Nederland waardeert Rusland voor de allerlaatste maal

Met het bezoek van koning Willem-Alexander en koningin Máxima aan Moskou wordt dit weekeinde het Nederland-Ruslandjaar officieel beëindigd. Een jaar dat zeker door ontwikkelingen de afgelopen maanden een imago heeft gekregen van een bijzonder jaar, vooral in negatieve zin. Zelfs het woord ‘rampjaar’ is gevallen.

Het initiatief was bedoeld om Nederland en Rusland niet alleen op economisch maar ook op maatschappelijk gebied gezamenlijk te laten werken aan innovatie en modernisering, zoals het twee jaar geleden in een verklaring van premier Rutte en de toenmalige Russische president Medvedev werd gesteld. Nu het jaar bijna is afgelopen, overheerst het beeld dat het Nederland-Ruslandjaar in het teken is komen te staan van een botsing tussen twee staten en hun achterliggende culturen. Het ligt genuanceerder.

Om direct een misverstand weg te nemen: het Nederland-Ruslandjaar waartoe de Medvedev Nederland in 2009 uitnodigde, is strikt genomen géén vriendschapsjaar. Het is een zogeheten bilateraal jaar dat Rusland van tijd tot tijd ook met andere landen organiseert. In die zin hadden Tweede Kamerleden die de afgelopen weken spraken over een „mislukt feestjaar” het bij het verkeerde eind. Wat natuurlijk niet wegneemt dat het jaar zeker op het culturele vlak met zijn vele manifestaties in Nederland en Rusland wel degelijk feestelijke trekjes had.

Incidenten en de reacties daarop hebben de toon gezet van het Nederland-Ruslandjaar. Dat begon al direct bij de opening in april in Amsterdam door de Russische premier Poetin. De Amsterdamse burgemeester Van der Laan was semidemonstratief (‘gelukkig een volle agenda’) afwezig bij de festiviteiten in de dependance van de Hermitage. Hij toonde daarmee behalve een verkeerde vorm van getuigenispolitiek ook een dubbele moraal. Want de stad Amsterdam profiteert in toeristisch opzicht wel volop van het Nederland- Ruslandjaar met bijvoorbeeld op dit moment de Malevitsj-expositie in het Stedelijk Museum.

Afgelopen oktober riepen beide landen over en weer elkaars ambassadeurs op het spreekwoordelijke matje. Dit als gevolg van niet te met elkaar te vergelijken incidenten rondom diplomaten. In Nederland betrof het ongepast – want in strijd met de diplomatieke onschendbaarheid – optreden van de Haagse politie tegen de tweede man van de Russische ambassade. Er volgden excuses van minister Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) maar die gingen vergezeld van begrip voor het handelen van de agenten.

Zo’n dubbele boodschap is voor binnenlands gebruik weliswaar begrijpelijk, maar in het diplomatieke verkeer uitermate onhandig. Zoals het ook niet slim was van Timmermans om een dag na de excuses op zijn Facebook-pagina het nummer Je ne regrette rien van Edith Piaf te ‘liken’. Nu kan de minister bij hoog en bij laag beweren dat er geen enkele relatie bestond tussen beide zaken, maar van tact en diplomatiek vernuft getuigde deze posting niet. Schijn vermijden is ook een opdracht voor verantwoordelijke bestuurders.

En dan is er natuurlijk nog de kwestie rondom het opgebrachte Greenpeace schip Arctic Sunrise en zijn dertigkoppige bemanning die door de Russen is gevangengenomen. Het heeft geleid tot harde woorden over en weer en een procedure waarbij Nederland de hulp van het Zeerechttribunaal in Hamburg heeft ingeroepen.

De geenszins volledige lijst van gebeurtenissen roept de prangende vraag op: is dit het gedrag van vrienden? Nee, maar zoals het tegenwoordig in verband met het Amerikaanse afluisterschandaal veel gehoorde citaat van de de Franse president De Gaulle luidt: staten hebben geen vrienden, maar belangen.

De belangen die Nederland en Rusland bij elkaar hebben, zijn evident. Het economische onderdeel van het bilaterale jaar heeft dat bewezen. Ook op cultureel terrein was er een waardevolle uitwisseling. Maar het derde onderdeel van het bilaterale jaar, de zogeheten politieke en maatschappelijke pijler, is een ander verhaal.

Rusland als rechtsstaat blijft zich in een zeer zorgwekkende richting bewegen. De bijzondere aandacht voor Rusland in het bilaterale jaar heeft deze ontwikkeling extra onder de aandacht gebracht en ter discussie gesteld. Vanuit die optiek is het Nederland-Rusland jaar zelfs een groot succes geweest. Maar anders dan president Medvedev in 2009 had bedoeld.