Sjouwen met dode mieren

Illustratie Irene Goede

Waar je ook bent – thuis, op school, in de sporthal – altijd zijn er wel rotklusjes die niemand wil doen. De wc schoonmaken, zware gymmatten sjouwen. Corvee noemen we dat. Dieren hebben ook corvee. Tenminste, dieren die samen wonen, zoals mieren. Rode mieren die ‘gewone steekmieren’ heten, wonen gezellig met z’n allen onder het gras of onder tegels. De een zoekt eten, de ander zorgt voor de eitjes en de jonge miertjes, weer een ander is vooral druk met het verdedigen van het mierenhuis.

Maar soms hebben de steekmieren corvee. Dan doen ze een tijdje het allervervelendste klusje. En dat is: de dode mieren naar buiten dragen. Tsja, het is geen leuk onderwerp, maar mieren worden ook oud en ziek en dan gaan ze dood. En al die dode mieren moeten niet in de gangen en holletjes van de kolonie blijven liggen. Dat gaat stinken. En dat willen mieren niet.

Maar wie sjouwt de dode mieren naar buiten? Wil iedereen dat klusje wel doen? Dat vroegen Belgische biologen zich af. Ze tuurden uren naar de steekmieren. En wat blijkt? Er waren mieren die geen lijkjes sjouwden. Die bleven altijd ondergronds. Maar de mieren die naar buiten gingen om eten te zoeken, sleepten wel steeds dode mieren mee. Gelukkig hoefde geen enkele mier de hele dag dode mieren te dragen. De ijverigste mier droeg in één uur 32 lijkjes.

De Belgische biologen vinden het wel logisch dat vooral de buitenmieren de lijkjes opruimen. Anders wordt iedereen in de mierenkolonie maar vies. En nu maar hopen dat de mieren na dat nare werkje wel hun pootjes wassen, voor het eten. Hester van Santen

Bron: Animal Behaviour, 21 oktober online