Ik wilde het vliegtuigje van Rabobank laten neerstorten

Michael Rasmussen leek in 2007 de Tourwinnaar, maar werd uit de race gehaald door de Raboploeg „Daar werd 17 jaar georganiseerd doping gebruikt. Ik voelde me verraden” Deze week verscheen zijn onthullende boek

Michael Rasmussen in 2007, na zijn machtsgreep in de Tour de France. De Raboploeg nam hem dezelfde avond uit de race omdat hij had gelogen over zijn voorbereiding. Foto AP

Verslaggever

Hij injecteerde een medicijn voor honden in zijn bloedbaan. „Het klinkt gek, maar ik wist wat ik deed.” Zijn schoonmoeder smokkelde doping. „Ze had een valse verklaring van een arts waarin stond dat ze aan bloedarmoede, botontkalking en diabetes leed. Daardoor kon ze vanuit Mexico epo, anabole steroïden en insuline voor mij meenemen.”

Michael Rasmussen ging tot het uiterste om de beste wielrenner ter wereld te worden.

Donderdag verscheen Gele koorts, de biografie van de oud-renner van de Nederlandse Rabobankploeg. Ten koste van alles naar de top, is de veelzeggende ondertitel van het boek. „Topsport is een continu gevecht. Aardige jongens finishen als laatste”, zegt Rasmussen in een gesprek over zijn biografie in Kopenhagen.

Gele koorts is het verhaal van het jongetje dat op zijn achtste aan zijn ouders vertelde dat hij de Tour de France ging winnen. Van een getalenteerde atleet die zijn spaargeld opofferde om wereldkampioen mountainbiken te kunnen worden. Die daarna het Deense stadje Tølløse verruilde voor Noord-Italië, en daar dagelijks in zijn eentje de bergen introk. Tijdens die trainingen vergde hij soms zo veel van zichzelf, dat hij bewusteloos van zijn fiets viel. De avonden bracht hij in afzondering door in zijn kleine appartement, met slechts „havermout in de kast en epo in de koelkast”.

„In de jungle groeien geen kleine bomen”, zei de grote Franse wielerkampioen Jacques Anquetil cryptisch toen hij werd ondervraagd over zijn dopinggebruik. Michael Rasmussen begint zijn biografie met het citaat. Het was ook een jungle, waar hij in verzeild was geraakt. Rasmussen was profwielrenner in een tijd waar hotelkamers werden gebruikt voor bloedtransfusies, koeriers tijdens wielerrondes doping kwamen brengen en de politie elk moment het teamhotel kon binnenvallen.

Uiteindelijk slaagde de missie van Rasmussen niet. Net niet. In de Tour de France van 2007 werd hij door de Raboploeg in gewonnen positie uit de race gehaald, nadat bekend was geworden dat hij had gelogen over zijn verblijfplaatsen voorafgaand de Tour. Om dopingcontroleurs om de tuin te leiden had Rasmussen gezegd dat hij in Mexico zou zijn. In werkelijkheid trainde hij in Italië en Frankrijk, en gebruikte hij grote hoeveelheden doping.

In zijn biografie onthult Rasmussen de geheimen van het gecorrumpeerde profpeloton, zoals Tyler Hamilton en David Millar dat met hun – beter geschreven – boeken voor hem deden. Delen van Gele koorts lekten vorige week al uit. Een aantal explosieve passages vulde dagenlang de Deense kranten. Rasmussen beschrijft bijvoorbeeld hoe hij met andere Deense wielrenners op de Olympische Spelen in 2004 doping gebruikte. De ampul cortison hadden ze in een mp3-speler het olympisch dorp binnengesmokkeld. En hij vertelt dat hij de winnaar van de afgelopen Ronde van Italië, de Canadese renner Ryder Hesjedal, heeft geleerd epo te spuiten. Een dag na de eerste publicaties volgde – tot ontsteltenis van veel wielerfans – de bekentenis van Hesjedal.

Waarom heeft u Hesjedal erbij gelapt?

„Ik wilde het verhaal zo compleet mogelijk maken. Alles vertellen wat ik heb meegemaakt. Ik vond dat ik Hesjedal en de anderen moest noemen om te illustreren dat het dopingprobleem niet beperkt is tot een persoon. Het gaat om een alomvattende cultuur.”

Wat dacht u toen Hesjedal bekende?

„Ik was opgelucht. Omdat zijn bekentenis mijn geloofwaardigheid bevestigde.”

Bent u bang dat mensen u niet geloofwaardig vinden?

