Eten, water, lijkzakken – aan alles is een tekort

Communicatie met de getroffen gebieden verloopt moeizaam, vervoer is haast onmogelijk door grote schade op de vliegvelden.

Twee dagen nadat tyfoon Haiyan over de centrale eilanden van de Filippijnen trok, komt de hulpverlening op gang. C-130 Hercules-vliegtuigen van het Filippijnse leger brengen noodhulp vanuit Manila en Cebu naar de stad Tacloban op het eiland Leyte, waar waarschijnlijk duizenden mensen een verdrinkingsdood zijn gestorven toen zes meter hoge golven binnenspoelden. Op de terugweg nemen ze gewonden mee. Duizenden vrijwilligers werken non-stop om hulppakketten met rijst, noodles, handdoeken en zeep in te pakken.

In een eilandenrijk zoals de Filippijnen zorgt een grote verstoring van communicatiemiddelen en lijnvluchten dat delen van het land, zoals Leyte en het eveneens zwaar getroffen eiland Samar, opeens onbereikbaar zijn. Dat betekent een tekort aan eten, water, benzine, lijkzakken, medicijnen en informatie over nabestaanden.

Zelfs vandaag zijn er delen waar hulpverleners nog niet zijn gearriveerd. Vooralsnog kunnen alleen militaire vliegtuigen beperkt landen in Tacloban. Het is de bedoeling dat het vliegveld snel commerciële vluchten toestaat; extra charters die schaarse goederen en personeel kunnen brengen worden geweerd. Hulporganisaties proberen per vliegtuig goederen naar Cebu te brengen om vervolgens per boot het rampgebied te bereiken. Ook ter plekke is het moeilijk slachtoffers te bereiken, want wegen zijn weggeslagen of geblokkeerd door puin.

In het gebied is geen elektriciteit en ook geen telefoonverkeer. Er ontstaan tekorten aan alles. Voedsel begint op te raken en ook is er slechts voor twee of drie dagen brandstof en benzine aanwezig. Ontwikkelingshulporganisatie Oxfam meldde dat bij een tour door het noorden van Cebu reddingswerkers kinderen tegenkwamen die met borden en spandoeken bedelden en smeekten om eten en drinken. De Filippijnse overheid heeft verordonneerd dat prijzen van cruciale goederen op de getroffen eilanden niet verhoogd mogen worden. Handelaren mogen geen slaatje slaan uit andermans wanhoop en ellende. Hoe effectief deze maatregel is, is echter de vraag.

Ziekenhuizen in het rampgebied melden dat patiënten naar huis gestuurd moeten worden. De doktoren en verpleegkundigen komen niet opdagen omdat ook zij slachtoffer zijn. Volgens de laatste berichten is er in Tacloban één ziekenhuis open, met 250 bedden. De Wereldgezondheidsorganisatie probeert met Nieuw-Zeeland en Australië drie noodhospitalen in te vliegen.

Ook voor de veiligheid in het gebied wordt gevreesd. Een Filippijnse tv-zender meldde gisteravond dat een konvooi van het Rode Kruis is overvallen. Volgens ooggetuigen op Leyte plunderen wanhopige en hongerige overlevenden de huizen van slachtoffers.

De Filippijnse president Aquino, die gisteren naar Tacloban was gevlogen, zei bezorgd te zijn over handhaving van de openbare orde in het gebied. „Slechts 20 politieagenten kwamen voor werk opdagen”, zei Aquino tegen aanwezige journalisten. „Daarom heb ik besloten politie-eenheden van buitenaf en het leger naar Tacloban te sturen.” Maar ook die komen samen met hulpgoederen, journalisten en reddingswerkers terecht in de flessenhals die is ontstaan.

Op de Filippijnen is kritiek op het trage tempo waarmee lokale autoriteiten actie ondernemen. Bij een briefing over de voortgang van het verstrekken van noodhulp zou president Aquino boos zijn weggelopen, uit frustratie. Maar, zo zeggen hulporganisaties, de tyfoon was zo krachtig dat het nu heel moeilijk is om snel noodvoorzieningen op te zetten. Volgens Filippijnse autoriteiten is in het noorden van Cebu en op Leyte 95 tot 98 procent van de huizen en gebouwen beschadigd of verwoest.

Internationaal komt hulp op gang. De Europese Unie heeft drie miljoen euro aan noodsteun toegezegd. De Amerikaanse krijgsmacht stuurt tachtig mariniers vanuit Okinawa in Japan naar Manila om noodsteun te coördineren. De Nederlandse minister van Ontwikkelingssamenwerking Ploumen (PvdA) heeft gezegd twee miljoen euro uit te trekken. Reddingswerkers van het Nederlandse Rode Kruis zijn onderweg naar het rampgebied. Ook de Nederlandse hulporganisatie CARE probeert het gebied te bereiken.

Naroesha Jagessar van het Nederlandse Rode Kruis werkt vanuit Manila mee aan de coördinatie van de internationale hulpactie. Op basis van eerste berichten van collega’s in het rampgebied zegt ze dat het gebied in het hart van de tyfoon voor 90 procent verwoest is. Vooral in de kustgebieden waar metershoge golven hele stukken land hebben weggespoeld. Een toegangsweg van 25 tot 30 kilometer is bijna helemaal weggespoeld. „Op motoren doe je er nu acht uur over om die afstand te overbruggen.”

Het Rode Kruis, goed georganiseerd in de Filippijnen, had tot op dorpsniveau wel voorbereidingen getroffen. De afgelopen dagen zijn hulpgoederen naar het gebied gebracht die daardoor sneller gedistribueerd kunnen worden.

De ramp is mogelijk de grootste in de geschiedenis van de Filippijnen. De zwaarste tot nu toe zijn een aardbeving en tsunami die in 1976 het zuidelijke eiland Mindanao troffen waarbij 8.000 doden vielen.

De meteorologische dienst maakt zich zorgen over een nieuwe tropische depressie die zich richting de Filippijnen beweegt.