Waarom rijke senioren subsidiëren?

Voor econoom Barbara Baarsma is het persoonlijke economie. „Geen kinderen, wel parttime werken? Daar snap ik niks van.”

tekst Rinskje Koelewijn foto Ilja Keizer

Barbara Baarsma. Op tafel de brieven die ze als kind kreeg van haar oom Philip. „Hij versierde ze met tekeningen. Deze brief heb ik altijd bewaard, hij hing op al mijn studentenkamers.”

Eigenlijk is het net iets te fris op het overdekte terras van Het Klein Kalfje, een uitspanning langs de Amstel. Barbara Baarsma (43) komt er een paar keer per week langs als ze hardloopt – een kilometer of twaalf, dertien – maar heeft er nog nooit gezeten. Colbertje uit, colbertje aan over haar jurkje in changeant stof. Een zonnestraal kleurt het smaragdgroen, betrekt de lucht dan is het petroleum blauw. Barbara Baarsma is directeur van economisch onderzoeksbureau SEO, ze is bijzonder hoogleraar marktwerking- en mededingingseconomie en kroonlid van de Sociaal Economische Raad (SER).

Het bureau van Barbara Baarsma is een van de oudste onderzoeksinstituten van Nederland – opgericht in 1949 – en doet onderzoek naar „maatschappelijk relevante” vraagstukken. De 45 SEO-economen rekenen de arbeidsmarkt door, de postmarkt, de zorg, de kinderopvang. Barbara Baarsma is „meewerkend voorvrouw” en het gezicht van SEO. Zij zit aan tafel bij de De wereld draait door en Pauw & Witteman als er een lastige economische kwestie uitgelegd moet worden. En ja, dat valt op. Ze is jong, vrouw, blond en sprankelend. En zo ter zake kundig dat de gastheren haar wel moeten laten uitpraten.

Eerst maar even een kwestie afhandelen: afgelopen jaar kwam er kritiek op twee SEO-rapporten; een over brievenbusfirma’s en een over de plezier- en rondvaart in de Amsterdamse grachten. Economen dachten in het eerste een rekenfout te zien, en de reders van de rondvaartboten vonden argumenten waarom het SEO-advies (voer een vergunningstelsel in) een heel slecht idee was.

Het colbertje van Barbara Baarsma gaat aan. „Wij onderzoeken maatschappelijke vraagstukken. Onderwerpen waarover discussie is. Soms is er kritiek. Partijen zijn bang dat onze conclusies hun belangen schaden. Of ze vinden dat we de ‘tegenstander’ te veel begunstigen. Maar wij zijn onafhankelijk. We zetten vrijwel al onze onderzoeksrapporten op internet. Dat doen weinig onderzoeksbureaus ons na.” Vervelend onderwerp? Nee hoor, zegt ze. „Kritiek hoort erbij. Het is mijn werk om die met argumenten te weerleggen.” Ze zwijgt afwachtend.

We worden opgeschrikt door een groep van zes dames en vijf heren die elkaar begroeten met klapzoenen. Senioren. Ze zetten hun fietsen op slot en schuiven stoelen naar de grote tafel op de veranda achter ons. Met z’n allen onder de straalkacheltjes, lekker warm. Barbara Baarsma bekijkt het tafereel geamuseerd. Dan schuift ze een menukaart over tafel naar me toe. O ja, snel bestellen. Anders is die groep achter ons ons voor. Haar gelakte nagel glijdt langs de gerechten. De zakelijkheid van zo-even is verdwenen. „Tournedos, kaasfondue, saté van varkenshaas? Gatver. Ik wil gewoon iets met brood.” Ze kiest een salade met tonijn (en stokbrood). De groep achter ons neemt kroketten. „Twee!”, horen we. En: „Op witte boterhammen graag.”

Zouden deze elf ouderen het opiniestuk van Barbara Baarsma hebben gelezen, eerder dit jaar in dagblad Trouw? Ze schreef het met Henriëtte Prast, hoogleraar persoonlijke financiële planning in Tilburg. Dat ging over wat zij het „omgekeerd Robin Hood beleid” noemen: de armen laten betalen voor de rijken. Het enige wat je hoeft te doen om korting te krijgen op musea, de bioscoop, het openbaar vervoer is: 65 worden. Die kortingen, zegt Barbara Baarsma, zijn in de praktijk subsidies voor de rijkere senioren. „Het voordeel komt terecht bij de mensen die zonder korting ook al naar het theater, de bioscoop of het museum gingen en die fit genoeg zijn om de bus ernaartoe te nemen.”

Barbara Baarsma schreef het stuk niet om ouderen hun voordeeltje af te pakken. Ze schreef het omdat ze wil dat we nadenken over subsidies, en of die wel terecht komen bij wie het nodig heeft. Zij zegt: er zijn meer 65-minners dan 65-plussers met een laag inkomen. „Waarom moet een gezin met twee kinderen en een modaal inkomen meebetalen aan subsidie voor senioren. Maak subsidie niet afhankelijk van leeftijd, maar van inkomen.”

