Scholen zouden zoveel meer kunnen bereiken, doe er dan eens wat aan

Bij de WRR is terecht ‘gepaste ongerustheid’ over het onderwijs (NRC, 5 nov.). Ik zoek een middelbare school voor mijn kinderen, VWO in beta-richting. Ik ben inmiddels veel scholen tegen gekomen die zich onderscheiden door allerlei extra’s: ze besteden extra veel tijd aan sport, expressie, talen of geven les in twee talen. Slechts één school biedt een ‘onderzoekersprofiel’. Dit gaat gepaard met zes verplichte talen, waaronder Latijn en Grieks, en minder uren Engels en wiskunde. Er moet immers tijd voor het profiel worden vrij gemaakt. In tegenstelling tot alfa’s heeft beta-talent nog steeds weinig te kiezen. In Nederland wordt talent eerst een veelheid aan talen voorgeschoteld, alvorens de scholen iets technisch, fysisch of mathematisch uitdagends aanbieden.

Dr. C. van Moorsel

Er is geld: knap die zooi op

Het onderhoud van Nederlandse scholen laat te wensen over. Daarbij gaat het helaas niet alleen om bladderende verf en rammelende kozijnen, maar ook om luchtverversingsinstallaties en IT voorzieningen. Volgens schoolbestuurders is er zeven miljard euro nodig om het achterstallig onderhoud aan te pakken (NRC, 31 okt.).

Van de middelen die gemeenten hiervoor ter beschikking is gesteld, blijft 30 procent jaren op de plank liggen: meer dan 250 miljoen euro. Eerder werd besloten dit geld direct naar de scholen over te hevelen, zodat zij daar zelf de beschikking over zouden hebben. Deze week blijkt dat dit pas in 2015 gebeurt. Ernstig, want twee jaar uitstel van onderhoud kan het verschil maken tussen elementen herstellen of compleet vervangen.

Verschillende scenario’s ontwerpen en doorrekenen brengt financiële effecten en technische gevolgen in beeld. Vraag is of dit gebeurt. Voor een land dat zich terecht profileert als kenniseconomie en waar onderwijs hoog op de politieke agenda staat, is dit een gênante situatie. Middelen zijn beschikbaar: we kunnen niet afwachten tot 2015.

Cees van Dillen Dirk-Jan Lodder

Eerst cijfers, dan mening

De Onderwijsraad meent dat Nederland is doorgeschoten in de nadruk op rekenen en taal (NRC, 4 nov.) Dit gaat ten koste van andere vakken, algemene vorming en beroepspraktijkvorming. Staatssecretaris Dekker spreekt de raad tegen. Wie heeft er gelijk? Eind jaren negentig voerde Chicago een systeem in dat zowel leerlingen als scholen aansprak op hun onderwijsprestaties. Leerlingen mochten over op voorwaarde dat zij slaagden voor een regionale toelatingtest; scholen die slecht presteerden kwamen onder curatele. Lezen verbeterde met 20 procent, rekenen met dertig procent. Maar onderzoeker Jacob zag ook dat leraren minder aandacht aan andere vakken dan taal en rekenen besteedden. En hij constateerde dat scholen hun leerlingen vaker dan voorheen, toen er nog niet werd getest, een jaar over lieten doen of hen naar speciaal onderwijs zonden.

Jacobs onderzoek toont aan dat een systeem dat scholen en leerlingen sterker aanspreekt op hun reken- en taalprestaties een enorme vooruitgang teweeg kan brengen. En dat terwijl de Onderwijsraad nergens in zijn rapport laat zien dat de verscherpte aandacht voor rekenen en taal ten koste gaat van andere vakken of de bredere ontwikkeling van de leerling.

Mijn advies aan de Onderwijsraad en de staatssecretaris: laat de cijfers analyseren en spreek je dan uit over beleid.

Jan Bouwens