Het gaat niet goed met NAC – maar ja, dat gaat het nooit

Hoewel er bij NAC Breda al jaren bezuinigd wordt, komt de club nog steeds structureel geld tekort De spelers schrikken er niet eens meer van Het enige wat zij kunnen doen is winnen, zoals tegen PSV

Sportredacteur

Anthony Lurling haalt de schouders op. Hij weet niet beter: de club die hij sinds acht jaar dient staat het water altijd al aan de lippen. Sportief gaat het altijd moeizaam, financieel schuifelt NAC Breda al jaren langs de afgrond. „Het ergste is: ik schrik er niet meer van. In het begin denk je nog: het zal toch niet weer? Maar dan gaan we snel weer over tot de orde van de dag.”

PSV verslaan, bijvoorbeeld. Op de zonovergoten grasmat van het Rat Verlegh Stadion bewezen Lurling en zijn maten de noodlijdende club een goede dienst door de zwalkende provinciegenoot PSV te verslaan (2-1). „Laten we hopen dat dit de club een boost geeft”, zei verdediger Kees Kwakman, die voor het eerst in zijn loopbaan twee keer scoorde in één wedstrijd, en daarmee matchwinner werd.

Voor Breda en omgeving kwam het resultaat als een geschenk uit de hemel. Vorige week bleek uit de jaarcijfers over het vorige seizoen dat NAC, ondanks jaren van saneren, nog altijd structureel tekortkomt, zeven ton. De club heeft een negatief eigen vermogen van ruim 12 miljoen euro. Dat zal er vermoedelijk toe leiden dat de club zal terugvallen naar de gevreesde categorie 1 van de KNVB, die de financiële situatie als ‘onvoldoende’ beoordeelt.

In een poging het tij te keren klopte de club onlangs aan bij de gemeente, in de hoop dat een verlaging van de huursom voor het stadion de club wat lucht kan verschaffen. De huur van NAC aan de gemeente Breda – 1,2 miljoen euro per jaar – is een erfenis uit het verleden: om een dreigend faillissement in 2003 af te wenden kocht de gemeente het stadion al van NAC, voor 15,7 miljoen euro. Maar de hoge huurlasten hangen de club als een molensteen om de nek.

Bij de gemeente is het geduld met de plaatselijke trots zo langzamerhand op. Verantwoordelijk wethouder Alfred Arbouw is de afgelopen jaren gewend geraakt aan crisisoverleggen met NAC. Maar toch is hij geschrokken van de laatste berichten. En teleurgesteld. „Het college is al drieënhalf jaar met verschillende directeuren bezig met een saneringsplan, om ervoor te zorgen dat de tering naar de nering werd gezet, dat de salarissen naar beneden gingen, dat de administratie op orde werd gebracht, dat de organisatie werd geprofessionaliseerd. We dachten dat we op de goede weg waren, maar nu blijkt dat het wederom fout gaat.” Blijkbaar, zegt Arbouw, is de leiding van de club „nog niet professioneel genoeg”.

Vooral de sponsorinkomsten vallen tegen. Algemeen directeur Justin Goetzee hoopt de gemeente er de komende weken van te kunnen overtuigen dat een verlaging van de huursom voor NAC in het belang is van de hele stad. „Wij vragen niet om een financiële injectie en niet om een lening”, zei hij vorige week tegenover Omroep Brabant. „We vragen ze op basis van de huidige recessie- en vastgoedperikelen kritisch te kijken naar het huurcontract om ons te helpen om tot een gezonde exploitatie te komen.” Hij vond dat geen irreële vraag, wel „jammer dat je weer bij de gemeente uitkomt”.

Die wil best met NAC gaan praten, zegt wethouder Arbouw, die vandaag een eerste afspraak heeft met de directie. „Het is een belangrijke speler in de stad, cultureel, sportief en maatschappelijk.” Maar de kans lijkt minimaal dat Breda de voetbalclub nog eens de helpende hand zal reiken, als het gaat om geld. Arbouw: „Er zijn investeringen gedaan in 2003, in 2008 en in 2009. Op een gegeven moment is de koek op. We hebben de afgelopen jaren in de stad heel pijnlijke keuzes moeten maken, die maatschappelijk een behoorlijke impact hebben gehad, zoals de sluiting van buurthuizen. Dan is het lastig te verkopen dat we opeens met publieke middelen bereid zouden zijn de voetbalclub te helpen. De tijd is echt voorbij dat een club overeind wordt gehouden met publiek geld.”

Supporters en spelers proberen zich er niet al te druk om te maken. Zij leven van dag tot dag, van wedstrijd naar wedstrijd. Winnen van AZ, en gisteren van PSV, dat is waar zij het voor doen. „Op het veld kunnen wij toch niks veranderen aan de financiële situatie”, zegt Lurling. „Het enige wat wij kunnen doen is het stadion vol krijgen, ervoor zorgen dat het publiek op de banken staat. En hopen dat we daardoor meer sponsors trekken. Door dit soort wedstrijden trek je sponsors die twijfelen over de streep.”

Maar zonde is alle commotie rond de toekomst wel, vindt Kwakman. „Deze club leeft zó in de stad, en in de omgeving. Hier moet zo veel meer mogelijk zijn, ook al heb je met de crisis te maken.”