Emoties bij musici en publiek in Rusland

De jubileumtournee langs alle continenten bracht het 125 jaar oude Koninklijk Concertgebouworkest afgelopen weekeind naar Rusland. Het orkest trad zaterdagavond op in Moskou en reist de komende weken verder naar Azië en tot slot Australië.

Links de foto van componist Sjostakovitsj die Eduard Levin (78) maakte tijdens het bezoek van hetConcertgebouworkest in 1974. Rechts zijn foto van koninginMáxima en dirigentMariss Jansons zaterdag. Foto Eduard Levin

Klassieke muziek gaat in Rusland over van generatie op generatie. Daarom is het „echt balen”, zegt hoboïst Aleksej Ogrintsjoek (34) van het Koninklijk Concertgebouworkest op zaterdagmiddag, dat zijn vader hem vanavond niet kan zien optreden in zijn eigen stad.

Terwijl het Nederlandse orkest Beethoven en Richard Strauss ten gehore brengt in het Moskouse Conservatorium als onderdeel van de wereldtournee van het orkest, zit vader Leonid achter de vleugel op het andere grote klassieke podium van de stad, de Tsjaikovski-zaal van de Moskouse Philharmonie. „Bij ons optreden morgen is hij er gelukkig wel bij. Dan spelen wij in de Tsjaikovski-zaal”, zegt de hoboïst.

Ook violiste Valentina Svjatlovskaja (30), de andere Rus in het Nederlandse orkest, komt uit een muzikaal gezin, uit Sint-Petersburg. En dirigent Mariss Jansons (70) verhuisde van Letland naar die stad (toen nog Leningrad) op zijn dertiende, vanwege de dirigentencarrière van zijn vader Arvid.

Toen het Concertgebouworkest in 1974 voor het eerst optrad in Rusland, was Mariss Jansons 31 jaar en net begonnen als assistent-dirigent bij het Leningrad Philharmonisch Orkest. In zijn eigen concertzaal woonde hij met zijn vader beide optredens bij. Vooral dirigent Bernard Haitink herinnert hij zich goed. „We feliciteerden Haitink na afloop, zeiden dat het een prachtig concert was. We wilden hem niet lang storen want hij was uitgeput. Dus we zeiden: tot morgen”, vertelt Jansons telefonisch voor vertrek naar Rusland.

Jansons herinnert zich de tijd als „geweldige jaren”, waarin hij de belangrijkste lessen en inspiratie van zijn leven opdeed, te midden van onder anderen cellist Rostropovitsj, violist Oistrach en dirigent Mravinski. Nu, na negen jaar bij het Concertgebouworkest, kan hij zijn musici eindelijk laten zien waar het voor hem begon. Na het eerste optreden, in zijn thuisbasis Sint-Petersburg, blijven de bloemen maar komen.

In 1974 kostten de kaartjes tussen de 1 en 5 roebel, „naar onze begrippen populaire prijzen”, schreef het Nederlandse persbureau ANP destijds. Dit jaar beginnen ze in Moskou bij 5.000 roebel (115 euro). Te veel voor veel gepensioneerde Russen, die vroeger wekelijks konden gaan. Juist dit soort concertgangers, „melomanen”, noemt hoboïst Ogrintsjoek ze, zijn goed publiek. „De echte Russische intelligentia. Veel artiesten weten dat als je bij hen succes boekt, je dan nergens meer bang hoeft te zijn.”

De Moskouse fotograaf Eduard Levin, 78 jaar, is op zijn eigen manier melomaan. Hij was er in 1974 bij toen het Concertgebouworkest optrad in Moskou en de beroemde Russische componist Dmitri Sjostakovitsj in de zaal zat. Levin toont een foto die hij met zijn Zenit-camera maakte van de componist als bewijs. „Die mevrouw naast hem in de zaal was de echtgenote van de onderminister van Cultuur. Maar dat wist ik toen niet, dus ik vroeg haar: kunt u zich niet even afwenden?” De strenge zaalbeheerder vroeg hem later om een uitvergroting van de foto van Sjostakovitsj. „Sindsdien mocht ik bij elk concert naar binnen.”

Levin, die leeft van een pensioen van krap driehonderd euro per maand, is enthousiast dat hij nu weer bij het optreden van het Nederlandse orkest kan zijn, als fotograaf voor deze krant. Met een rugzakje over zijn nette pak, rent hij ’s middags bij de zaalrepetitie heen en weer en probeert Jansons een foto in handen te duwen die hij eerder van de maestro heeft gemaakt. „We repeteren nu”, zegt de dirigent, maar neemt de foto dan toch aan.

„Helaas heb ik zijn vader nooit gefotografeerd”, verzucht Levin. In de pauze, tegen dirigente Ksenia Zjarko: „Wij kennen elkaar nu al zo lang dat ik wel mag zeggen dat u een beetje bent aangekomen?”

Officieel mag Levin geen foto's maken vanuit het publiek, maar aan dat soort regels heeft hij lak, 45 jaar nadat hij hier zijn allereerste foto nam. „Natuurlijk fotografeer ik alleen als er geklapt wordt.” Voor aanvang toont hij de beveiligers een dekentje waarmee hij het klikken van zijn camera (nu een digitale Nikon) dempt. „Dat ze niet denken: die man heeft een machinegeweer.”

Na afloop brengt de bejaarde fotograaf geëmotioneerd uit: „Ik leef nog maar net! Ik heb gefotografeerd hoe uw koningin Mariss Jansons omhelst!”