‘Ziekenhuizen moeten niet zo bang zijn’

DSW zet jaarlijks de trend bij de zorgpremies. Directeur Chris Oomen is kritisch over zijn branche. „Als ziekenhuis zou ik verzekeraars eruit schoppen.”

Foto Andreas Terlaak

De concurrentie deed vorig jaar wat laatdunkend over die dwarse zorgverzekeraar uit Schiedam. Altijd wat met DSW. Ieder jaar als eerste met de hoogte van de nieuwe zorgpremie. Steeds wat nieuws waarmee de vermogende bestuursvoorzitter Chris Oomen de aandacht trekt.

Toen de verzekeraar uit Schiedam vorig jaar met een onverwacht scherpe premieverlaging kwam, vroeg topman Roger van Boxtel van Menzis zich hardop af of Oomen die soms uit eigen zak betaalde. Maar Oomen voorspelde onverstoorbaar dat alle andere zorgverzekeraars zijn lage tarief zouden volgen. Sterker, hij waarschuwde voor „onmaatschappelijk hoge winsten” bij de zorgverzekeraars.

Oomen kreeg tweemaal gelijk. Grote verzekeraars als Achmea (Zilveren Kruis, Agis, Interpolis, FBTO), VGZ en Menzis bleven voor 2013 met hun tarieven in de buurt van ‘Schiedam’. En afgelopen voorjaar ontstond ophef toen de een na de andere zorgverzekeraar een vervijf- of verzesvoudiging van zijn resultaat bekendmaakte. Stuk voor stuk zijn het niet op winst gerichte instellingen die met gemeenschapsgeld binnenlopen, was de kritiek. Dat wreef DSW de concurrentie onlangs nog eens in door als eerste de tarieven voor de rest van dit jaar tussentijds te verlagen, als een soort correctie op een te hoog afgesproken maandpremie.

Oomen is een opvallende figuur binnen de zorgwereld. Veel bestuurskamers worden bemand worden door oud-ambtenaren, voormalig ziekenfonds- of ziekenhuisdirecteuren of oud-politici (Wouter Bos bij VUmc, Ab Klink binnenkort bij VGZ, Van Boxtel bij Menzis). Oomen is gewoon een rasondernemer.

Medio jaren tachtig handelde hij privé in goudopties: derivaten die het recht geven goud te kopen of te verkopen. Maar hij merkte dat die markt niet functioneerde, hij kreeg zijn goud- opties op een zeker moment niet meer verkocht. „Als ik mijn stukken aanbood, verhoogde de handelaar op het Rokin telkens zijn prijs. Ik dacht: ik zit aan de verkeerde kant.” Dan maar zelf die optiebeurs op dus. Zo werd hij in de avonduren grondlegger van Optiver, op afstand de meest succesvolle Nederlandse derivatenhandelaar. Oomen werd er financieel onafhankelijk mee (Quote schat zijn vermogen op 125 miljoen euro), maar hij bleef werken bij DSW. „Ik heb altijd iets met gezondheidszorg gehad. In 1979 ben ik al begonnen bij de voorloper van DSW; SVM – Schiedam, Vlaardingen, Maassluis. Dat was een ziekenfonds. Daar wilde vroeger niemand werken. Net als bij de PTT.”

Too big to fail

In die bijna 35 jaar is de Nederlandse gezondheidszorg ingrijpend veranderd, vertelt Oomen. Marktwerking deed zijn intrede. „En dan weet je wat er gebeurt. Als er concurrentie komt, dan zie je samenbundeling. Dat komt omdat partijen onderling te bang zijn voor competitie. We hebben nu vier grote verzekeraars [Achmea, VGZ, CZ en Menzis, red.].”

Dat is te weinig, zegt Oomen. Want als er eentje omvalt, dan heb je er nog maar drie, is zijn logica. „Achmea – dat in 2008 al staatssteun kreeg – heeft nu eenderde van de markt. Stel, dat Achmea omvalt. Er is geen zorgverzekeraar in Nederland die de verzekerden kan overnemen. Niemand heeft voldoende eigen vermogen om 5 miljoen verzekerden erbij te nemen. Dat vereist zoveel kapitaal, dan ben je meteen failliet. Too big to fail.”

Beloningen jagen de schaalvergroting alleen maar aan, vindt hij. „In de beloningscode krijg je als bestuurder van een grote verzekeraar meer betaald. Dat is belachelijk. Een verzekeraar als Achmea is te groot om failliet te laten gaan, die loopt geen risico. Wij, als DSW, lopen veel meer risico. Wij zijn namelijk niet too big to fail. Dus ik zou zeggen: je zou de kleinere verzekeraar meer moeten belonen dan de grotere.”

Verstoorde machtsverhoudingen

Naast zorgverzekeraars zijn ook ziekenhuizen te groot geworden, vindt Oomen. Hij noemt fusies van ziekenhuizen de ‘armoede van de ondernemer’. „Laatst liep ik mee met een hoogleraar op Erasmus MC. Dan draagt zo’n man een badge en moet hij zich overal voorstellen. Oh, u bent ook van het ziekenhuis? Er is niemand die elkaar daar nog kent. Dan gaat niemand mij vertellen dat dat een efficiënt werkende organisatie is. Ze zijn te groot. Dat voegt niets toe.”

