De Swifterbants, onze eigen Flintstones

Beeld uit proefschrift Swifterbant Stones van Izabel Devriendt

Bij het plaatsje Swifterbant in Flevoland woonde zesduizend jaar geleden een familie van jager-verzamelaars die begonnen te leven als boeren. De Belgische archeologe Izabel Devriendt (37) puzzelde met 80.000 fragmenten van stenen werktuigen uit de prehistorische Swifterbant-cultuur. De echt goede bijlen en messen kwamen van ver.

Waarom moesten die Swifterbant-stenen bekeken worden?

„Tussen 1960 en 1980 zijn de opgravingen in Swifterbant uitgevoerd. Inmiddels zijn nog 15 andere vindplaatsen ontdekt en onderzocht, zoals Hoge Vaart in Almere, Hardinxveld-Giessendam, of in Doel in België. Vreemd genoeg waren de stenen van de plek waar de Swifterbant-cultuur naar vernoemd is, nooit goed uitgewerkt. Ik heb alle dozen in het depot onder het stof vandaan gehaald, de meer dan 80.000 fragmenten systematisch geanalyseerd en alles in een database gezet. Zo kon ik ze vergelijken met wat er op andere vindplaatsen is gevonden.”

Wat voor mensen waren het?

„Deze mensen leefden tussen 4300 en 4000 voor Christus. Hun cultuur houdt het midden tussen jager-verzamelaars en boeren. Ze leefden van jacht en visvangst, maar ze hadden al aardewerk, verbouwden graan en ze hadden huisdieren zoals runderen en varkens. In 2004 zijn sporen gevonden van een houten huis van 5 bij 8 meter. We denken dat hier een kleine familie heeft gewoond, ouders met kinderen en grootouders. De meeste steenresten zijn gevonden aan de binnenkant van de muren. Mensen veegden blijkbaar alles aan de kant na het hakken van een steen. Dit gebeurde in de loop der jaren een aantal keer opnieuw, want de resten liggen in lagen boven elkaar. Ze bleven dus niet 300 jaar op diezelfde plek, maar ze kwamen geregeld terug.”

Hoe maakten ze hun werktuigen?

„Ze hadden al voor ogen welk werktuig ze wilden maken, en zochten dan gericht naar de juiste soort, vorm en maat steen. Voor het bewerken van vuursteen waren twee technieken. Een huis-tuin-en-keukentechniek, die iedereen kon gebruiken voor de dagelijkse werktuigen, zoals kleine schrapertjes of boortjes. En een hoogstaande manier van produceren, die bijvoorbeeld werd gebruikt voor het maken van klingen, een soort langwerpige stenen messen. Daarvan vinden we geen afvalmateriaal terug op de vindplaats. Ik denk dus dat die op een andere plek zijn gemaakt, door gespecialiseerde mensen. Met die klingen sneden ze riet, of bewerkten ze vlees en huiden.”

Konden ze die niet gewoon namaken?

„Bij gepolijste bijlen zag ik dat wel. Die werden gemaakt door de boerenbevolking in het zuiden van Nederland. Door handel of schenking verspreidden die bijlen zich steeds verder van hun oorsprongsgebieden. In Swifterbant zijn twee kopieën gemaakt. Die zien er net iets anders uit dan de originele.”

Izabel Devriendt verdedigt haar proefschrift Swifterbant Stones. The Neolithic Stone and Flint Industry at Swifterbant (the Netherlands) op 14 november 2013 om 14.30 uur aan de Rijksuniversiteit Groningen.