Duivelskunstenaar gaat voor elk gaatje

De Spanjaard Marc Márquez (20) werd gisteren de jongste wereldkampioen in de belangrijkste motorklasse MotoGP Hij is een wonder op wielen Maar hij irriteert ook met zijn agressieve rijstijl

Sportredacteur

Vier jaar oud was Marc Márquez toen hij om een motor vroeg, zo gaat het verhaal. Een kleintje weliswaar, maar dan nog. Foto’s op internet bewijzen dat de Spanjaard nog piepjong was toen hij op een minibike rondscheurde.

Márquez raakte al vroeg vertrouwd met de motor. Die ervaring, gevoegd bij zijn aanleg (vader Roser is ook motorgek) maakte hem tot het wonder op wielen dat hij tegenwoordig is.

Gisteren werd Márquez (nu 20) de jongste wereldkampioen ooit in de MotoGP, de koningsklasse van het wegracen. Op het circuit van Valencia had hij gisteren genoeg aan de derde plaats.

Wereldkampioen op je twintigste, en dat in je debuutjaar. Debutanten grijpen zelden direct de macht in de motorsport. Zelfs het Italiaanse supertalent Valentino Rossi flikte dat niet – die werd in 2000 tweede. Márquez was eerder al de jongste grandprixwinnaar in de MotoGP. Hij is een supertalent op twee wielen.

Symbiose op wielen

Márquez en zijn motor vormen een twee-eenheid, een symbiose op wielen, daar zijn alle kenners het over eens. De jonge Catalaan uit Cervera speelt met zijn supersnelle Honda RC213V als een concertpianist met zijn klavier. Hij heeft een ongeëvenaard gevoel voor balans bij hoge snelheden. Geen coureur in het circuit die zijn motor in de bochten zo plat legt als Márquez – soms benadert hij een hoek van zestig graden en vaak schuurt hij dan met arm en been over het asfalt.

Of het zijn jeugdige onbezonnenheid is of zijn nadrukkelijke wil om te winnen, dat is niet aan te geven, maar Márquez geldt als de coureur met de agressiefste rijstijl. Hij zit zijn tegenstrevers vaak bovenop de huid. Een eigenschap die zijn concurrenten niet erg waarderen. Integendeel, dat wekt de nodige irritatie.

Zoals in de grand prix van Aragon vorige maand, waar Márquez dusdanig dicht op het achterwiel van zijn ploeg- én landgenoot Dani Pedrosa reed dat hij diens sensor voor de tractiecontrole van het spatbord reed. Pedrosa kukelde van zijn motor en verbeet – naast de pijn aan rug en scrotum – die van de uitschakeling. Een conflict was geboren en er vielen harde woorden in het Honda-team. Pedrosa boos, evenals de meeste andere coureurs. De heersende mening: Márquez moet de mores van de MotoGP eens gaan respecteren.

Márquez gedraagt zich volgens veel van zijn collega’s nog te vaak als een rijder uit de Moto2 en de voormalige 125cc, categorieën met lichter materiaal en klassen waarin Márquez wereldkampioen werd. De Spanjaard was gewend op de vierkante centimeter strijd te leveren. Hij weet niet beter of elk gaatje moet benut worden – soms komt het in die klassen tot lijf-aan-lijfgevechten op de motor. Daar moet je in de MotoGP, waar de motor monsterlijk is, niet mee aankomen. Zulk gedrag wordt niet geaccepteerd; omdat je niet speelt met andermans leven.

De kritiek doet Márquez weinig. Omdat hij het gevaar minder scherp ziet dan zijn collega-coureurs. Niet vanuit een hautaine houding – Márquez is de vriendelijkheid zelve – maar omdat hij dat zo voelt. Márquez piept ook niet als hem de pas wordt afgesneden. Hij zou niet weten waarom hij bij het uitremmen voor een bocht niet binnendoor kan flitsen; dan moet die ruimte niet worden geboden. De gedupeerden zien zo’n actie als het verbreken van de ideale lijn, als schending van een erecode. Twee werelden, twee opvattingen.

Nieuwe standaard

Het zal ook wel een beetje kinnesinne zijn, want de kritiek kwam vooral van Pedrosa en Jorge Lorenzo, zijn grootste concurrenten voor wier neus hij de wereldtitel wegkaapte. Niet van Rossi. De populaire Italiaan, Márquez’ vriend en toeverlaat, is zelf ook een duivelskunstenaar op de motor en kan de capriolen van dat kereltje uit Spanje wel waarderen. Rossi vindt ook niet dat Márquez een grens overschrijdt. Hij ziet, net als Pedrosa en Lorenzo, dat Márquez de MotoGP met zijn rijstijl niet alleen van nieuw elan, maar vooral van een nieuwe standaard heeft voorzien.

Er is nog een overeenkomst tussen Rossi en Márquez: hun liefde voor de sport. Rossi, 34 jaar, meer dan honderd overwinningen en zevenvoudig wereldkampioen in de MotoGP, kan ondanks gebrek aan succes maar niet stoppen. Tegenvallende resultaten beïnvloeden zijn humeur niet. Rossi is en blijft het zonnetje in huis.

Bij Márquez is de lach evenmin van zijn gezicht te beitelen; hij is open minded, altijd in voor een praatje en een lolletje en spreekt intussen zo goed Engels dat hij met het grootst mogelijke plezier buitenlandse pers te woord staat; dat kan niet van al zijn landgenoten gezegd worden. Aan Márquez zíe je dat hij een ware liefhebber is.