Beknotten van advocaten raakt hart van de rechtsstaat

Met de 24-uursstaking van straf- en vreemdelingenadvocaten vandaag doen zij iets wat voor hen wezensvreemd is. Namelijk handelen in het eigen belang. Deze advocaten overtreden Gedragsregel nummer 5: „Het belang van de cliënt, niet enig eigen belang van de advocaat, is bepalend voor de wijze waarop de advocaat zijn zaken dient te behandelen.”

Voor de actie van vandaag bestaat echter een goede rechtvaardigingsgrond. Staatssecretaris Teeven (Justitie, VVD) wil op termijn 85 miljoen besparen op een post die van 330 miljoen in 2002 steeg naar 495 miljoen in 2012. Daartoe moeten de advocaten nu een forse teruggang in uurtarief accepteren en een (verdere) verslechtering van de declaratiemogelijkheden. Daarmee komt de exploitatie van een aantal gespecialiseerde advocatenpraktijken in gevaar, vooral in het vreemdelingenrecht, maar ook in het sociale zekerheidsrecht. Kantoren die helemaal ‘draaien’ op rechtshulp aan de laagste inkomensgroepen, zullen niet meer kunnen voortbestaan.

De minst draagkrachtige burgers zullen ontdekken dat zij voor consumentengeschillen, bepaalde soorten echtscheiding en huurconflicten helemaal geen recht meer op gefinancierde rechtsbijstand hebben. Ook de kwaliteit van het strafproces zal lijden als de onafhankelijke advocaat minder armslag krijgt.

Deze kwestie raakt dus het hart van de rechtsstaat. Hoe garandeert een complexe verzorgingsstaat het recht op adequate rechtsbijstand en toegang tot de rechter, ook voor de laagstbetaalden? Met als gegeven dat het aantal regels jaarlijks verder groeit en de meeste geschillen waarin deze advocaten optreden, voortvloeien uit beslissingen van de overheid zelf. Voeg daarbij de gevolgen van de economische crisis waardoor velen aan de onderkant in (verdere) moeilijkheden komen en de gevolgen spreken voor zich. Meer conflicten, minder oplossingen, meer frustratie en boosheid.

Bij velen is door dit plan het besef doorgedrongen dat het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand op deze wijze niet meer houdbaar is. Hoe kan iedere burger binnen redelijke kosten dán toegang tot een advocaat en dus tot de rechter houden? Een leenstelsel, á la het onderwijs? Een volksverzekering, net als in de zorg? De middenklasse verzekert zich particulier en accepteert verplichte doorverwijzing naar mediators en hulp door paralegals, niet-academische juristen. En dus een weigering om een conflict juridisch uit te vechten wegens een te gering, een onverzekerd of ‘onverzekerbaar’ belang. Die reality check ontbreekt nog weleens in de gefinancierde rechtshulp, waar gedreven advocaten de collectieve kosten van de procedure mogen negeren. Eenvoudige antwoorden bestaan niet. Het is tijd voor een fundamentele aanpak van een verouderd systeem.