‘Gurlitt deels rechtmatig eigenaar kunstschat’

Het naambordje bij het huis van Gurlitt in Salzburg. Foto EPA / Barbara Gindl

Kunsthandelaarszoon Cornelius Gurlitt is volgens de Duitse fiscale opsporingsdienst de rechtmatige bezitter van de kunstwerken die als ‘ontaard’ door de nazi’s in beslag zijn genomen. Dat heeft de dienst volgens tijdschrift Focus en volgens Bild am Sonntag aan het Duitse ministerie van financiën laten weten.

De 315 werken komen allemaal uit de collecties van openbare musea en kunnen door de vroegere bezitters niet teruggevorderd worden.

In de flat van Gurlitt in München werden in februari vorig jaar 1406 kunstwerken in beslag genomen. Volgens Bild am Sonntag heeft Gurlitts vader Hildebrand in 1940 van het nazi-ministerie van propaganda zo’n tweehonderd ‘ontaarde kunstwerken’ gekocht, waaronder werken van Pablo Picasso, Marc Chagall en Emil Nolde. In 1941 verwierf hij nog 115 werken van de staat. Hildebrand Gurlitt kwam in 1956 om bij een verkeersongeluk.

Volgens Focus zijn bij de huiszoeking in februari 2012 ook de handelsboeken van Hildebrand Gurlitt in beslag genomen. Daarin stonden de namen van joodse kunstverzamelaars vermeld van wie hij werken had gekocht, meestal voor spotprijzen.

Gurlitt kwam uit artistiek nest

NRC-kunstredacteur Pieter van Os schreef gisteren over hem:

Hildebrand Gurlitt (1895-1956) kwam uit een artistiek nest. Sinds de achttiende eeuw leverde iedere generatie van de familie enkele bekende kunstenaars. Hildebrands opa, Louis, was landschapsschilder. Zijn vader Cornelius was kunsthistoricus, architect en voorzitter van de landelijke bond van architecten. Zijn broer Willibald was musicoloog. Hij trouwde met Helene, die professioneel danste onder de naam ‘Bambula’. Ook twee neven maakten naam in de kunst. Wolfgang als kunsthandelaar, Manfred als componist en dirigent. Beiden werden in 1938 uit de NSDAP gezet vanwege hun joodse wortels, want de Gurlitts waren in de achttiende eeuw geassimileerde joden. Hildebrand, die via zijn moeder meer jood was dan zijn neven, is nooit lid geworden van de partij. Na de oorlog schreef een advocaat met een onberispelijke reputatie als nazihater, een brief naar de Amerikanen om Gurlitt te helpen zijn kunst terug te krijgen. Hij garandeerde dat Gurlitt zich altijd “een compromisloze tegenstander van het nationaal-socialisme” had getoond. Toch bleken het juist de compromissen die Gurlitt in zijn leven sloot die hem nu, zeventig jaar later, in het nieuws brengen.

Cornelis Gurlitt opgespoord

In de flat van Cornelius Gurlitt werden 181 werken gevonden die met ‘grote waarschijnlijkheid’ toebehoorden aan een joodse kunstverzamelaar in Dresden, die ze voor zijn vlucht uit nazi-Duitsland van de hand had gedaan. De erven van deze verzamelaar zouden wel aanspraak op teruggave kunnen maken. Dat geldt ook voor minstens dertien andere schilderijen in de woning van Cornelius Gurlitt die de eigenaren onder druk moesten afstaan.

De Duitse regering bespreekt met het ministerie van justitie in Beieren de mogelijkheden om de lijst van werken die bij Gurlitt zijn aangetroffen op korte termijn bekend te maken.

Cornelis Gurlitt (79) was echter lange tijd ‘zoek’. Sinds de politie in februari 2012 meer dan 1.400 kunstwerken uit zijn appartement haalde, was hij niet meer gezien. Niet in München, bij die flat, en niet in Salzburg, waar hij ook een huis bezit. Tot eerder vandaag. Reporters van het Franse blad Paris Match ontdekten dat de 79-jarige Gurlitt zich schuil houdt op de vijfde etage van het gebouw waar de kunstverzameling werd gevonden.