Regenseizoen

1729

Ray Bradbury (1920-2012) was een groot schrijver van science fiction. Zijn bekendste boek, Fahrenheit 451, is verschenen in 1953. De meeste mensen beseften het toen nog niet, maar de moderne tijd was al aangebroken. Dat wordt bewezen door een van de personages, de brandweerman Guy Montag (geen familie) die al zijn boeken de deur uit heeft gedaan. Zijn vrouw heeft de hele dag een apparaatje van de radio in haar oor. Ze hebben drie televisies. Entertainment! Ze waren hun tijd vooruit. Maar dit terzijde. Bradbury heeft veel meer science fiction geschreven, onder andere het verhaal over een ruimtereis naar een planeet waar het altijd regent. De details ben ik vergeten, het is meer dan een halve eeuw geleden dat ik het heb gelezen, maar de afgelopen weken heb ik er weer veel aan moeten denken.

Heeft het harder geregend dan in andere jaren? Of heb ik er beter op gelet. Vooral als de middag op zijn eind loopt, kijk ik naar naderende regenbuien. De wind steekt op, dikke, donkere wolkenpartijen beheersen de hemel, daar vallen de eerste druppels en na hooguit een kwartier is het noodweer losgebarsten. Ik woon aan een druk kruispunt. Daar zie ik de fietsers tegen de elementen worstelen. Sommigen hebben een paraplu opgestoken die ze met één hand vasthouden. Ze blijven niet droog en bovendien worden ze gegrepen door een rukwind. Vorige week heb ik er voor het eerst een gezien die met fiets en al op de grond werd gekwakt. Het is goed afgelopen, hij heeft zijn paraplu weer opgestoken.

Aan het begin van deze eeuw dacht ik dat ik een uitvinding had gedaan: de fietsparaplu. Voor een fabrikant moest het een betrekkelijk koud kunstje zijn, een fiets met een ingebouwde paraplu te maken. Het ding zou voorin een extra stang van het frame worden opgeborgen. Je kon het eruit trekken, met een ingebouwd klemmetje vastzetten en dan door middel van een schuifmechanisme het parapludoek openen, net als bij een gewone paraplu. Het verschil was dat bij deze het doek aerodynamisch gevormd was, en draaibaar. Bij tegenwind 180 graden tegengesteld aan met de wind mee. De fabrikanten reageerden niet en bovendien kreeg ik een mail van iemand die ook al zo’n ding had uitgevonden.

Eén op de drie fietsers heeft geen achterlicht en bij één op de vijf ontbreekt iedere verlichting. Hoe eenvoudig zou het zijn, die twee lichtjes en de dynamo op een gepaste plaats in het frame onder te brengen. In onze vrije samenleving wordt de burger aan steeds meer reglementen onderworpen. Op de snelweg word je hoorndol van de borden waarop je ziet hoe hard je daar mag rijden. Als Zwarte Piet mag je geen gouden oorringen meer dragen. Waarom geen onverbiddelijk verplichte verlichting in de fiets, ons nationale vervoermiddel?

Hou op Montag! Je lijkt wel een ouwerwetse mopperkont! Goed. Ik zal het een beetje filosofischer aanpakken. Op die regenavond deze week zat ik om een uur of elf nog een beetje naar buiten te kijken. Het was net weer begonnen, een stevig buitje. Grote kringen in de plassen, flinke druppels tegen het raam, harde wind in de bomen. In de lichtcirkel van een straatlantaren verscheen de gedaante van een fietser, totaal onverlicht, worstelend tegen de elementen. Hij verdween in de duisternis. Waar ging die man heen? Naar huis, maar wat voor huis? Met een liefhebbende familie, een onverwarmd krot? Het was allemaal mogelijk.

Opeens moest ik aan een gedicht van Friedrich Nietzsche denken. Het heet Mitleid hin und her. Ik geef een paar citaten uit de vertaling van Roel Houwink.

De kraaien schreeuwen / En trekken zwermend naar de stad. / Dra zal het sneeuwen / Wel hem die nu een woonplaats heeft!

Er volgen een paar kwatrijnen waarin de ervaringen van deze ongelukkige worden beschreven, allemaal ellende, en dan komt de toekomst:

Nu staat gij bleek / Vervloekt te zwerven deze winter door / Gelijk de rook / Die steeds naar kouder luchten streeft.

Vlieg, vogel, kras / Je lied van bitt’re eenzaamheid / Gij dwaas! Verberg uw hart / In ijs en hoon!

De kraaien schreeuwen / En trekken zwermend naar de stad: / Dra zal het sneeuwen. / Wee hem die nu is zonder dak.

Nee, dit is geen lectuur waar je vrolijk van wordt. Maar laat u zich niet beïnvloeden. Sinterklaas staat voor de deur. Dan komt de Kerstman en nog geen week later het splinternieuwe jaar met meer vuurwerk dan ooit. Cadeautjes, knallen. Niets om over te klagen.