Onderwijs versus vernieuwing

Wie kijkt het verst vooruit, maar klampt zich het angstigst vast aan het verleden? Het onderwijs. In een maatschappij die totaal binnenstebuiten is gekeerd, blijft de schoolklas al eeuwenlang hetzelfde. Wat maakt nu net het onderwijs zo immuun voor verandering?

Allereerst is er de fundamentele vraag: is vernieuwing nodig? Als in een ideale wereld 100 procent uit iedere leerling wordt gehaald, wat is dan het huidige rendement? Kosmologen hebben ontdekt dat minder dan 5 procent van het heelal bestaat uit bekende materie. De overige 95 procent bestaat uit onbegrepen donkere materie en energie. Ik schat dat er minstens evenveel ‘donkere materie’ in het onderwijs te ontdekken valt. Het is goed denkbaar dat komende generaties zich zullen verbazen over de harteloze slordigheid waarmee wij talent vermorsen.

Een reden voor dit oerconservatieve gedrag is het ‘onzekerheidsprincipe’ in het onderwijs. De grootste effecten worden op jonge leeftijd bereikt, maar juist dan is het moeilijk te voorspellen wat de precieze gevolgen zijn. Daarom zijn er peperdure opfriscursussen voor managers en schepen we kleuters af met een blokkendoos, terwijl de eersten nauwelijks te verbeteren zijn en de laatsten nog een heel leven te winnen hebben.

Waar zijn de vernieuwers? Toen begin van de vorige eeuw de sociale emancipatiebeweging vele nieuwkomers op de onderwijsmarkt bracht, vonden we hervormers als Maria Montessori, het Daltonplan van Helen Parkhurst, de Vrijeschool van Rudolf Steiner en de Werkplaats van Kees Boeke. Ze zijn er allemaal nog steeds. Maar waar vinden we de hervormers van deze tijd, nu letterlijk hele continenten zich melden in een wereld die nog nooit zo sterk verbonden is geweest? Is technologie de redder? Woont de nieuwe Kees Boeke in Silicon Valley?

Het mantra van de internetrevolutionairen is even simpel als ambitieus: het beste onderwijs voor iedereen. Nu is het niet de eerste keer dat technologie als de verlosser is omarmd. Zo beweerde Thomas Edison in 1922 dat film een revolutie in het onderwijs zou brengen en in enkele jaren alle leerboeken zou vervangen. Hollywood heeft even weinig geholpen als later de televisie.

Het internet druppelt echter onverbiddelijk van boven af het onderwijshuis binnen. Het wetenschappelijk onderzoek is al onherkenbaar veranderd. Het tijdschrift Nature sprak onlangs van ‘het vierde tijdperk van research’. Na het individu, de groep en de natie, is nu de tijd aangebroken van internationale en interdisciplinaire samenwerking. Technologische innovaties zijn vaak een uitvloeisel van deze nieuwe werkwijzen. In de oorspronkelijke versie van het worldwide web dat de deeltjesfysici in CERN ontwikkelden, kon je elkaars webpagina’s niet alleen lezen, maar ook redigeren.

Nu staat deze technologie klaar om het hoger onderwijs te transformeren. De massive open online course (MOOC, rijmt op boek) zal volgens sommige profeten de onderwijszeepbel doorprikken, zoals eerder de kredietcrisis de huizenmarkt liet klappen. Gaat de universiteit de virtuele weg van de krant en de boekenwinkel? Krijgen we een Amazon voor het hoger onderwijs dat in z’n eentje de gehele wereld bedient? Of zijn universiteiten meer als de detailhandel, waar in bepaalde niches zoals juwelen of haute couture nog ruimte is voor kleinschalige winkels. Het internet zal nieuwe winnaars en verliezers brengen. En het is onwaarschijnlijk dat wereldmerken als Harvard, MIT en Stanford tot de laatste categorie gaan behoren, zeker omdat zij de initiatiefnemers achter de grootste MOOC-platforms zijn.

Een gemakkelijke voorspelling is dat we eerst een hybride model krijgen, waar online standaardcolleges de grondverf aanbrengen, waarna in kleine groepjes de detaillering wordt aangebracht. De MOOC zal enkele letters verliezen en veranderen in een SPOC, een small private online course. Gelukkig maar, want juist in deze gefragmenteerde wereld is er behoefte aan het contragewicht van persoonlijk contact. Het onderwijs kan zo profiteren van de positieve spiraal waarin studenten gemotiveerd worden zelf aan onderwijsvernieuwing bij te dragen. De huidige generatie is veel meer probleem- en oplossingsgericht. Zij willen niet zo zeer een bepaald vak studeren, maar eerder iets doen aan klimaat, energie of de financiële sector. Waarom ook niet het onderwijs?

De grootste uitdagingen liggen echter in het basis- en middelbaar onderwijs. De eerste en tweede verdieping van het onderwijshuis lijken goed geïsoleerd tegen verandering. Vergeleken met de opzienbarende verbetering van onze samenleving in de laatste eeuw, is het daar zeker niet beter geworden. Wat is er van technologie in de basisschool te merken, behalve dat aap-noot-mies nu op een iPad gelezen kan worden? Terwijl juist daar schreeuwende behoefte is aan inspirerende vakdocenten.

Een bemoedigend tegenvoorbeeld is de Kahn Academy die gratis online lezingen biedt in alle mogelijke vakken. Het YouTube-kanaal bevat nu 24.319 lessen, die in totaal al meer dan 343 miljoen keer zijn bekeken. In Californië wordt dit materiaal zelfs al geïntegreerd in het curriculum. Maar er kan nog zo ontzettend veel meer.

Een ding is in ieder geval duidelijk. Al deze ontwikkelingen zullen niet zo zeer de student als wel de docent raken. Met de nieuwe hulpmiddelen wordt perfect zichtbaar welke lesmethoden werken en welke niet. Een uniek moment van zelfreflectie. En we zouden wel eens kunnen schrikken van ons spiegelbeeld. Misschien is 95 procent onzichtbaar.