De teek prikt, zaagt, graaft en duwt zich naar binnen

De gereedschapskist van de teek: onderaan zit de steeksnuit, de hypostoom in jargon. Alle parasitaire teken en mijten hebben zo’n snuit. Daarboven de ‘cheliceren’ met weerhaken. Foto Dania Richter

redacteur biologie

Het woord ‘tekenbeet’ dekt de lading niet. Een teek die zich stevig vasthecht aan de huid, doet dat door zich naar binnen te graven met monddelen die vol haken zitten. Met microscoopfilm en -foto’s schetsen Duitse en Amerikaanse wetenschappers voor het eerst een precies beeld van hoe de teek die Europeanen het vaakst plaagt (de schapenteek Ixodes ricinus) zich in de huid verankert.

Op de detailfoto hiernaast is de gereedschapskist van de teek duidelijk te zien. De platte zaag is de steeksnuit. Via de geul loopt het mensenbloed gemakkelijk de tekenbek in. Maar minstens zo belangrijk is het stel ‘cheliceren’ net erboven. Die cheliceren zijn bezaaid met weerhaken in allerlei vormen. Die zijn cruciaal voor de aanhechting.

Het team van Dania Richter uit Berlijn vergelijkt de werking van de cheliceren met een ratel. Hoewel veel mensen daarbij aan een muziekinstrument denken, is de essentie van een ratel het mechaniek: een tandwiel met gehaakte tanden en een pal die in de tanden valt. Daardoor draait het wiel maar één kant op.

De teek prikt zijn cheliceren, die maar 0,05 millimeter lang zijn, voorzichtig in de huid. Daarna beweegt hij ze rustig een keer of dertig naar buiten. Daardoor graven de cheliceren zich, door de weerhaken, in de huid. Als die stevig vastzitten, begint de teek ze terug te trekken. Maar ze zitten vast, waardoor de steeksnuit zich naar binnen duwt. Het hele proces duurt ongeveer 3 minuten. En als niemand ingrijpt, kan de teek zo een week blijven zitten. Richter en haar collega’s publiceerden hun werk online in Proceedings of the Royal Society B.