Charismatische Brand is komiek met een boodschap

Russell Brand zou best een Nederlandse cabaretier kunnen zijn. Behalve dat Nederlandse cabaretiers natuurlijk geen bruut aantrekkelijke mannen zijn die geloofwaardig een avond kunnen pochen over hun seksuele honger en even geloofwaardig een leren broek, leren jas en lang Jezus-haar en -baard weten te dragen. Maar inhoudelijk heeft Brand een vergelijkbare opvatting over het metier als hier te lande. Dezelfde zachte mores en harde seksgrappen. Dezelfde zelfspot, verlichte ironie en geëngageerde woede verpakt in een vindingrijk, zorgvuldig afgehecht verhaal.

Met die aanpak hield de 38-jarige Brit zaterdag moeiteloos een uitverkocht HMH in Amsterdam in zijn greep tijdens een optreden van zijn wereldtournee met de show The Messiah Complex. De charismatische Brand bewees een ster te zijn, en niet vanwege een knetterend interview met Jeremy Paxman, zijn affaire met Katy Perry of de talloze schandaaltjes rond zijn persoon, maar omdat hij knettergoed is in wat hij doet: publiek aan het lachen maken en tegen het geweten aanschoppen.

Brand komt voort uit de Britse stand-uptraditie, maar stand-upper is hij niet meer. De thema’s die hij ooit uitzette zijn nog wel aanwezig. In 2006 deed Brand al een programma waarin hij roddelberichten over zijn persoon in de Britse tabloids uitgebreid fileerde. Dat keert kort terug in The Messiah Complex, net als de mededeling dat hij moeilijke woorden kent, dat schaamte de keerzijde is van zijn exhibitionisme en rellerige gedrag, en dat de show soms subtiel en slim zal zijn. Dat laatste is geen bluf, want Brand is een gisse gast.

Wat hij doet is zijn bewondering uitspreken voor vier grote mannen – Ghandi, Che Guevera, Malcolm X en Jezus – en welbespraakt en informatief hun daden toejuichen als martelaars voor de menselijke staat. Dan een smet in hun bestaan oprakelen en daar een koddige of absurde anekdote over zichzelf tegenaan houden om te bewijzen dat hij een beetje is zoals zij.

Zelfs als hij lijkt af te stevenen op een gemakzuchtige abc’tje, het belachelijk maken van de slogans van drie grote bedrijven, weet hij er nog een filosofische draai aan te geven: „Als er een advertentie voor is, heb je het product niet nodig.” Om vervolgens de drie slogans – I’m lovin’it, The best a man can get en Unbelievable satisfying – te koppelen aan gratis aardse heerlijkheden als slapen, schijten (zijn idioom) en masturberen.

En tussendoor, als zijn pleidooi voor helden die de leegte van modern consumentisme en een voorbije religiositeit kunnen vervangen te prekerig wordt, maakt hij bijvoorbeeld een goed geplaatste grap over het neuken van zijn kat.

Dat is goochem en imponerend goed.

Ergens tussen Lebbis- en Theo Maassen-goed.

Ron Rijghard is redacteur cabaret