‘Uitstroom naar Syrië houdt aan’

Zo'n honderd strijders uit Nederland vechten in Syrië. „Een enkeling baart ons grote zorgen”, vertelt terreurbestrijder Dick Schoof.

Dick Schoof: „Let wel, het gaat om de nationale veiligheid.” Foto David van Dam

Achter dubbele bewaking in de hoogbouw van ambtelijk Den Haag huist nationaal coördinator terreur en en veiligheid Dick Schoof. Tussen stapels papier en geflankeerd door twee medewerkers vertelt hij over het werk van zijn organisatie. Donderdag meldde Schoof dat de kans op een terreuraanslag in Nederland nog steeds „reeël” is. Ogenschijnlijk is dat een status-quo, nadat in maart het dreigingsniveau werd verhoogd van „beperkt” naar „substantieel” wegens het uitreizen van tientallen jihadreizigers naar Syrië. Toch noemt Schoof de situatie nu „zorgelijker”. Want: „De uitstroom naar Syrië houdt aan.”

Terwijl de gedachte juist was dat Nederlandse strijders die daar omkomen afschrikwekkend zouden werken.

„Ja, maar dat is duidelijk niet het geval. Er zijn in de loop der tijd bijna honderd Nederlandse strijders afgereisd naar Syrië.”

Verbaast u dat?

„Eerlijk gezegd niet. Ik heb nooit geloofd dat men er uit naïviteit naartoe ging om hulp te verlenen. Misschien de eerste groep. Maar het feit dat mensen blijven gaan, maakt duidelijk dat men bereid is het risico te nemen.”

Wat weet u van de teruggekeerde groep?

„Dat ze echt bij gevechtshandelingen betrokken zijn geweest en steeds vaker voor Al Nusra werken, een aan Al-Qaeda gelieerde beweging. Een zeer gevaarlijke tendens. Deze terugkeerders hebben geleerd om zelf explosieven te maken en zaten in een zwaar geradicaliseerde omgeving. Dat brengen zij mee als ze naar Nederland komen. Dat maakt dat ze echt een risico vormen.”

Vormen ze een acute dreiging voor Nederland?

„Laat ik het zo zeggen: een enkeling baart ons grote zorgen.”

Waarom keren ze eigenlijk terug?

„Eh, goede vraag.”

U weet het niet?

„Nee, ik heb geen idee. Ik vermoed dat men gewoon terug wil. Ze zullen daar wel genoeg hebben gedaan.”

Wat doet u om te voorkomen dat ze vervolgens in Nederland toeslaan?

„Met politie, Openbaar Ministerie en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst zijn we intensief bezig om het net rond hen te sluiten.”

Wat houdt dat concreet in?

„We kijken nu hoe we rechtszaken kunnen opbouwen tegen Syriëgangers. Deels op basis van deelname aan een terroristische organisatie, maar ook op basis van misdaden die men in Syrië heeft gepleegd. Ik verwacht dat wij over een aantal maanden in staat zijn rechtszaken tegen één of twee van die jongeren te beginnen. Die acht ik zeer kansrijk.”

Hoe ziet het bewijs eruit?

„De recherche kan niet naar Syrië afreizen, maar wel informatie verzamelen. Denk ook aan het gebruik van inlichtingeninformatie. Meer kan ik er niet over zeggen.”

Hoeveel zaken denkt u te kunnen beginnen?

„Laten we gewoon met één of twee beginnen. We zullen bovendien eerst moeten zien hoe dit loopt, want het is onontgonnen terrein.”

Om het uitreizen van strijders te bemoeilijken wil minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD), net als dertien andere landen, alle vluchtgegevens gaan opslaan. Om een database op te tuigen, heeft hij al „een paar miljoen euro” van de Europese Unie gekregen. Daarnaast broedt de VVD’er op een plan om preventief het paspoort van uitreizigers in te nemen. Schoof: „Juridisch gezien is dat ingewikkeld, maar niet onmogelijk.”

Is het proportioneel de vluchtgegevens van zoveel onschuldige burgers op te slaan in de hoop een enkeling te kunnen tegenhouden?

