoper Anne de Jong (70), koninklijk onderscheiden voor zijn vrijwillige inzet voor de lokale samenleving, noemt Alphen „arrogant”. „Ze noemen zich een stad, maar het is net zo goed een dorp.” Boskoop is eigenlijk beroemder, vindt De Jong. Hij verwijst naar een druivenconventie in Genève in 1897. „Daar ging het over een Boskoopse druif. Een koudegronddruif.”

En dan is er het rijke verenigingsleven. Boskoop heeft de grootste scoutingvereniging van Nederland, hoorde Noud Slot laatst. Carnavalsvereniging De Krooshappers kreeg de Bronzen Conifeer 2013, de plaatselijke prijs voor maatschappelijke betrokkenheid. De Krooshappers feesten niet alleen, maar gaan ook langs bij zieken en ouderen.

Het ís al lastig aan burgers uit te leggen waarom een fusie nodig is, zeggen plaatselijke politici. Inwoners bekommeren zich om het verdwijnen van het gemeentehuis en het afvalscheidingsstation, niet om het verantwoord optuigen van een gemeente in tijden van decentralisatie. Volgens SGP-lijsttrekker Schotanus is het na de namenwedstrijd nog lastiger de argumenten voor de fusie aan de man te brengen. „Mensen willen het helemaal niet horen. Het maakt geen indruk, want ze zijn het inmiddels oneens met de fusie.”

De SGP was altijd al tegen, zegt Schotanus. Hij zal, op een van de eerste zittingsdagen van de nieuwe gemeenteraad, het debat over de gemeentenaam opnieuw aanzwengelen. Om tóch af te komen van de naam Alphen. Een columnist op de website alphens.nl noemt hem daarom een „Calimero” die zijn energie beter kan steken in „miljoenenprojecten” zoals de naderende decentralisaties. Schotanus: „De naamsverandering hoeft helemaal niet veel energie te kosten. Je kunt Alphen aan den Rijn volgens mij zo veranderen in Rijn en Gouweland.”