De drukpers voor de zeekaart stopt ermee

De papieren zeekaart staat onder druk. Hij kan niet steeds up-to-date worden gehouden, zoals een digitale kaart. Maar daarop valt weer geen lange zeereis te plannen.

Kaartblad 1811.10 met in geel Terschelling en Ameland. De instrumenten worden gebruikt voor traditionele correctie en navigatie. Met de klok mee van rechtsboven: passer, om afstanden af te passen; sjabloon voor correcties; kaartplotter voor uitzetten van koersen en positiebepaling; zaagje, om slingerlijntjes (onderzeese bekabeling) te tekenen. Kaart Dienst der Hydrografie, bewerking studio NRC Handelsblad/Fokke Gerritsma

De Verenigde Staten waren nog fonkelnieuw toen president Thomas Jefferson opdracht gaf de kustwateren precies in kaart te brengen. In 1807 begon een groepje marine-officieren aan datenorme karwei door om de paar meter een peillood in zee te laten zakken en de dieptes te noteren.

De Amerikaanse catalogus omvat nu duizend kaarten, die sinds 1862 verschijnen in het formaat van vier bij drie voet (120x90 cm). Daarvan werden er jaarlijks nog 60.000 verkocht aan professionele zeevaarders, plezierschippers en verzamelaars. Maar volgend jaar stopt de drukpers.

De Amerikaanse hydrografische dienst heeft als eerste ter wereld besloten vanaf april 2014 zeekaarten alleen nog digitaal te publiceren, voor gebruik op beeldschermen. De NOAA-kaarten – genoemd naar de National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA), waaronder de hydrografen nu vallen – blijven op papier alleen beschikbaar als print on demand, waarbij een gebruiker een kaart kan laten afdrukken door een gespecialiseerd bedrijf.

TomTom heeft de Michelin-kaart vrijwel uit de auto verdrongen. Staat op zee hetzelfde te gebeuren? Het is nog niet zover, maar ook bij de Dienst der Hydrografie, uitgever van Nederlandse zeekaarten en erfgenaam van de lange cartografietraditie in de Lage Landen, zien ze het papierloze zeekaartentijdperk als wenkend perspectief. „Het drukken gaat op den duur verdwijnen”, zegt Ben Timmerman, hoofd publicaties.

Motief voor de Amerikaanse stap zijn bezuinigingen, afnemende vraag naar papieren kaarten en toenemend gebruik van elektronica, zei kapitein-ter-zee Shep Smith, hoofd van NOAA’s zeekaartenafdeling. Sommigen zuchten over de traditie die verdwijnt. Maar het voordeel is dat digitale kaarten continu up-to-date worden gehouden, zei hij. „Je hebt steeds de laatste versie”, aldus Smith.

Net als andere uitgeverijen van zeekaarten publiceerde de NOAA een nieuwe editie van een zeekaart als er grote wijzigingen op navigatiegebied zijn opgetreden. Zoals nieuwe wrakken, grote veranderingen in dieptes of nieuwe betonning, die maakten dat een gedrukte kaart te ver achterhaald was.

Maar drukken is duur, en nieuwe edities verschijnen hooguit eens per jaar. Meestal gaan er jaren overheen. Zeelui worden geacht tussentijdse wijzigingen zelf bij te houden, aan de hand van bulletins. Maar in digitale bestanden kunnen ze onmiddellijk verwerkt worden.

Op zee is digitale navigatie niet langer weg te denken sinds de gps-revolutie van de jaren 90, doordat militaire navigatiesatellieten werden vrijgegeven voor civiel gebruik. Op de brug van zeeschepen worden koers en positie nu van een scherm afgelezen. Kaartenmakers produceren daarvoor al jaren digitale kaarten. Grote, vooral nieuwe schepen zijn steeds vaker uitgerust met een puur elektronisch navigatiesysteem, ECDIS. Dat moet dan wel dubbel zijn uitgevoerd om ‘papierloos’ te mogen varen. Onder zeilers zijn nog adepten te vinden van het oude handwerk met passer en potlood, maar ook daar navigeert niemand meer zonder elektronische hulpmiddelen. En toch hebben de meeste schepen – groot of klein, verplicht of vrijwillig – nog steeds papieren kaarten aan boord, voor als de elektronica zou uitvallen.

Misschien belangrijker: op een papieren kaart kun je je beter oriënteren. Op een beeldscherm is het alsof je door een brievenbus kijkt. Het is niet voor niets dat de vraag naar grote kaarten, waarop je een tocht van honderden of duizenden mijlen moet plannen, „onverminderd hoog” is, zegt Patrick de Nocker, teamleider bij kaartendistributeur Kelvin Hugues in Rotterdam. Plannen gaat nog steeds makkelijker met lineaal en 4B-potlood.

Erwin Wormgoor, plaatsvervangend chef van de Dienst der Hydrografie, erkent dat dat nog steeds het knelpunt is tussen papier en digitaal. ECDIS, het systeem voor papierloze navigatie, „blijft lastig als plan-instrument”, zegt hij. Het lijkt daarom onwaarschijnlijk dat digitale kaarten het einde van de papieren zeekaart betekenen. Ze zullen naast elkaar blijven bestaan.

Een deel van de papieren kaarten komt dan niet van de drukpers, maar je moet ze per kaart laten uitprinten door een gecertificeerd bedrijf – om de technische precisie te garanderen. Dat is nu alleen voor kleine aantallen rendabel. „Bij grote oplagen en dubbelzijdig gedrukte kaarten, blijft de drukpers efficiënter”, zegt Ben Timmerman van de Dienst der Hydrografie. „Print on demand kost nu nog een kwartier per kaart.”

Bij distributeur Harri Trading in de Rotterdamse Waalhaven ligt in ladekasten de wereldomspannende collectie van 3.000 zeekaarten van de British Admiralty, de grootste nautische uitgever ter wereld. Harri heeft de ‘BA’-kaarten in meerdere, dagelijks bijgewerkte exemplaren op voorraad, om zoveel mogelijk rederijen en scheepsbevoorraders te kunnen bedienen.

Office manager Ruud Tibbert ziet het einde van de gedrukte kaart met argwaan tegemoet, zegt hij, terwijl hij een stapel nieuwe kaarten gereed maakt voor verzending. Ze gaan per koerier naar een schip in Finland, dat van daaruit naar Puerto Rico zal varen. „Print on demand is een leuk verhaal”, zegt Tibbert. „Maar veel opdrachtgevers verwachten dat ik meteen lever. Als ik morgen honderd kaarten moet leveren aan de zeeslepers van Smit, kost het me een week om die te laten printen.”