Hè? Bedoel je echt dat ‘hè’ een zelfstandig woord is?

‘Hè?’ ruimt in zeker 31 talen misverstanden uit de weg

„Deze kleur heb ik al.”

„Hè?”

„Ik zei dat ik deze kleur al heb.”

Dat tussenwerpsel ‘hè?’, met de betekenis ‘wat?’ of ‘wat zeg je?’ lijkt een triest kreetje. We vinden het onbeleefd. Sommige taalkundigen vinden het niet eens een echt woord, eerder een soort primitieve uitgestoten klank. Maar taalkundigen van het Max Planck Instituut en de Radboud Universiteit in Nijmegen hebben ‘hè?’ nu vakkundig gerehabiliteerd. In een artikel in PLoS One (8 november) betogen ze dat ‘hè?’ echt een woord is – en nog een universeel woord ook.

De taalkundigen vonden in 31 talen een vragend woordje dat de functie heeft om in gesprekken ‘misverstanden te signaleren en op te lossen’, zoals eerste auteur Mark Dingemanse het noemt. Vaak worden daar óók wel vraagwoorden of vragen voor gebruikt (‘wat?’), maar daarnaast is er altijd een ‘hè?’-achtig woordje dat louter wordt gebruikt om aan te geven: ik heb je niet begrepen, ik heb het niet goed gehoord (de technische term is open other-initiated repair). De onderzoekers constateerden vervolgens op basis van geluidsopnamen van gesprekken in tien talen dat ‘hè’ daarin steeds een vergelijkbare klank heeft en op vergelijkbare manier in de mond wordt gevormd, maar net iets aangepast.

Daarover straks meer, maar eerst: kun je op basis van zo’n klein aantal talen wel spreken van een universeel woord? „Er zijn meer dan 5.000 talen”, geeft Dingemanse toe. „Maar wij namen talen uit heel verschillende taalfamilies, van alle vijf continenten. In tien talen waaraan we zelf veldwerk doen vonden we het. En ook in geschreven teksten van 21 extra talen. We vonden het nergens niet, dat sterkt onze overtuiging dat het universeel is.”

Dingemanse doet zelf regelmatig veldwerk in Ghana, waar hij bijvoorbeeld alledaagse gesprekken opneemt in het Siwu, een van de tien onderzochte talen. „Het is relatief nieuw dat taalkundigen kijken naar alledaagse gesprekken”, zegt hij. „Tot nu toe werd vaak gedacht dat die te rommelig zijn.” Maar ook natuurlijke gesprekken kunnen systematisch onderzocht worden, zegt Dingemanse. „Mensen zijn niet perfect, dus elke taal moet een setje gereedschap hebben om mogelijke misverstanden op te lossen.”

De onderzoekers zochten in de veldopnames van hun tien talen naar sequenties in de gesprekken waar een ‘hè?’-achtig woordje gebruikt wordt om opheldering te vragen. In alle talen werd het woordje meestal met de mond ontspannen een beetje open en enigszins nasaal uitgesproken. De intonatie is vragend. Meestal stijgt de toonhoogte dan, maar in het IJslands en het Cha’palaa (uit Ecuador) hebben vragen een dalende toonhoogte – en zo ook het ‘hè?’-woordje.

De gebruikte klinker werd altijd gevormd door de tong laag te houden en enigszins voor in de mond. Dat is zo’n beetje de rustpositie. De precieze klank verschilde vervolgens iets per taal (het Engels heeft ‘huh?’, het Spaans heeft ‘è?’), volgens Dingemanse omdat mensen in elke taal andere klanken gewend zijn en makkelijk uit te spreken vinden. Meestal gaat aan die klinker geen medeklinker vooraf, maar sommige talen (zoals Nederlands) beginnen met een h. En enkele andere talen met een ‘glottisslag’, als ze toch al gewend zijn die te gebruiken. „Dat is de klank tussen de e en de a in het woord ‘beamen’.”

Het resultaat is een makkelijk en snel uitgesproken woordje, dat, aldus Dingemanse, „niet klinkt alsof je echt wat te zeggen hebt”. Maar wel een wóórd, dat je moet leren als je een andere taal leert. Geen instinctieve reflex, als een nies.

‘Hè’-woordjes zijn in verschillende talen ontstaan via een proces van ‘convergente evolutie’, denkt Dingemans, zoals vogels én insecten hebben leren vliegen. Er zijn waarschijnlijk meer van zulke woordjes die helpen om gesprekken gesmeerd te laten verlopen. Woordjes die aarzeling aangeven (‘eh...’), of aanmoediging (‘hu-hum’), of toestandsverandering (‘oh’). Wat is dat laatste? „Als er iets verandert in je hoofd, bijvoorbeeld als je iets ineens begrijpt.” Oh ja! „Precies, je zegt het.”