Patriots zonder personeel

Met Patriot-afweerraketten helpt Nederland Turkije de oorlog in Syrië op afstand te houden. Turkije wil de missie verlengen, maar bezuinigingen maken dat lastig. „Eigenlijk zijn we na een half jaar al uitgeput.”

Nederlandse patriotraket in hetTurkse Adana, zo’n 120 kilometer van de grens met Syrië. Foto Defensie

Tussen de aangeharkte golfbaan en de luidruchtige landingsbaan van de Amerikaans-Turkse luchtmachtbasis Incirlik staan zeven Patriot- luchtafweerraketsystemen opgesteld in het hoge dorre gras. Het lijken kleine vrachtwagens, beschilderd met een camouflageprint, waarvan de laadruimte achterover is gekieperd. Hun vuurmonden wijzen richting het zuidoosten. Daar, vanuit het kapot gestreden Syrië, 120 kilometer verderop, dreigt het gevaar van beschietingen met ballistische raketten.

Althans, dat was het argument van Turkije toen het een jaar geleden vroeg of Nederland dit luchtafweersysteem hier wilde optuigen. In oktober waren vijf mensen om het leven gekomen toen een Turks grensstadje werd geraakt door een mortiergranaat die waarschijnlijk was afgedwaald. Als een NAVO-bondgenoot een beroep op je doet te helpen zijn grondgebied te beschermen, dan doe je dat natuurlijk.

Het werkelijke gevaar is onduidelijk. „Of Turkije écht bedreigd wordt, kan ik niet inschatten”, zegt kolonel Erik Abma. Hij is de commandant van de ongeveer 250 Nederlandse militairen hier. „De ballistische dreiging vliegt bijna dagelijks over onze radarschermen, maar blijft binnen de Syrische grenzen.” President Assad lijkt er niet op uit om de burgeroorlog te doen overslaan „Wij zijn juist deëscalerend bedoeld. Door de NAVO erbij te betrekken, laat Turkije spierballen zien”, zegt Abma.

De opdracht, het mandaat, van deze Patriotmissie is het beschermen van de twee miljoen inwoners van de welvarende stad Adana. Er staan zeven Patriots bij de militaire basis en nog eens vijf bij de civiele luchthaven. Amerikaanse en Duitse militairen beschermen met hun luchtafweergeschut andere steden en vluchtelingenkampen langs de grens.

Nederland heeft deze zogenoemde ‘nichecapaciteit’, die slechts drie NAVO-landen kunnen leveren, specifiek voor dit soort dreigingen. In 2003 stonden de Patriots in Turkije voor het geval de oorlog in Irak zou overslaan. Net als toen, is er nog geen vijandig vuur geweest en dus nog geen Patriotraket gelanceerd.

Je zou dus kunnen stellen dat deze missie een denderend succes is. Turkije is zo blij met de Patriots – en het conflict in Syrië is zo uitzichtloos – dat het Nederland waarschijnlijk zal vragen om nog een jaar te blijven. Maar de langdurige aanwezigheid van de Patriots in Adana is niet alleen een illustratie van hoe internationale militaire samenwerking slaagt. Het vertelt niet alleen hoe de oorlog in Syrië de regio ontregelt. Het laat vooral zien hoe de Nederlandse krijgsmacht door opeenvolgende bezuinigingen tegen de grenzen van zijn kunnen aanloopt.

Hoewel de politieke wens om de missie te verlengen groot is, vraagt commandant Abma zich af hoe hij de militairen om die uit te voeren moet „ophoesten”. „Met de hoeveelheid mensen die we nog hebben om de systemen te bemannen, is de missie in theorie al na een half jaar uitgeput.”

Bij de grote bezuinigingsronde van 2011, werd meer dan een kwart van het Patriotpersoneel weggesneden. De krapte in Turkije zal komende week aan bod komen als de Tweede Kamer de begroting van Defensie behandelt. Opeenvolgende ministers hebben gedreigd dat door het snijden in het budget van de krijgsmacht de inzetbaarheid op het spel staat, maar niet eerder werd dat zo tastbaar als nu in Adana.

Het piept, schuurt en kraakt vooral bij de militairen die in Adana de systemen moeten onderhouden en bedienen. De technici die meteen moeten ingrijpen als er een storing optreedt of een generator hapert. De bemanning die uren achtereen op radarschermen tuurt. Degenen die, mocht er een raket deze kant op komen, op de knop drukken om het projectiel met een raket onschadelijk te maken. Het operationele hart van de missie staat onder druk, zelfs wanneer de dreiging nihil is.

Vlak achter de Patriots zijn een paar containers opgesteld die het commandocentrum van de vuureenheid vormen. In eerste instantie werkten hier 38 militairen. Dit aantal is al teruggebracht tot 31, om krachten te sparen voor de verwachte verlenging van de missie. Onder doeken die voor schaduw zorgen, zitten Leon Sonnemans (32), Floris Bruinsma (26) en Jo van Loon (43) met een kop koffie aan een picknicktafel. Ze bespreken de problemen die er zijn met het systeem, dat verouderd is, al bijna een jaar dag en nacht moet draaien en door droogte en stof wordt aangetast.

