Jihadstrijders op Facebook

Nederlandse radicaal-islamitische moslims worden steeds assertiever Ze laten zich zien op sociale media en vechten in Syrië tegen Assad Bij terugkomst naar Nederland vormen ze een gevaar

Verslaggever

Het kleine kringetje radicale jihadisten bestaat in Nederland misschien nog maar uit tientallen. Maar hun volgers op Facebook, dat zijn er al enkele honderden. En daarbuiten ligt een ring van duizenden sympathisanten.

Saskia Tempelman, onderzoeker bij de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), maakt zich zorgen over de „duizelingwekkende” aantallen „gefrustreerde jongeren” die vatbaar blijken te zijn voor radicaal-islamitische ideeën. Het aantal Nederlanders dat in Syrië strijdt, zegt ze, zit nu tegen de honderd aan.

Het zijn meestal mannen, vooral van Marokkaanse afkomst, hoewel „meer en meer” vrouwen gaan. Tien procent van de strijders bestaat uit ‘Hollandse’ bekeerlingen en ze waren, onderstreept Tempelman, al radicaal voor ze naar Syrië vertrokken. „Ze hebben zich zonder uitzondering bij jihadistische strijdgroepen aangesloten, zoals de JaN, ISIS en kleinere groepen.” Sommigen krijgen nog maandelijks een uitkering terwijl ze daar aan het vechten zijn.

De NCTV-onderzoeker presenteerde de jongste bevindingen over de Nederlandse Syriëgangers afgelopen week in Amsterdam bij een conferentie over een groot onderzoeksproject naar radicalisering in de Europese Unie.

Opmerkelijk en nieuw, zegt Tempelman, die al jaren onderzoek doet op dit terrein, is de assertiviteit van radicale moslims. „Vroeger bleven ze in de schemering van een huiskamer, nu treden ze openlijk naar buiten.” In september zwaaiden jongens bij een demonstratie op het Malieveld in Den Haag met een vlag met tekens van ISIS – de ‘Islamitische Staat in Irak’.

Syriëstrijders maken Facebookpagina’s aan (die meestal na een paar dagen weer offline gaan). Orthodoxe moslims discussiëren openlijk op dewarereligie.nl of hasanaat.nl en geven elkaar daar tips hoeveel geld je moet meenemen als je in Saoedi-Arabië de islam wilt gaan bestuderen.

„Het lijkt wel of er een nieuwe jihadistische jongerencultuur is ontstaan”, zegt Tempelman. Sommige collega’s bij de NCTV vroegen zich af of er een strategie achter schuilgaat. Maar er was er ook een die opperde dat de jihadisten, net zo goed als alle jongeren, beïnvloed kunnen zijn door de cultuur van de netwerksamenleving met sociale media. Daar ziet Tempelman ook wel wat in.

De NCTV maakt zich vooral zorgen over de terugkeer van de Syriëgangers. „Het zijn er nu honderd”, zegt Tempelman. „Wat als die allemaal tegelijk terugkomen? Daar hebben wij en de gemeenten de capaciteit niet voor.” De dreiging zit hem in de vergaande indoctrinatie die ze in Syrië zullen hebben ondergaan, zegt Tempelman. „Ze vechten tegen Assad, maar ze krijgen ingeprent dat het Westen de vijand is.” De terugkeerders zijn bovendien getekend door verse slachtoffer- of dadertrauma’s.

„Hoe maak je iemand minder aantrekkelijk voor operationele jihadistische netwerken? Bijvoorbeeld door ze in hun omgeving hinderlijk te volgen. De beste methode is te verhinderen dat jongeren met radicale ideeën een strijdtoneel opzoeken om ervoor te gaan vechten.”

Tempelman haalde een BBC-campagne aan. De omroep heeft spotjes uitgezonden waarin Britten werden aangemoedigd naar Syrië te gaan. „Hartstikke goed. Ga je dan werken in dit of dat ziekenhuis?” Toch denkt ze dat zo’n campagne in Nederland geen effect zou sorteren. „De Syriëgangers willen juist vechten. Het is ook een testosteron-ding.”

Het is moeilijk Syriëgangers tegen te houden, zegt ze. Ze reizen vaak naar andere landen, ze gaan via Brussel en Turkije, en vandaar door naar Syrië. In het afgelopen jaar heeft de politie drie minderjarigen tegengehouden.

In het onderzoeksproject Safire dat donderdag centraal stond, waren alle denkbare methoden van ontradicalisering onderzocht. De meest effectieve programma’s richtten zich op de interne psychologische ervaringen van de potentieel gewelddadige radicaal en op het wekken van vertrouwen.

Tijdens de conferentie waren ook kritische geluiden te horen. Franse en Portugese onderzoekers plaatsten kanttekeningen bij lesprogramma’s die scholieren waarschuwen voor de gevaren van de radicale islam. „Mag je geen radicale gedachten koesteren?”, vroeg een Portugese onderzoeker.

Toch ziet Tempelman het meest in beïnvloeding in een vroeg stadium, om te voorkomen dat iemand radicaal wordt, of in elk geval dat iemand gewelddadig wordt. „Wij hebben het geval gehad van een man die dreigde te ontsporen. Hij was ook gefrustreerd omdat hij zijn kinderen niet kon zien op grond van een gerechtelijk vonnis. Daar konden wij dus bij helpen.”

De onderzoekers hebben ook uitgevonden wie de beste ontradicaliseerders zijn. Voormalige radicalen.