Kinderbijslag is ook niet inkomensafhankelijk, zeg ik. „Het is van de gekke dat ik dat krijg.” Ze heeft twee zoons, 15 en 17. De een zit in vier vwo, de ander doet eindexamen vwo. Ze voetballen allebei bij een eredivisieclub. (Welke club laat ze in het midden. Haar zoons zijn gesteld op hun privacy.) Ze ziet me rekenen. „We hebben ze jong gekregen. We wilden allebei graag kinderen. En achteraf bleek het een voordeel dat we zo jong waren. Je bent minder moe en je carrière groeit met je kinderen mee. Nu zeg ik tegen jonge medewerksters met een kinderwens: heb je een vent met wie je oud wil worden? Ja? Stel het dan niet uit.” Haar „geliefde” studeerde nog, zij was 25 en assistent in opleiding aan de Universiteit van Amsterdam. „Ik gaf college. Met mijn rug naar de zaal stond ik iets te noteren op het bord, dat bestond toen nog. Ik draaide me om en zag het rijtje jongens op de eerste rij naar mijn dikke buik kijken. Die mengeling van verbazing en afschuw in hun blik.” Ze lacht. Een proefschrift schrijven viel goed te combineren met kleine kinderen, zegt ze. „En het risico op vertrutting was heel klein. Niemand in mijn vriendenkring was geïnteresseerd in welk type kinderwagen ik had.”

Gejoel achter ons. De kroketten zijn er (net iets eerder dan onze salades). „Fijn om zo oud te worden”, zegt zij. Als wij zo oud zijn, werken we nog, zeg ik. „Ik mag het wel hopen”, zegt zij. „Ik zou tegen die tijd best leraar willen zijn op een middelbare school. Economie of wiskunde. Geef ik iets terug van mijn kennis en ervaring.” Soepel lepelt ze een paar getallen op: Nu zijn er vier werkenden op één gepensioneerde. In 2040 zijn dat er twee op één. „De AOW-leeftijd verhogen, helpt onvoldoende.” Er moeten meer werkenden komen (meer vrouwen en werklozen aan het werk). En degenen die werken moeten langer en méér werken (parttimers worden fulltimers). Wist je, zegt ze, dat er mensen zijn die geen kinderen hebben en toch parttime werken? Ze lacht. „Daar snap ik dus helemaal niks van.” Misschien hebben ze een hobby, opper ik. Ze kijkt quasi-verbaasd. „Ik vind mijn werk gewoon te leuk. Daar vul ik moeiteloos mijn dagen mee.”

Drie-eenheid

Banken, pensioenen, woningmarkt. Dat is haar drie-eenheid. Wil Nederland groeien, of om te beginnen maar eens uit de crisis komen, dan zal er op die drie terreinen moeten worden hervormd. Barbara Baarsma herhaalt het „als een grijsgedraaide plaat” al jaren. Voor dovemansoren? Ze zucht en zegt dat ze het heus wel begrijpt dat er in het begrotingsakkoord iets anders staat dan de meeste economen adviseren. „Politici bezuinigen liever dan ze hervormen.” In het laatste akkoord staan weer vooral bezuinigingsvoorstellen.

Als zij het voor het zeggen had, liet ze de drieprocent eis voor wat het was en sloeg ze aan het hervormen. „Ja, dat doet pijn.” Maar beter zuur nu, dan straks sorry. „Ik durf er niet aan te denken hoe we er voor zullen staan in 2040.” Politici, zegt zij, hervormen niet graag. „Ze zijn bang er bij de eerstvolgende verkiezingen op te worden afgerekend.” Dat klinkt niet vrolijk. „Dat de politiek zo werkt, is triest.” Dat klinkt bijna moedeloos. „Ik hoor vaak: ‘wat hebben we aan economen? Ze hebben de crisis niet voorspeld, en ze kunnen hem ook niet oplossen’.” Maar? „Wij economen dragen ons steentje bij. Alleen, economie is geen exacte wetenschap. Je kunt niet weten hoe mensen zullen reageren op veranderende omstandigheden. En: economen zijn het meer met elkaar eens dan men denkt. Over de oorzaken van de crisis zijn we het behoorlijk eens.” De oorzaak, zegt Barbara Baarsma, zijn we ook zelf. „We weten dat onze huizen veel te duur worden als we huiseigenaren met hypotheekaftrek blijven subsidiëren. We weten dat we onze arbeidsmarkt op slot zetten als we het ontslagrecht niet aanpassen, we laten zelf onze zorgkosten oplopen.”

De groep achter ons rekent af en stapt weer op de fiets. We zijn, zegt Barbara Baarsma kampioen pensioen opbouwen. Hé, hoor ik haar nou iets optimistisch zeggen? „In onze pensioenfondsen zit duizend miljard. Het wordt het mooiste systeem van de wereld genoemd.” Maar? „Het is de vraag of we straks ook kampioen pensioen uitbetalen zijn.” En nu ze toch bezig is: „Over het geld in die pensioenpot is geen belasting betaald. Dat gebeurt pas als het na je vijfenzestigste wordt uitgekeerd.” Ja, dus? „Een deel van die pensioenreserve bestaat dus uit schuld. Belastingschuld. De overheid moet die voorfinancieren. Met geleend geld iets anders betalen.... ? Waar kennen we dat van?” Ze geeft het antwoord zelf. „Van hedgefondsen. Die werken precies zo. Daar spreken we dan schande van. Maar dit is precies hetzelfde. En we laten het ongemoeid.”

Ze dompelt behulpzaam het theezakje in mijn kopje water dat onaangeroerd op tafel staat. „Straks is het koud.” Ik beantwoord haar toeschietelijkheid met een bekentenis. Dat ik wel eens minder...intensieve.. lunches heb meegemaakt. Geeft niks, zegt ze.

Ze wijst met een vinger in de lucht haar vaste hardlooprondje aan. „Ik denk het best als ik ren. Ik vertrek met een lekker lastig probleem. Ben ik halverwege...shit. Heb ik het al opgelost.”