Weduwe: huisarts Tuitjenhorn was weerloze pion in wrang schaakspel

Nieuwsuur brengt vanavond voor het eerst het verhaal van Anneke Tromp, de weduwe van huisarts Nico Tromp die begin oktober zelfmoord pleegde nadat justitie hem aanklaagde voor moord. Foto Nieuwsuur

Niemand was geïnteresseerd in de kant van het verhaal van de huisarts uit Tuitjenhorn die zelfmoord pleegde nadat een onderzoek naar hem was ingesteld. Dat zegt zijn weduwe Anneke Tromp vanavond in het televisieprogramma Nieuwsuur. “Hij is heel snel in een weerloze pion in een wrang schaakspel veranderd.”

Anneke Tromp is zelf basisarts. Ze begeleidt coassistenten in een regionaal ziekenhuis. De zaak tegen haar man, die een terminaal zieke patiënt onder meer honderd keer de normale dosis morfine gaf, kwam aan het rollen nadat een coassistent van het Academisch Medisch Centrum (AMC) die bij de toediening aanwezig was aan de bel trok. De terminaal zieke patiënt overleed korte tijd later.

Het AMC meldde de zaak zonder de huisarts daarover in te lichten bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Die schakelde het Openbaar Ministerie in, ook zonder de huisarts naar zijn verhaal te vragen. Het OM begon vervolgens een strafrechtelijk onderzoek. Eind augustus vond vanwege het onderzoek een huiszoeking plaats.

Begin oktober werd de huisarts op non-actief gesteld. Hij pleegde enkele dagen later zelfmoord. Het strafrechtelijk onderzoek werd na zijn dood gestaakt.
Na de aanklacht van moord werd Tromp volgens Nieuwsuur depressief en suïcidaal. De huisarts werd opgenomen in een psychiatrische kliniek, waar hij twee weken verbleef. Tijdens zijn verblijf werd hij wel twee keer verhoord door de politie.

‘Voorlopig nog geen einde aan nachtmerrie’

Sinds de avond van de doorzoeking heeft de huisarts volgens zijn weduwe nooit de gelegenheid gehad zijn verhaal te vertellen. Zijn weduwe zegt dat de periode een nachtmerrie was. “Niet alleen voor mijn man, maar ook voor mij en mijn kinderen en naaste familie. En dat is het nog steeds. En daar zal voorlopig nog geen einde aan komen, ben ik bang.” (Novum)