Column

Marcel Over dood en brood

De verantwoordelijke voor de carrièrebijlage van deze krant zond mij naar het NBC-congrescentrum in Nieuwegein voor een cursus telefonisch acquireren, waar ik een in het zwart-grijs gestoken jongen trof. Hij bleek een zzp’er met hart voor de zaak en een bord voor de kop, een bijzondere combinatie aangezien hij handelde in grafmonumenten.

Wim, de cursusleider van dienst, waarschuwde mij meerdere malen dat de jongen, net als ikzelf, een buitenbeentje was op de cursus. Het opvoeren van hem in een artikel over telefonisch acquireren zou het telefonisch acquireren in een vreemd daglicht kunnen plaatsen, wat niet wegnam dat de zzp’er die deed in grafmonumenten een innemende persoonlijkheid was, volgens Wim dan.

Waar de andere deelnemers aan business-to-business (het ene bedrijf belt het andere) deden, speurde hij in de lokale krant naar overlijdensadvertenties, waarna hij de nabestaanden – door hem potentiële klanten genoemd – belde met de vraag of er al was nagedacht over een grafzerk.

Bij die gesprekken ging regelmatig wat mis, vertelde hij tijdens de lunch. Het kwam erop neer dat hij te enthousiast over zijn producten was. Steeds meer mensen kozen voor een crematie of voor een goedkope zerk uit India of China, iets waar hij ze dan met zijn zelfverzonnen leus ‘Waarom zou je een grafmonument van verder weg halen als het ook dichtbij netjes geregeld kan worden?’ van af probeerde te houden.

De zakenman in hem zag bij een overlijden vooral een koopmoment dat hij wilde verzilveren, maar de nabestaanden waren vaak met andere dingen bezig. Ik wist niet of een cursus telefonisch acquireren hem verder zou helpen, maar zei desgevraagd dat hij op de goede weg was nadat hij vertelde dat hij de gesprekken sinds kort begon met een uitgebreide condoleance.

Even later stonden we naast elkaar bij het buffet.

Hij nam een magere melk en een broodje kaas, ik legde een saucijzenbroodje op mijn dienblad, constateerde hij met een twinkeling in de ogen.

„Zo zie ik het graag”, zei hij.

Mensen die niet op hun voeding letten waren goed voor zijn branche. Het rookverbod in de horeca vond hij ook waardeloos. Het werd gezegd zonder een spoortje ironie, waarna hij moeiteloos schakelde naar zijn producten, waar ik in de toekomst wat aan zou kunnen hebben. De zin ‘Zwart Zweeds graniet, beter vind je het niet’ bleef hangen.