Zij zijn alle drie al voor de tweede keer dit jaar naar Adana uitgezonden. Ze zaten hier van april tot juli en waren in oktober alweer terug voor nog eens drie maanden. Op papier is dit niet hun tweede periode, maar doen ze één uitzending van zes maanden met een lange pauze. Als hun uitzending formeel was afgeloten, hadden ze voor elke maand die ze zijn weggeweest namelijk recht op twee maanden in Nederland. Met een trucje is deze ‘uitzendbescherming’ buitenspel gezet, maar zeker is dat ze bij verlenging van de missie ook volgend jaar hier nodig zijn.

„Die uitzendbescherming is leuk, maar het aantal mensen met wie we het moeten fixen is nu eenmaal kleiner geworden”, zegt sergeant Sonnemans. De bescherming is een goed gebruik, maar het is geen recht. „Wij hebben de can do mentaliteit van: we gaan wel. Zeker in deze tijden.” Er hangen de krijgsmacht nog steeds honderden, zo niet duizenden gedwongen ontslagen boven het hoofd. Niemand wil piepen.

„Militairen zeggen: we gaan, dit is ons werk, hier doen we het voor”, legt commandant Abma uit. „Maar als we nog een jaar verlengen, dan gaat het thuisfront daar ook wat van vinden.” Het zijn niet de militairen, maar de partners, en soms de kinderen, die de meeste moeite hebben met de lange afwezigheid. Dat overviel sergeant Van Loon, de meest ervaren monteur hier, tijdens zijn vorige uitzending.

Hij heeft twee zoontjes, van 2 en 4. Meteen nadat hij naar Turkije was vertrokken, kreeg de oudste kuren. „Hij poepte weer in zijn broek, terwijl hij al zindelijk was. Zei op alles nee en kreeg voortdurend zijn moeder op de kast. Die belde dan in tranen op. Als de moeder breekt, kun je niks doen.”

Hij stapte naar zijn commandant met de boodschap: ik ben thuis harder nodig dan hier. „Maar ik mocht niet weg, nog geen weekje, want ik kon niet gemist worden. Dat was feitelijk ook zo”, zegt hij met een grijns. „Maar dat wil je op dat moment natuurlijk niet horen.” Deze tweede ronde gaat het beter, maar de vraag is of er iemand uit de vuureenheid gemist kan worden als het echt mis gaat thuis.

Abma maakt zich zorgen over de verlenging die aanstaande lijkt. Omdat de missie zelf rustig verloopt, is hij vooral druk om de puzzel voor volgend jaar kloppend te maken, met kortere uitzendingen en minder mensen waar het kan. Er zijn al militairen die eerder met de Patriot werkten weggeplukt bij hun nieuwe baan. Er worden nieuwe technici geschoold, maar om zelfstandig aan het systeem te mogen sleutelen is een opleiding van meer dan een jaar verplicht. Er wordt met de Duitsers gepraat over hulp van hun Patriotpersoneel. Maar er doemt een nieuw probleem op: ondersteunende mensen die nu worden ‘geleend’ van andere gelederen van de landmacht, moeten straks ook naar Mali. „Dat zullen we hier zeker voelen.”

Verschillende militaire vakbonden vinden dat de missie in Turkije moet worden stopgezet omdat Defensie de afspraken over de uitzendbescherming niet nakomt. De politiek moet de consequenties van alle bezuinigingen maar eens onder ogen zien, vinden ze. Internationaal gezien zijn de Nederlandse uitzendingen kort en sporadisch, maar de afspraken zijn gemaakt om het risico op posttraumatische stressstoornissen te beperken. Die komen vooral voor bij mensen die veel en lang van huis zijn. Voor zover Abma weet, is dat bij zijn personeel nog nooit gebeurd. „Wij zitten in zo’n statische operatie op een veilige basis relatief ver van de dreiging. Maar we kunnen niet zeggen: dat gebeurt ons niet.”

Toch zijn de meeste militairen naar eigen zeggen blij om hier te zijn. Het was frustrerend om op thuisbasis De Peel, in Noord-Limburg, elke dag met het systeem bezig te zijn, maar al tien jaar niet te worden uitgezonden. En, zegt commandant Erik Abma, misschien heeft deze missie dit luchtafweergeschut zelfs wel gered. „Bij de bezuiniging in 2011 is er discussie geweest over het afschaffen van de Patriots, maar is er besloten tot inkrimpen. Het is koffiedik kijken, maar als wij nu niet waren uitgezonden, hadden de laatste bezuinigingen er wel eens anders uit kunnen zien. De missie kwam voor ons op het goede moment.”