Naakt racisme op het strand

Het duurde een tijdje voordat ik het in de gaten kreeg. Met mijn voor Braziliaanse begrippen veel te grote bikini lag ik het ene weekend op het beroemde (en rijke) strand van Ipanema. Een poosje later mengde ik me na het sporten tussen het volk van het noordelijker gelegen Flamengo strand.

Ja, ik zag ook wel dat de huidskleur van mijn strandgenoten donkerder werd naarmate ik verder weg ging van de zona sul, de rijke zuidzone van Rio. Ik dacht dat het een geografische toevalligheid was. Brazilië kent na Nigeria ten slotte het grootste aantal zwarten ter wereld.

Helaas. Hoewel Brazilië de slavernij 125 jaar geleden afschafte en het land – in tegenstelling tot de Verenigde Staten en Zuid-Afrika – nooit raciale wetten kende, is de segregatie overduidelijk. Op de paar vierkante kilometer waar de rijken wonen is het zoeken naar een donker gezicht. In de hoger gelegen sloppen zijn blanken nauwelijks te bekennen.

Dat op het strand wel iedereen gelijk is, zoals Brazilianen trots zeggen, blijkt een mythe. Sterker: het strand is bij uitstek de plek waar die segregatie in alle naaktheid zichtbaar is.

Verspreid over bijna 180 kilometer kustlijn telt Rio de Janeiro 59 stranden. De echte stadsstranden kennen subtiele maar onmiskenbare subculturen. De onzichtbare grenzen vallen samen met de genummerde witte uitkijkposten. Vanaf daar houden lifeguards toezicht over de stranden met hun sterke stromingen in zee.

Zo komt bij posto 9 in Ipanema de linkse elite samen. Vlak daarnaast wapperen regenboogvlaggen en voost de homoseksuele gemeenschap in het openbaar. Bij de noordelijkere postos 1 tot en met 3 zonnen de bewoners van nabijgelegen favela’s. De huidskleur is donkerder, variërend van karamelbruin tot pikzwart.

De families daar nemen hun eigen koelboxen met lunch mee in plaats van alles te kopen op het strand, zoals de rijken doen. Ze worden spottend farofeiros genoemd - farofa is geroosterd cassavemeel, een typisch Braziliaans gerecht.

„Brazilië is diep racistisch en zit vol vooroordelen”, zegt vriendin M., die een lichte teint heeft, maar tot de blanke gemeenschap wordt gerekend. „Maar daarover praten is taboe.”

Brazilië pocht graag met zijn interraciale karakter en iedereen die hardop van racisme durft te spreken kan rekenen op hoongelach. Racisme? Kom nou, dat kennen we hier niet. Sociale klasse, zo haasten mensen zich te zeggen, daarop wordt gediscrimineerd.

En dat die sociale klasse in hoge mate langs raciale lijnen loopt? vraag ik M. „Dat vergeten mensen voor het gemak graag”, zegt ze. „Niemand zal zeggen dat hij een racist is, maar iedereen kent er een paar.”

Heel langzaam ontstaat er ruimte voor publieke discussie over het onderwerp, maar van echte verandering is nog geen sprake. Deze week demonstreerden zwarte modellen tijdens de opening van de Fashion Week in Rio omdat ze te weinig op de catwalk komen. Met behulp van een quotum ligt het aantal zwarte modellen nu op 10 procent.

Na een jaar in Brazilië heb ik eindelijk een kleinere bikini aangeschaft. Maar aan die door Brazilianen zelfopgelegde segregatie doe ik niet mee. Ik ga overal naar het strand.

Of vriendin M. dat eigenlijk ook doet, vraag ik haar. Nee, zegt ze. Favelabewoners zijn toch een ander soort mensen, ze maken er een zooitje van. „En weet je,” voegt ze er beschroomd aan toe, „als ik eerlijk ben voel ik me daar niet op mijn gemak.”