De machtsverhoudingen zijn uit evenwicht, zegt de DSW-directeur. Betekent dat dat zorgverzekeraars aan ziekenhuizen hun wil kunnen opleggen bij de jaarlijkse onderhandelingen over de in te kopen zorg? Volgens Oomen maken veel ziekenhuisbestuurders de fout dat zij maar op hun rug gaan liggen. In de trant van, oh, die zorgverzekeraars zijn zo machtig.

Een denkfout. „Als ik een ziekenhuisdirecteur was en er kwam een verzekeraar over de vloer die zorg 10 procent onder de kostprijs zou willen hebben, dan schopte ik hem de deur uit. Sterker, als ik een ziekenhuisdirecteur zou zijn geweest... Ik had niet eens met een verzekeraar gesproken! Nee, echt niet.”

Tegelijkertijd worden in Nederland spookverhalen verteld over de eisen of dictaten van zorgverzekeraars, zegt hij. Vooral op congressen en symposia, in politiek en media. „Je praat over iets wat helemaal niet bestaat. Zoiets zit in de hoofden van de mensen.”

Oomens stokpaardje: u kent niemand... die iemand kent... die ooit door zijn zorgverzekeraar is gebeld: u moet daarheen. „Dat is nog nóóit voorgekomen.” En, voegt hij toe, er is niet één verzekeraar in Nederland die niet met alle ziekenhuizen een overeenkomst sluit.

In werkelijkheid zit het zo, legt de DSW-directeur uit: als een ziekenhuis failliet gaat doordat het geen contract krijgt met een verzekeraar, dan heeft die zorgverzekeraar ook een probleem. Dat vergeet iedereen. Het is machtsmisbruik als een kliniek zo bankroet gaat. „Het gekke is dat ziekenhuizen nog steeds niet zo denken. Wij willen een markt creëren tussen partijen en mensen die helemaal niet gewend zijn in een markt te werken.”

Nee, dat hele onderhandelingsspel tussen ziekenhuizen en zorgverzekeraars is een wassen neus, vindt Oomen. Selectief inkopen? Hoe doe je dat bij een basispolis die voor iedereen gelijk moet zijn en een wettelijk verankerde keuzevrijheid van de patiënt? Die vrijheid kan volgens hem niet beperkt worden. „Ook vrij logisch: je weet van tevoren niet wat je overkomt.”

Jong, oud, zwak en gezond

Bij de basispolis geldt een acceptatieplicht. Jong en oud, zwak en gezond. Verzekeraars worden vervolgens gecompenseerd voor hun populatie, zodat een verzekeraar met een grijze, en bovengemiddeld dure, achterban niet in het nadeel is. Maar verzekeraar Promovendum, partner van VGZ (meer dan 4 miljoen verzekerden), mikt bijvoorbeeld bewust op hogeropgeleiden. „Mijn kinderen, die allebei studeren, worden actief benaderd. Bij het vereveningssysteem word je gecompenseerd voor verzekerden die allochtoon zijn, in een achterstandswijk wonen, of een laag inkomen hebben. Wat denk je dat er hier op de hogeschool rondloopt?”

Oomen wijst over zijn schouder naar buiten.

„Veel studenten zijn allochtoon, hebben per definitie een laag inkomen en wonen daardoor in een achterstandsbuurt. Dat zijn je beste verzekerden. Daar krijg je extra voor betaald en het zijn de goedkoopste. Maar als je daar als verzekeraar op inspeelt – dat kan iedereen begrijpen – weet je toch dat daardoor de kosten in de gezondheidszorg niet dalen?”

De DSW-bestuurder tikt per woord met zijn vuist op tafel. „Zoiets is een bewuste actie om de solidariteit in de zorg te ondermijnen. Ik vind het belachelijk dat we dit toestaan.”

Solidariteit

Oomen kan zich opwinden over de misstanden die hij ziet. De collectieve verzekering (de basispolis met collectiviteitskorting) noemt hij pure oplichting. Dat verzekeraars tot 10 procent korting geven aan verzekerden in groepsverband – of dat nu via werkgever of via de Consumentenbond is – staat haaks op de gedachte achter de verplichte basispolis waarbij zorgverzekeraars een acceptatieplicht hebben, betoogt hij.

„In de zorgverzekeringswet is vastgelegd dat je ongeacht inkomen, gezondheid en leeftijd op dezelfde manier tegen een en dezelfde prijs bij een zorgverzekeraar bent verzekerd. Oké, er mag maximaal 10 procent prijsverschil bestaan bij polissen van dezelfde aanbieder als er inkoopvoordelen bestaan. Nou, die zijn er dus niet. Integendeel. De meeste verzekeraars laten hun verzekerden een trucje doen: je moet je ergens bij aansluiten en dan kunnen degenen die dat niet doen dat betalen. Korting via de werkgever is asociaal. Het benadeelt iedereen die geen werk heeft. Een schande. Het past niet in de solidariteitsgedachte. Waarom wordt die korting dan gegeven? Wie gaat er nu meer of minder naar de dokter als hij collectief verzekerd is? „Het betekent gewoon dat mensen korting krijgen op rekening van de ander.”