In de ban van Wina Born

Harold Hamersma vindt een Avenue uit 1979. Die glossy las hij voor de restaurantrubriek.

Rood, wit en soms rosé, Annick Schreuder, 19,99 euro . De Bezige Bij.

Vorige week besprak ik hier een splinternieuw boek, The World Atlas of Wine. Daarin worden onder meer de veranderingen in kaart gebracht die de afgelopen vijf jaar in de wijnwereld hebben plaatsgevonden. Dit keer gaan we vijfendertig jaar terug in de tijd aan de hand van een oud boekje. Aanleiding vormde een twitterbericht dat een paar weken geleden voorbij kwam. Daarin werd geïnformeerd of er iemand misschien nog interesse had in de speciale Avenue-uitgave uit 1979, Ober mag ik de wijnkaart!, De wijnkeuze van Han en Wina Born.

Twee dagen later had ik Wina in mijn brievenbus. Overigens was dat niet de eerste keer dat zij bij mij op de mat lag. Ooit had ik een abonnement op Nederlands eerste glossy, een maandblad zo trendy dat het al ter ziele was voordat Sanoma in Nederland überhaupt bestond. En laat ik er maar meteen eerlijk voor uitkomen: Avenue las ik niet zozeer voor de reisverslagen van Cees Nooteboom, de woonreportages gefotografeerd door Jurriaan Eindhoven of de literaire bijlage (waarover straks overigens meer) onder redactie van Jan Donkers. Als drieëntwintigjarige was ik destijds al in de ban van de gastronomie, en de bijdragen van Wina Born (1920-2011) las ik met smaak. Toegegeven, niet iedereen was idolaat van haar schrijfstijl, maar ik vermaakte mij kostelijk met haar volstrekt eigen jargon in de restaurantrubriek Club van Fijnproevers. Wie alleen al ‘geestig mondvermaakje’ kan bedenken als vertaling voor amuse kan rekenen op mijn belangstelling. Door Borns boekje herinnerde ik mij dat er ergens nog een Avenue moest slingeren: het nummer uit mei 1979 waarin ik literair debuteerde met het autobiografische korte verhaal ‘Vlieg! Vlieg?’. Al bladerend daarin verbaasde ik mij over de ongekende hoeveelheid adverteerders: honderd in een blad met dubbel zoveel pagina’s.

Maar waar nu besteedde Born in mei aandacht aan? Niet minder dan elf pagina’s aan de toen net in Nederland ontbolsterende Japanse keuken. En voor haar Club van Fijnproevers bracht zij een bezoek aan Le Ciel Bleu, het tegenwoordig met twee Michelinsterren gelauwerde restaurant van het Japanse Hotel Okura in Amsterdam. Daarin complimenteerde Born een maître omdat „deze straalde van een hoofse dienstvaardigheid” en toonde zich tevreden met het prijsniveau van de wijnkaart: „zeer fatsoenlijke marges, nog lang niet de meer en meer gebruikelijke 200 procent!” (Leest u even mee, restauranthouders?)

Want ook wijn viel in haar wijk. Vandaar ook dat zij haar licht over dit onderwerp mocht laten schijnen in een eigen boek. Vanzelfsprekend behandelde zij de etiquette, begrippen en gaf zij tips: „Men drinkt een Bourgueil goed onder kamertemperatuur.” Bovenal echter illustreert het nu de aardverschuiving in de wijnwereld van de afgelopen vijfendertig jaar. Geen woord bijvoorbeeld nog over wijnen uit Argentinië, Australië, Chili of Zuid-Afrika. Simpelweg, omdat ‘de Nieuwe Wereld’ hier toen nog nauwelijks beschikbaar was. In Nederland dronken we Frans, Frans en Frans. Italiaans. Wat Duits. Aan Spanje wijdde Born maar een regeltje: „De enige rode Spaanse wijn die interessant is als tafelwijn is Rioja.”

Wat zou Born zich nu verbazen over de biologische rode Toro van de achtentwintigjarige wijnmaakster Maria Alfonso Hernandez: El Vino del buen Amor 2011. Licht toasty, bittere kers, zure besjes, lik van een paardenzadel, witlofbittertjes. Eigen gisten, geen zwavel, nauwelijks eiken.

Als ik mijn Avenue weer toevertrouw aan de semi-vergetelheid van een verhuisdoos, valt er nog een abonneewervingskaartje uit. Wie een jaar Avenue wilde ontvangen, zou een gratis boekje krijgen: ‘Ober, mag ik de wijnkaart!’