„Er is heel vaak gezegd dat ik niet te vertrouwen ben, omdat ik lang over mijn dopinggebruik heb gelogen. Het wordt nog steeds gezegd, ook door journalisten. Maar mijn leugens over doping moet je in hun context zien. Het lijkt me duidelijk dat je als wielrenner niet eerlijk over doping kunt spreken. Dan ben je direct je baan kwijt.”

Uw biografie staat vol conflicten. Zo vocht u een jarenlange vete uit met de directeur van de Deense wielerbond. Uiteindelijk was het diezelfde directeur die tijdens de Tour bekendmaakte dat u een aantal dopingcontroles had gemist. Daarna was de jacht geopend.

„Ik ben een heel slechte politicus geweest. En ik heb weinig compromissen gesloten. Dat heb ik nooit gedaan. Toen een leraar op de middelbare school zei dat mijn fiets niet mee mocht naar het schoolkamp, bleef ik thuis. Ik heb aan dit boek gewerkt zoals ik wielrende. Zonder compromissen, voor de volle honderd procent.”

Als topsporter moet je egoïstisch zijn, zegt u. Maar u liet uw schoonmoeder doping smokkelen en vroeg de nietsvermoedende mountainbiker Whitney Richards een schoenendoos vol doping mee te nemen naar Italië.

„Ik hou van winnen. De extreme wil om iets buitengewoons te doen, zorgt er volgens mij voor dat mensen uitblinken. Dat is van fundamenteel belang als je wilt presteren in de topsport. Als je die drive niet hebt, is het een hobby. Maar mijn drive zorgde er wel voor dat ik een tunnelvisie kreeg. Ik negeerde alle stoptekens. In die tijd overstemden mijn ambities mijn rationaliteit. De gevoelens van andere mensen deden er niet toe. Daar heb ik ontzettend spijt van.”

U wilde zelfs uw prestaties verbeteren door een transfusie met het bloed van uw vader te ondergaan.

„Dat was een voorstel van Geert Leinders, de arts van de Rabobankploeg. Leinders heeft ook bloed bij mijn vader afgenomen om het te onderzoeken. Vlak daarna maakte de internationale wielerunie bekend dat transfusies met het bloed van anderen opgespoord konden worden. Toen hebben we het afgeblazen. In de Tour van 2004 heb ik vervolgens mijn eigen bloed gebruikt. Dat had ik zelf afgetapt en thuis in de koelkast bewaard.”

Toen u door Rabobank uit de Tour was gehaald, heeft u overwogen zelfmoord te plegen. Andere mensen zouden zeggen: het is maar een sportwedstrijd.

„Die mensen zullen de Tour nooit winnen. Bovendien is de kans klein dat zij, net als ik, 25 jaar lang aan één doel hebben gewerkt. Toen ik mijn droom had gerealiseerd, werd hij mij afgepakt. In de Tour van 2007 was ik de beste. In de etappe naar de Aubisque had ik mijn concurrent Alberto Contador definitief verslagen. In feite had ik de Tour gewonnen. Maar twee uur later werd ik eruit gegooid, zonder goede reden. Ik fietste in een team waar al 17 jaar lang georganiseerd doping werd gebruikt. En dan werd ik ontslagen omdat ik had gezegd dat ik in Mexico was. Ik kon het niet geloven. Ik voelde me verraden. Volkomen hulpeloos. Toen ik de volgende dag naar huis werd gevlogen, heb ik er zelfs over gedacht om het vliegtuigje van de Rabobank neer te laten storten. Uit wraak.”

Uw co-auteur, Klaus Wivel, schrijft in het voorwoord dat u slachtoffer bent van het feit dat van topsporters een bijzonder hoge moraal wordt verwacht. Terwijl u gewoon de snelste wilde zijn.

„In de topsport geldt maar een regel: citius, altius, fortius. Sneller, hoger, sterker. Maar het ideaal is de olympische gedachte. Fair play, vriendschap, meedoen is belangrijker dan winnen. Dat soort dingen. Als je je als profsporter daaraan houdt, is je carrière heel snel voorbij. Het grote probleem is dat de praktijk in de topsport niet strookt met de verwachtingen van de maatschappij. Dat kun je alleen niet uitleggen, want dan ben je je baan kwijt.”

U heeft bijzonder veel doping gebruikt. Bent u nooit bang geweest voor uw gezondheid?

„Ik ben in wedstrijden met honderd kilometer per uur de berg af gereden. Zonder helm. Daar dacht ik ook niet over na. Die tweehonderd gram plastic hadden overigens niets uitgemaakt als ik de afgrond in was gestort.

