Georkestreerde songs als opera voor nieuwe generatie

Ze zong liedjes voor kinderen en opera in het Papiaments. Een rigide houding ten opzichte van het repertoire is operamezzosopraan Tania Kross wezensvreemd. Op Krossover probeert ze haar eigen generatie te winnen voor opera. Daartoe vroeg ze namen uit de populaire muziek van nu – Spinvis, Ruben Hein – om hun visie op een klassieke aria te componeren. Mozart was in zijn tijd toch ook componist van ‘populaire’ muziek?

De voor Kross gecomponeerde songs werden door producer Reyn Ouwehand en arrangeur Bob Zimmerman omgezet in symfonische nummers die tussen pop en Puccini inhangen. Golden leaves is mooi breekbaar en Undyed (met intro van strijkkwartet) warmklankig. Dat geldt ook voor Rebiba: liefdesweemoed op muziek van Lucky Fonz III en tekst van Kross zelf.

Wie Krossover beluistert met door Verdi gescherpte oren ervaart de nummers wellicht als bombastisch – hoe goed de bedoelingen van de bruggenbouwer ook. De vraag is: welke criteria hanteer je wél? De meeste opera is geraffineerder georkestreerd. Beschouw je de nummers als een soort James Bond-songs dan is Kross weer net geen Shirley Bassey. Hopelijk doet de doelgroep zulke terzijdes af als gezeur en verhoogt Kross inderdaad de klassieke sensitiviteit van de LuckyFonz-generatie.

Mischa Spel