„Om zicht te krijgen op terrorisme en georganiseerde misdaad is het in mijn ogen een extra mogelijkheid die we nodig hebben om zicht te houden op deze groep.”

Het is alsof we Opstelten zelf horen praten.

Lacht. „Nee, we zijn het op dit punt helemaal eens, maar het is een politiek besluit, zoals Opstelten ook de politieke steun voor deze plannen moet zien te verwerven. Dat is niet aan mij.”

Uw organisatie doet zelf geen onderzoek en vaart vrijwel volledig op de informatie van de AIVD. Wat is jullie meerwaarde?

„Wij voegen iets essentieels toe.”

Namelijk?

„Hoort zegt het voort, zal ik maar zeggen. De AIVD signaleert, maar wat er vervolgens met die informatie moet gebeuren, bepalen wij.”

Hoe is de samenwerking met de AIVD?

Schoof is tien seconden stil. „Ik constateer…die vraag heeft inderdaad heel lang gespeeld. Maar het afgelopen half jaar heb ik in een heel andere verhouding tot de dienst gewerkt dan wat ik jaren daarvoor heb meegemaakt, werkend in het veiligheidsdomein. De samenwerking is in mijn beleving nu goed.”

Waar zit het verschil in?

„Dat heeft met tijd te maken, met karakters van betrokkenen én dat de AIVD ons eerder zag als een inlichtingendienstje of als coördinator van zaken die ze zelf ook wel kunnen doen. Daar proef ik nu weinig meer van. Wij voelen op onze beurt een grotere noodzaak de boodschapper van hun informatie te zijn. Ik denk dat de AIVD nu ziet dat hij een grotere afhankelijkheid van ons zichtbare werk heeft dan gedacht.”

Concreet is dat de melding dat de dreiging nu een half jaar „substantieel” is. Hoe lang kun je zeggen dat een aanslag reëel is terwijl er niks gebeurt?

„Die mededeling is inderdaad nogal wat. Maar tegelijkertijd zeg ik erbij dat de burger in Nederland niet nerveus om zich heen hoeft te kijken. Dan kun je je afvragen: waarom zeg je dan dat de dreiging substantieel is? Ik vind die openheid belangrijker dan niks zeggen en achter de schermen allerlei beveiligingsmaatregelen nemen. Maar er is het risico dat je onrust creëert.”

Als het ‘dreigingsniveau substantieel’ lang aanhoudt, ebt de aandacht weg.

„Dat is een dilemma. Je kunt geen twee jaar een substantieel dreigingsniveau hebben. Dan verlies je iets van geloofwaardigheid.”

Schoof, vrijwel zijn hele leven werkzaam voor de rijksoverheid, was naar eigen zeggen één van de architecten van de uitbreiding van zijn organisatie. Niet alleen terrorisme is een groot gevaar. Ook grote dijkdoorbraken of cyberaanvallen op overheidsinstanties en grote bedrijven kunnen de samenleving ontwrichten. „Bij dreigende ontwrichting van de samenleving moet één organisatie leidend zijn.”

Hoeveel mensen werken hier inmiddels?

„Op dit moment 260 en daar komen binnenkort nog 30 mensen bij om de afdeling cybersecurity te versterken.”

Uw voorganger zei bij de oprichting in 2004: „Ik denk aan maximaal 80 specialisten. Niet meer, want dan ben je alleen maar bezig jezelf te coördineren.”

„Het wordt nu inderdaad groot. Maar dat komt doordat de huidige organisatie is ontstaan door een fusie, én het takenpakket is toegenomen. Let wel, het gaat om de nationale veiligheid.”

Dit kabinet wil een kleine, slagvaardige overheid.

„Over een paar jaar is onze organisatie vermoedelijk weer wat kleiner.”

De Haagse werkelijkheid is vaak een andere, leert de geschiedenis.

„Dat is waar. Maar ik heb het in het verleden in mijn tijd bij het ministerie van Onderwijs toch echt gedaan, snijden in eigen vlees.”

Lachend: „Inclusief mijn eigen baan.”