Voedsel voor gesprekken

Zelfs thuiskok Marjoleine de Vos heeft wel eens genoeg van „het gezwam over eten”. Maar wat gastrocritici ook beweren: „koken en eten is gewoon fijn”. Foto Holger Niehaus

Pervers en decadent’ noemde de Engelse journalist Steven Poole de huidige eetcultuur. Hij vond dat ‘grote delen van het internet’ ‘gekaapt’ zijn door culibloggers, wier ‘pseudo-erotische epistels’ hem de keel uithangen. Net als de mensen die wenend van geluk bij Fernan Adrià (van El Bulli) zaten te eten, of die luidkeels verkondigen dat ze bij Noma hebben gegeten (het ‘beste restaurant ter wereld’ in Kopenhagen). „Dikdoenerij in de letterlijke zin des woords.” De Westerse cultuur is, zo schreef hij onlangs in deze krant „één grote eetwedstrijd”.

Toe maar.

Natuurlijk overdrijft Poole. Niemand weet wat het zou kunnen betekenen dat grote delen van het internet gekaapt zijn, er zijn helemaal geen ‘grote delen’ van het internet en die kunnen ook niet gekaapt worden. Er is gewoon het internet waarop mensen over van alles en nog wat schrijven. Onder meer over eten. Heel veel over eten. (En heel veel over seks, over racisme, over alles waar ze het niet mee eens zijn en over alles waar ze het wel mee eens zijn.)

Toch zit er iets in. Zenders die 24 uur per dag, zeven dagen in de week kookprogramma’s uitzenden. Allerhande kookwedstrijden op de televisie. De stapels kookboeken die verschijnen. Het eindeloze gezwam over eten.

Wat staat daar: ‘het eindeloze gezwam over eten’? En dat uit de pen van iemand die week in week uit…?

Eh ja. Eten is leuk en het is een genoegen als eten ook lekker is. We moeten bovendien eten – vroeger werd ik kwaad als iemand zei dat koken mijn ‘hobby’ was. Hobby, hobby, niks te hobby, we moeten gewoon elke avond eten. En toevallig vond ik koken wel leuk. En ik vond het de moeite waard om iets dat je elke dag doet en moet doen, aangenaam te maken. Dus ik kookte met animo, jazeker, en anders dan die meneer Poole die, alsof dat moreel superieur is, schrijft dat hij nooit de behoefte heeft gehad om een kookboek door te bladeren, las ik graag kookboeken. Daar leer je van. Wie kookt er bij Poole thuis vraag je je af. Er zal toch íemand wel eens door een kookboek moeten bladeren.

Gelukkigmakend

Koken is leuk en ontspannend als je het grootste deel van je tijd met letters in de weer bent. Schrijven en lezen is verrijkend, het is een grote behoefte, ik ben het met Poole eens dat het vullen „van de ruimte tussen de oren” belangwekkender is dan de vele manieren waarop we onze maag kunnen vullen, maar dat neemt niet weg dat het gelukkigmakend is om iets smakelijks te bereiden, om je oven te horen zoemen, de geur van een in wijn gestoofd gerecht uit een pan te ruiken, te zien hoe steenharde kweeperen in een zoete, amberen massa veranderen die godzalig smaakt bij oude of blauwe kaas. Het is leuk om iets voor mensen te maken, om ze een plezier te doen met iets lekkers, om jezelf in de gelegenheid te stellen om iets onbekends te maken.

En er is, vandaag de dag, ook alle reden om je bezig te houden met de manier waarop eten geproduceerd wordt en waar het vandaan komt. Niet alleen uit snobisme. Al komt dat laatste zeker ook voor, en al word je wel eens flauw van al dat gezeur en gepraat over Italiaanse lardo of de enige ‘authentieke’ manier om bagna cauda te bereiden, schuim te maken van erwten, of ijs van tomaten.

Daar kleeft iets overdrevens aan. Maar hemel, je moet voetballiefhebbers eens horen praten en eens kijken hoeveel tijd, geld en aandacht daarheen gaat zonder dat er iemand opstaat om dat ‘pervers’ te noemen, aangezien er grote delen van de wereld zijn waar ze helemaal niet professioneel kúnnen voetballen.

Ja, er zijn delen van de wereld waar mensen honger lijden, sommigen in ons eigen land moeten een beroep doen op de voedselbank. Er is dus alle reden om niet te koop te lopen met de hoeveelheden geld die je uitgeeft aan eten, maar dat geldt eigenlijk voor alles: het getuigt van slechte smaak en van een gebrek aan beschaving om je voor te laten staan op je uitgaven. Waaraan dan ook.

Ik voel dat ik nogal heen en weer slinger tussen sympathie voor en ergernis aan de boodschap van Poole. Ik heb enerzijds soms de neiging tot een rituele kookboekenverbranding als er wéér eens vier boeken binnenkomen waarin de mensen voor de honderdste keer al bekende gerechten maken met allemaal seizoensproducten, biologische ingrediënten en goede bedoelingen, en uitsluitend van speciale koeien en groenten die alleen op een weiland in de Achterhoek voorkomen of die slechts bij terugtrekkend water in natte kwelders aangetroffen worden.

Maar aan de andere kant: het feit dat véél mensen zich voor eten interesseren is, zeker in Engeland en Nederland, landen die niet bepaald bekendstonden om hun culinaire cultuur, alleen maar een verbetering. En het is ook snobistisch om iets niet meer interessant te vinden als er brede interesse voor is.

Bovendien, wat de mensen ook zeggen, is koken en eten gewoon fijn. Zoals ook Poole zegt: met een aantal mensen aan tafel zitten, is gezellig. En lekker eten, dat is mijn diepe overtuiging, maakt het gezelliger, maakt de sfeer beter en de gesprekken interessanter. Zolang ze niet gaan over de enige juiste manier van opperdoezen koken.