Waar wachten we op met het e-boek in het Nederlands?

De Nederlandse uitgeefwereld is nog altijd een aanbodcultuur. Er is te weinig aandacht voor wat de lezer wil. Het e-boek kan dat veranderen. Maar dat moet dan wel snel, vindt Louis Stiller.

Wordt het nog wat, met het e-boek? Dat is de vraag. Het e-boek heeft nog geen vier procent marktaandeel in Nederland. Daarmee loopt het aardig in de pas met de rest van het Europese vasteland: in Duitsland ligt het aandeel op 2,4 procent, in Frankrijk op iets meer dan drie procent. Maar in de Angelsaksische landen liggen de zaken heel anders. Zo’n veertig procent van de verkochte Engelse boeken is een digitaal exemplaar – en naar verwachting stijgt dat aantal in 2014 tot boven de vijftig procent. Hoe kan dat?

De Angelsaksische boekrevolutie begon in 2007, met de introductie van Amazons Kindle, een mooi, simpel, sexy apparaatje waarmee je in de online boekwinkel van Amazon uit een enorm aanbod aan Engelse e-boeken kan kiezen (inmiddels ruim drie miljoen, waarvan een kleine miljoen literaire werken) en waarmee je met één druk op de knop voor zeer schappelijke prijzen boeken kan binnenhalen (James Joyce, Four Novels, 2,99 dollar).

Na Amazons Kindle kwam de concurrentie met fraaiere of goedkopere e-readers: de Sony readers, de Nook van Barnes & Noble, de Kobo-reader, de iCarus Go. Ze zetten de Amerikaanse, Engelse en Australische boekenmarkt volledig op zijn kop. Al snel, zo gingen de berichten, verkocht Amazon meer e-boeken dan hardcovers.

Waar komen deze verschillen tussen de Angelsaksische en de Europese boekenwereld vandaan? Dat antwoord is al vele malen gegeven: standaardisatie, prijs en beschikbaarheid. Om met dit laatste te beginnen: Bol biedt op dit moment ruim twintigduizend e-boeken aan. Lijkt veel, is weinig. En zoek je buiten de bestsellers, dan is het aanbod tamelijk schraal. Bij Bol kun je van Jan van Aken acht papieren boeken bestellen – en maar twee e-boeken. Van Stefan Hertmans: negenentwintig papieren boeken, één e-boek. Van V.S. Naipaul zijn alleen Engelstalige e-boeken verkrijgbaar. In overvloed, dat dan weer wel. Maar de vertalingen moet je van papier lezen.

Naast de geringe beschikbaarheid is de chaotische markt van e-readers een probleem. Wie een e-boek bij Amazon koopt, kan die niet op zijn Sony reader lezen. En koop je een boek in de Apple boekenwinkel, dan kun je dit met geen mogelijkheid naar je Kindle sluizen. Iedereen heeft zijn eigen winkeltje.

Een derde probleem in Nederland is de prijs. Die is weliswaar lager dan het papieren boek, maar het scheelt niet veel. In Angelsaksische landen is het e-boek daarentegen over het algemeen beduidend lagere geprijsd. Klassieke boeken kosten sowieso bijna niets in digitale vorm, maar zelfs populaire auteurs als Dan Brown bieden hun oudere boeken aan voor ruwweg de helft van de paperbackprijs. The Kite Runner van Khaled Hoseini kun je al voor 2,77 dollar op je Kindle of Kobo-reader plaatsen. Gemiddeld, zo becijferde media-analist Nielsen, zal de prijs van een e-boek in 2014 vijf dollar zijn, terwijl een paperback het dubbele kost. Dát zijn de verhoudingen in Amerika en Engeland.

In Nederland komen zulke prijsverschillen nauwelijks voor (en vaak alleen maar in de vorm van tijdelijke kortingen). Dat komt deels omdat de BTW op e-boeken 21 procent is en geen zes procent, zoals bij papieren boeken. Maar het is ook een marktkwestie: uitgevers en verkopers van e-boeken willen hun prijzen niet laten zakken. De verzamelde brieven van Ted Hughes (Ik wil nooit vergeven worden, in de vertaling van Nelleke van Maaren), kosten bij Bol 29,99 euro. „Dat is te veel voor wat je krijgt”, aldus schrijver Ted van Lieshout. Hij kocht het goed besproken brievenboek nadat hij een recensie had gelezen. Binnen tien seconden stond het op zijn iPad. Maar ondanks die snelle levering was Van Lieshout – een frequent maar geen fervent schermlezer – niet tevreden. Niet alleen was de prijs hoog, ook de kwaliteit viel tegen. „Het stikt van de afbrekingen die waarschijnlijk met de hand zijn ingevoerd om het drukwerk er mooi uit te laten zien, en die er niet meer zijn uitgehaald voor de digita-le ver-sie. Hon-derden, werkelijk honder-den afbrekingsstreepjes staan er in het boek. Het oogt verschrikkelijk slordig. De Arbeiderspers verdient een pak slaag voor het zo nalatig omgaan met wat op papier nu juist zo’n mooie serie is.”

Veel voor betaald en weinig voor gekregen: dat is het probleem van het e-boek op het Europese vasteland. Een papieren boek is een bezit, heeft materiële waarde en je kunt het uitlenen of verkopen. Geen wonder dat de prijzen in de Angelsaksische landen zo zijn gezakt: e-boeken zijn gewoon niet zoveel waard, in het oog van de consument. Het zijn en blijven bestandjes van een paar honderd kilobytes waar je een – vaak tijdelijk – gebruiksrecht voor krijgt.

