In alles een anti-icoon

Een klein Kröller-Müller is het vandaag in Bergen heropende museum Kranenburgh al genoemd. En dat is niet overdreven. De zalen openen zich naar de tuin. De uitbreiding van deze ‘culturele buitenplaats’ door architect Dirk Jan Postel is spectaculair in zijn eenvoud.

De neo-classicistische villa van Museum Kranenburgh met daarachter de nieuwbouw van architect Dirk Jan Postel. Foto Donald van Hasselt

Vooral bij musea is de verleiding voor architecten en opdrachtgevers groot om er iconen van te maken. Maar Dirk Jan Postel van architectenbureau Kraaijvanger, die eerder onder meer de nieuwbouw van het Dordrechts Museum ontwierp, heeft van de uitbreiding van de vandaag geopende ‘culturele buitenplaats’ Kranenburgh in het kunstenaarsdorp Bergen (N-H) geen badkuip (Stedelijk Museum, Amsterdam, 2012) of zee-egel op een dak (De Fundatie, Zwolle, 2013 ) gemaakt. Postels uitbreiding van een villa die sinds de jaren negentig fungeert als Museum Kranenburgh, is ingetogen, onopvallend bijna. Toch is de nieuwbouw veel groter dan de oorspronkelijke villa uit 1883. Kranenburgh is nu met 2.500 vierkante meter vloeroppervlak een middelgroot museum, ook al is er vanaf de Hoflaan niet veel meer van te zien dan een simpele, maar mooie lage muur die is bekleed met chic beige travertijn. De oudbouw, een doorsnee neo-classicistische villa, blijft gezichtsbepalend.

De uitbreiding bevindt zich deels ondergronds. Het is echter geen donkere kelder geworden: door een glazen dak valt er, net als in alle andere museumzalen, daglicht in.

Het bovengrondse deel bestaat uit vier langwerpige, hoge dozen achter de villa die naarmate ze meer naar achteren liggen, steeds langer worden. Hierdoor hebben de gevels van de nieuwbouw een zaagtandvorm.

Binnen heeft de nieuwbouw veel wanden gekregen. Dit is iets waar tentoonstellingmakers blij mee zijn, maar dat vreemd genoeg door architecten en opdrachtgevers in hun drang om een icoon te bouwen nog wel eens wordt vergeten. Zo zijn de holle binnenwanden van de zee-egel op het dak van De Fundatie in Zwolle onpraktisch in het gebruik.

Ook het interieur van de nieuwbouw in Bergen is sereen, minimalistisch zelfs. De wanden zijn modernistisch wit, de gietvloeren lichtgrijs en de deuren hebben mooie, dunne, houten lijsten gekregen.

Op de kopse kanten hebben de dozen verdiepinghoge ramen. Ze bieden zicht op de grote tuin, een belangrijk onderdeel van het kunstcentrum met beelden van onder anderen de dichter-schilder Lucebert die zelf nog enige tijd in de villa woonde. Een ‘klein Kröller-Müller in Noord-Holland’ is Kranenburgh al genoemd, en dit is niet overdreven. Net als het museum op de Hoge Veluwe bestaat Kranenburgh nu uit oud- en nieuwbouw en openen de zalen zich naar de tuin. De lange wanden van de smalle zalen creëren ook beslotenheid en rust .

‘Spectaculair’ noemt de leiding van Kranenburgh zelf de uitbreiding. Maar dat is Postels gebouw, zeker op het eerste gezicht, juist niet. Het voegt zich bescheiden naar de oude villa en de omringende tuin. Spectaculair is het hoogstens in zijn eenvoud: de nieuwbouw van Kranenburgh is in alles een anti-icoon.