Ook in Nederland is nog geen vrouw minister-president geweest

Ook ik heb gekeken naar de aflevering van het tv-programma Collegetour met de 16-jarige mensenrechtenactiviste Malala Yousafzai uit Pakistan. Het viel mij op dat Malala een aantal keer specifiek werd getest op haar vrijheid als vrouw: door haar te vragen of zij naar een concert van Justin Bieber zou mogen, of ze verliefd was en of ze eventuele vriendjes mee naar huis zou mogen nemen. In zijn column van 4 november gebruikt ook Frits Abrahams enkele van Malala’s reacties op juist deze confrontaties om haar positie als vrije vrouw te analyseren.

Ik wist eerst niet waarom deze momenten ons zo’n ongemakkelijk gevoel gaven. Malala’s antwoorden immers waren perfect. Zij wees erop, zoals ze eerder had gedaan voor een publiek met onderanderen Hillary Clinton, dat een vrij land als Amerika nog nooit een vrouwelijke president heeft gehad. Vervolgens benadrukte ze dat het haar er niet om ging dat Clinton de volgende president moest worden, maar dat iedere vrouw in een democratisch land zichzelf als potentiële politica, en dus als mogelijk regeringsleider zou moeten kunnen zien.

Opeens realiseerde ik mij dat Nederlandse jongeren in eigen land ook geen relevant rolmodel hebben; ook wij hebben hier nog nooit een vrouwelijke minister-president gehad. De gelijkheid tussen seksen in Nederland mag binnen ons medialandschap wel als heel comfortabel worden gepresenteerd, maar dat gevoel komt op mij toch wel erg naïef en tot op zekere hoogte ook onbeschoft over.

Esther Polak/Ivar van Bekkum