Column

Gluteninquisitie

De wetenschap heeft een mythisch imago, schreven vijf kritische wetenschappers onder de naam Science in transition vorige week in een paper. Mensen geloven ten onrechte dat wetenschappers de absolute waarheid verkondigen en vertegenwoordigen. Het vertrouwen in de wetenschap is daarom hoger dan in politiek, rechtspraak en journalistiek.

Is het echt zo dat de wetenschap blindelings wordt vertrouwd? Als je kijkt naar de huidige hypes op voedselgebied moet je iets anders concluderen. De burger maakt zelf wel uit waar de wetenschap eindigt en zelfbeschikking begint.

Neem bijvoorbeeld de glutenhetze. In voedselboeken en op blogs wordt gewaarschuwd voor gluten met een heftigheid alsof het om radioactief afval gaat. Gluten zouden onder andere vermoeidheid en buikpijn veroorzaken. Bezorgde consumenten stappen hierom over op een glutenvrij dieet, geen lolletje als je bedenkt dat gluten ongeveer overal in zitten. En dat terwijl slechts 0,6 tot 1 procent van de bevolking glutenintolerant is, zoals NRC dit weekend schreef. Wetenschappers verbaasden zich in dit artikel over de ongefundeerde glutenangst onder een steeds groter deel van de bevolking.

Een week eerder stond in NRC Lux een interview met Kris Verburgh, auteur van bestseller De Voedselzandloper. Verburgh doet stellige uitspraken over een gezond dieet (geen koolhydraten! Geen suiker! Geen melkproducten!) die door voedseldeskundigen worden betwist. Voor wat hij als vaststaande feiten presenteert, ontbreekt vaak bewijs. Maar dat kan Verburgh niet schelen, zei hij in het interview: als je onderzoeksresultaten genuanceerd brengt, doet geen patiënt wat je aanraadt. Verburghs afkeer van nuance heeft hem veel opgeleverd: 200.000 verkochte boeken en talloze geschrokken lezers die overstapten op sojapap en havermout.

Verburgh en de gluteninquisitie citeren selectief uit wetenschappelijke publicaties en beroepen zich verder op eeuwenoude tradities. Mensen zijn volgens hen niet gemaakt om landbouwproducten te eten. Van nature is de mens een jager-verzamelaar, en daarom gedijt hij het best bij een dieet van noten, bessen, knollen en zaden. Je vraagt je af sinds wanneer de jager-verzamelaar een rolmodel is, maar blijkbaar spreekt dit teruggrijpen op de oertijd tot de verbeelding.

Hetzelfde geldt voor superfoods. Steeds meer mensen hebben zakjes Goji-bessen en chiazaden in de kast liggen omdat ze daar ‘goede verhalen over hebben gehoord’. Dat de werkzaamheid van deze producten niet wetenschappelijk is aangetoond, maakt de superfoodgebruiker niet uit. De Inca’s aten ze, de Azteken aten ze, en dan willen een paar zeurende wetenschappers die overgeleverde wijsheid in twijfel trekken?

Mensen hebben maling aan de wetenschap als ze graag iets anders willen geloven: ‘Prima dat wetenschappers iets vinden, maar mijn buurvrouw is opgeknapt van een glutenvrij dieet met chiazaden, dus het werkt wél.’ Mond-tot-mond-adviezen, ongenuanceerde bestsellers en wijsheden uit de prehistorie doen het beter dan wetenschappelijk bewijs.

Dus Science in transition, maak je over dat mythische beeld van de alwetende wetenschapper maar geen zorgen.