„E-readers worden vooral gekocht omdat ze gemakkelijk in het gebruik zijn en minder wegen dan een flinke pil. Dit blijkt voor veel mensen geen reden om al die zware boeken dan maar weg te doen”, zegt Jaap Boter, bijzonder hoogleraar op de leerstoel Boekhandel bij de Vrije Universiteit.

Het is wonderlijk dat uitgevers de e-boeken alleen als ‘omzetverhoger’ zien - zeker als die extra omzet uit slechts een paar procenten bestaat. Zo gaan ze voorbij aan de andere mogelijkheden van het e-boek. Lastiger te verkopen uitgaven, zeldzame werken en andere boeken die in papiervorm kapitalen kosten, kunnen bijvoorbeeld via e-boeken op grote schaal beschikbaar worden gemaakt. De complete catalogus van belangrijke auteurs en bijzondere boeken kunnen worden uitgestald, zonder grote risico’s te lopen. Boekwinkels kunnen dat niet, daarvoor zijn hun voorraad- en huurkosten te hoog. E-boekwinkels wel, die hebben plek genoeg. En in welke ‘echte’ boekwinkel vind je nog het complete werk van Hugo Claus, Bernlef, Louis Couperus of Hella Haasse in de schappen? Toch is er behoefte aan dit brede aanbod. Niet bij iedereen, wel bij sommigen.

The long tail” noemt Chris Anderson die ‘sommigen’ in zijn gelijknamige boek: de mindere goden van de afzetmarkt die gezamenlijk nog een flinke waarde vertegenwoordigen. E-boeken zijn veel beter dan papieren boeken in staat om die lange staart van de afzetmarkt gestalte te geven. Daarvoor moeten uitgevers wel hun héle catalogus digitaliseren en aanbieden – vooral de boeken die allang uit de boekwinkel zijn verdwenen. In Nederland laat e-uitgeverij Fosfor zien hoe dat moet.

Via e-boeken kun je ook beter de smaakontwikkelingen van het veelvormige, onrustige lezerspubliek in de gaten houden. Fifties Shades of Grey zou nooit zo’n enorm succes zijn geweest als het niet als e-boek was begonnen. Rond deze fan fiction ontstond een hype die aanvankelijk niet de boekenbijlagen en uitgeversbladen haalde, maar wel op fansites en internetfora voor veel gniffelende ophef en lezersaandacht zorgde. Anders dan papieren boeken horen e-boeken bij de wereld van fansites, blogs en sociale media. Daardoor zijn ze meer dan papieren boeken in staat om de gevoelstemperatuur van de lezersmarkt te meten – vooral in genres en stijlen waar uitgevers al snel hun neus voor ophalen.

Het e-boek laat zien wat leeft onder het lezerspubliek. En wat eenmaal leeft, kan door traditionele uitgevers worden opgepakt en groot gemaakt. De Amerikaanse schrijver Hugh Howey schreef het postapocalyptische sciencefictionverhaal Wool en gaf dit zelf uit via Amazons ‘direct printing’-programma. Toen Howey’s verhaal aansloeg, besloot hij vervolgverhalen te schrijven, zonder dat er een uitgever aan te pas kwam. Zo liet hij aan de professionele boekenwereld zien hoe populair zijn fictie was. Met succes. Onlangs sloot Howey een deal met een grote Amerikaanse uitgever om de serie ook in papieren vorm uit te geven. Voorschot: een half miljoen dollar.

Dit patroon zie je steeds vaker terug, zeker in de Amerikaanse markt voor genrefictie: fantasy, horror, thrillers, erotica, en andere stromingen die niet bij de brede snelweg van de literatuur horen.

Het e-boek als vanger in het koren: dat vereist een heel andere opzet en instelling dan ebook.nl of bol.com. Uitgevers, schrijvers en anderen in de boekenwereld moeten een slimmere strategie uitzetten. Ze moeten een omgeving bouwen waarin schrijvers van allerlei pluimage hun buitenissige verhalen willen publiceren. Die is er niet of nauwelijks in Nederland. Uitgevers, boekhandels, schrijvers en letterenorganisaties zullen dus nog verder moeten investeren in het optuigen van een omgeving waar het publiek een grote vinger in de pap heeft – groter dan nu gebruikelijk is in de boekenwereld.

Vandaar mijn verwondering over Brave New Books, het recente initiatief van Bol, Mijnbesteller.nl en Singel Uitgevers (Querido) om onbekende auteurs de mogelijkheid te geven hun boeken te vervolmaken en te verkopen. Dat geeft jonge, rare, experimentele, bijzondere schrijvers macht en mogelijkheden, maar het publiek speelt nauwelijks een rol: er wordt geen omgeving geschapen waarin lezers aan kunnen geven wat echt interessant kan worden. Nog steeds is de Nederlandse uitgeefwereld een aanbodcultuur.

Het e-boek kan dus op verschillende manieren een plek krijgen in het Nederlandse lezerslandschap. Daarvoor is vernieuwing en moed vereist en moet samenwerking worden gezocht tussen verschillende partijen: uitgevers, lezers- en schrijversgemeenschappen.

Maar het belangrijkste is dat we het e-boek moeten zien als een nieuwe mogelijkheid om in contact te komen met lezers en hun snel veranderende voorkeuren. Laten we dat snel en goed doen – voordat anderen het voor ons doen.