Stedelijk ‘had sneller en goedkoper gekund’

Wat ging er mis bij de verbouwing van het Stedelijk Museum? De commissie-Deetman zocht het uit. Het college hield informatie achter voor de gemeenteraad, zo blijkt.

Het Stedelijk Museum in Amsterdam is voor en tijdens de verbouwing „onnodig lang” dicht geweest. Dat schrijft de commissie-Deetman die in opdracht van het college van B en W van Amsterdam het bouwproces heeft geëvalueerd, om daar lessen uit te trekken.

De commissie constateert dat het gebouw niet al in 2004 gesloten had hoeven worden, terwijl in 2007 pas met de bouw werd begonnen. „We hebben hard gezocht, maar niet kunnen vinden wie dat besluit heeft genomen”, zei Wim Deetman vrijdag op een persconferentie in het museum. „We hebben niet kunnen vaststellen dat het op last van de brandweer is gebeurd.” Als reden voor de sluiting werd vaak gezegd dat de brandweer het gebouw had afgekeurd.

De commissie stelt dat het museum nog enige tijd open had kunnen blijven, maar dit is nooit overwogen. De gemeente wilde met de sluiting druk zetten op het proces en een doorbraak forceren om te beginnen met de bouw, aldus de commissie. Die druk keerde zich echter tegen de gemeente.

Aanbesteding

De gemeente ging in 2007 met aannemer Midreth in zee, ook al vroeg dit bedrijf, dat zich als enige had gemeld, 12 miljoen euro meer dan was begroot. Ingenieursbureau DHV en advocatenkantoor Nauta Dutilh raadden aan de aanbesteding over te doen. Het college van B en W verzuimde die adviezen voor te leggen aan de gemeenteraad en legde ze naast zich neer. Om tempo te houden, onderhandelde het met Midreth over een lagere prijs. De gemeenteraad is zo „niet gekend in het aanbestedingsdilemma van doorgaan met de aanbesteding (met mogelijke budgetoverschrijding) of de aanbesteding mislukt verklaren (met vertraging en oplopende kosten tot gevolg)”. Het college meldde de gemeenteraad slechts dat het was gelukt de prijs met 7 miljoen euro te verlagen.

Oplopende kosten

Stopzetten van het bouwproces werd niet meer overwogen, ook niet toen de kosten telkens het budget overschreden. Uiteindelijk kostte het project 122,4 miljoen euro, 13 procent meer dan in 2007 was geraamd.

De bouw liep voortdurend vertragingen op door slechte planning en tegenslagen. In 2010 ging aannemer Midreth failliet. Volgens de commissie handelde de gemeente „tijdig en voortvarend” door snel een nieuwe aannemer in te schakelen. Een dochterbedrijf van VolkerWessels kreeg 12 miljoen euro om de klus af te maken, hoewel er maar voor 7,6 miljoen euro aan werkzaamheden resteerde. De commissie heeft dit verschil van 4,4 miljoen euro niet kunnen verklaren.

Onzichtbaar museum

De sluiting, die 8,5 jaar duurde, heeft „nadelige effecten” gehad voor het museum, stelt de commissie. Een generatie kon het museum niet bezoeken en het was afwezig en onzichtbaar in de internationale kunst- en museumwereld waarin het decennialang een vooraanstaande rol speelde.

Het hele proces, gerekend vanaf het allereerste idee om het museum te verbouwen, duurde 23 jaar. Een lange reeks plannen en schetsontwerpen werd gemaakt en weer verworpen, architecten werden aangenomen en ontslagen en er waren verscheidene directeurswisselingen. „Het bouwproces had sneller gekund en ook goedkoper”, aldus Deetman. „Tegelijkertijd merken we op dat als het proces meer voortvarend was verlopen, niet het gebouw was gerealiseerd zoals dat nu gestalte heeft gekregen.”

Volgende week reageert het college, op woensdag vergadert de gemeenteraad. De verwachting is dat het rapport geen politieke consequenties heeft. „We hebben mazzel gehad”, zegt Roderick Evans-Knaup van oppositiepartij Red Amsterdam. „Het had veel duurder kunnen uitpakken en het had ook nog steeds niet af kunnen zijn. Maar dit is wel het zoveelste bewijs dat Amsterdam niet goed is voorbereid op grote bouwprojecten.”