Minder afrekenen, meer verdienen

Geen landelijke kleutertoets! Met die ferme uitspraak heeft de Tweede Kamer een belangrijke bijdrage geleverd aan de toekomstige concurrentiekracht van Nederland. De Kamer wil prestaties van zeer jonge kinderen niet verplicht meten en ook niet dat een hogere gemiddelde Cito-score voor basisscholen wordt geëist.

De twee Kameruitspraken gaan in tegen de dominerende bestuurlijke wijsheid dat je prestaties, van kleuters tot hoogleraren, kan en moet meten. We willen mee in de vaart der volkeren en daarom nemen we elkaar permanent de maat. Alsof mensen zelf geen wil hebben om iets nuttigs te doen. Belastend, en misschien toch niet zo’n goed idee.

De anti-toets-impuls van de Tweede Kamer kwam als een goed getimede aanvulling op het maandag uitgebrachte rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) Naar een lerende economie. In dat rapport wordt gepleit voor het opnieuw doordenken van de manier waarop dit land de komende decennia de kost gaat verdienen.

De simpele samenvatting van het rapport was: meer geld naar onderwijs. Wie verder leest, ziet dat de Raad voorziet dat het verdienvermogen vooral gebaat is bij een bevolking die blijft leren en met onvoorziene ontwikkelingen kan omgaan, snel reageren op nieuwe kansen. Kennis moet effectief worden gedeeld tussen burgers, onderzoeksinstellingen en bedrijven.

De WRR is kritisch over het huidige topsectorenbeleid: te weinig flexibel, de keuze van sectoren die steun krijgen is te politiek bepaald en te veel gericht op bestaande sectoren. Bovendien is het te veel een bestuurlijk onderonsje. Er is behoefte aan een nieuwe, meer democratisch gelegitimeerde innovatiepolder.

De WRR pleit ervoor niet zozeer bestaande winnaars te steunen maar juist uitdagers een steuntje in de rug te geven. Het toverwoord is kenniscirculatie. In het huidige topsectorenbeleid wordt ingezet op korte termijn economische groei, het bedrijfsleven bepaalt zelf waar behoefte aan is. Academische onderzoekers moeten zich daar op richten. De Raad raadt aan te mikken op langetermijn-doorbraken.

Dat is de WRR op kritiek komen te staan van de Adviesraad voor Wetenschap en Techniek. De AWT kwam maandag uit met een advies Going Dutch. Daarin wordt gepleit voor een ‘rijksbrede kennis- en innovatiestrategie’ waar brede consensus voor moet worden gezocht. Het is een polderbenadering die doet denken aan het Innovatieplatform waarop premier Balkenende met de hotemetoten van zijn tijd bivakkeerde.

Om het verschil in aanpak nog eens onder de aandacht te brengen heeft de AWT in een opiniestuk in De Volkskrant van gisteren gereageerd op het WRR-advies. Veel instemming. Kennis moet. Maar kiezen ook, daar laat de WRR het afweten. Volgens de AWT onder voorzitterschap van oud-minister van Buitenlandse Zaken Rosenthal, heeft Nederland oriëntatie nodig. Water, tulpen, design, dingen waar we goed in zijn.

De Tweede Kamer wil debatteren over de toekomstige verdienkracht van het land. Het is daarbij meegenomen dat de WRR en de AWT verschillende accenten leggen, dat voedt de gedachtenwisseling, waarbij de urgentie van dat debat verschillend wordt getaxeerd. Volgens de WRR missen we de boot als we op de huidige manier verder gaan. De AWT knikt het vaderland bemoedigend toe.

Volgens velen die ergens in de wereld bezig zijn onderzoeker te worden of slimme ideeën om te zetten in groene producten of nog niet bestaande diensten, komt het heil helemaal niet van de overheid. En ook niet van het grote bedrijfsleven of de sociale partners. Sommige landen mikken op het midden- en kleinbedrijf.

In Nederland komt steeds meer een losse beweging op gang van mensen die hun eigen verantwoordelijkheid willen terugnemen. Creatieven die appjes ontwikkelen zijn niet anders gewend. Politiemensen en verpleegkundigen, leraren, rechters en dokters wel. Die zijn geleidelijk beland in vormen van ‘vrijwillige slavernij’, zoals Thijs Jansen beschrijft in zijn inleiding tot de bundel Het Alternatief. Weg met de afrekencultuur in het onderwijs.

Het boek past in een reeks die begon met BeroepsZeer, gevolgd door Beroepstrots. Een ongekende Kracht, en Sturen op vertrouwen. Goed leidinggeven aan goed politiewerk en daarna Gezagsdragers. De publieke zaak op zoek naar zijn verdedigers. Deze bundels verschenen onder de paraplu van de stichting Beroepseer die probeert mensen in relatief klassieke beroepen te helpen hun autonomie te hervinden en te ontkomen aan de meten-is-weten-fictie opgelegd door managers en bestuurders in de publieke en semi-publieke sector.

De samenstellers van de bundel over de afrekencultuur in het onderwijs, René Kneyber en Jelmer Evers, komen uit verschillende hoeken. Kneyber meent zijn vmbo-leerlingen het best te dienen met orde, gezag en structuur. Evers gelooft in een vrijer, via ict-oplossingen gepersonaliseerd onderwijs. Maar samen hebben zij met bijdragen van denkers uit binnen- en buitenland een pleidooi georganiseerd dat luid en duidelijk mag klinken, tot ver buiten het onderwijs: hou op met centraal verzonnen en doorgedrukte prestatie-illusies. Geef vertrouwen.

Het is die boodschap die het toekomstig verdienvermogen van Nederland de meeste dynamiek zal geven. Geef iedereen kansen zich te ontwikkelen. Geef daarna de ruimte om goed les te geven, goed te studeren, originele oplossingen te bedenken voor de echte noden van vandaag en morgen. Minder afrekenen om meer te verdienen. De terugtrekkende overheid moet ons eindelijk de toekomst gunnen.

opklaringen@nrc.nl; tw @marcchavannes