„Sporters sterven door doping, dat klinkt lekker dramatisch. Maar ik ken geen enkele wielrenner die is overleden aan de gevolgen van doping. Ik ken wel renners die zijn gestorven als gevolg van de acties van de antidopingbeweging. Marco Pantani bijvoorbeeld.”

Hoe bedoelt u dat?

„Pantani is mentaal kapot gegaan aan de heksenjacht op dopinggebruikers. De Franse mountainbiker Christophe Dupouey ging er ook aan onderdoor. Hij heeft zichzelf opgehangen. Alberto León, de rechterhand van [de Spaanse dopingarts] Fuentes, ook. Jobie Dajka, de baanwielrenner uit Australië. Je zou kunnen zeggen dat het de antidopingbeweging is die slachtoffers maakt.”

Maar doping is verboden, ze hadden ook niet kunnen gebruiken.

„Dan zouden ze geen topsporter zijn geworden.”

In uw boek zegt u dat u zich in dezelfde situatie bevond. En dat u koos voor het systeem. Waarom heeft u niet geprobeerd het systeem te veranderen?

„Dat is niet realistisch. Ik was jong, wilde prof worden. Probeer je dan de wereld te veranderen waar je al jarenlang deel van wilt uitmaken? Of accepteer je de regels? Ik deed het laatste. En wie zou er toen naar mij hebben geluisterd?”

Maar toch. Wie doping gebruikt, speelt vals. En bovendien kon u dure doping betalen, en de knechten in uw ploeg niet.

„Sport is niet eerlijk. Een bokser van 1 meter 90 heeft soms een tegenstander die 2 meter 18 lang is. Is dat eerlijk? Niet iedereen kan hoogspringer worden. Dat is ook niet eerlijk. Of neem Tiger Woods. Die heeft zijn ogen laten laseren, waardoor hij veel scherper ziet dan andere mensen. Dat komt goed van pas bij het golfen, denk ik zo. Is dat geen doping?”

Alles maar vrijgeven dus?

„Nee, want dan vallen er wél doden door doping. Er moeten wel regels zijn, er moeten lijnen zijn die het speelveld aangeven.”

Grappig dat u dat zegt. U heeft er alles aan gedaan om de regels te ontduiken.

„Ik gebruikte gewoon het hele speelveld. 2007 was trouwens het enige jaar dat ik geen achterstand had ten opzichte van mijn concurrenten.”

In juni verloor u de rechtszaak tegen de voormalige Raboploeg. Volgens het hof was u terecht ontslagen, omdat u zelf verantwoordelijk was voor uw leugens. Maar u gaat in cassatie. Waarom?

„Omdat ik het absurd vind dat ik ben ontslagen. Bij Rabobank, mijn werkgever, werd georganiseerd doping gebruikt. Leinders, die ook een van de directeuren van het team was, voerde bloedtransfusies uit. ’s Avonds werden er testosteronpillen uitgedeeld en de epo werd tijdens de Tour in de bus verstopt. De artsen schreven onder valse voorwendselen recepten voor cortisonen uit. Ze hebben me zelfs geholpen dopingcontroles te ontlopen.”

U bent een controlfreak. Hoe vond u het om afhankelijk te zijn van bijvoorbeeld de Weense bloedbank HumanPlasma?

„Dat vond ik bijzonder moeilijk. Daarom heb ik ook, toen HumanPlasma ermee ophield, samen met Stefan Matschiner [de Oostenrijkse oud-atleet en dopingdealer]en twee andere sporters de bloedmachines overgenomen. Zodat ik het weer zelf in de hand had. Maar Matschiner kon zich niet beheersen. Hij wist dat hij goud in handen had, wilde wat extra verdienen. Uiteindelijk werd daardoor alles ontdekt. En wie had kunnen bedenken dat Oostenrijkse skiërs zich voor de transfusies bij HumanPlasma zouden verzamelen in de McDonald’s tegenover de bloedbank? In hun teamkleding! Diezelfde skiërs lieten op de Spelen in Turijn hun lege bloedzakken in hun appartement slingeren. Dat was de reden dat HumanPlasma werd opgerold. Erg frustrerend.”

U werkt nu voor de Deense wielerploeg Christina Watches. U vertelt dat u tegen de renners zegt dat ze van de doping af moeten blijven. Dat geloof ik niet.

„Ik ben het beste voorbeeld van wat er met je gebeurt. Je kunt denken dat je de slimste bent en overal rekening mee hebt gehouden. Maar vroeg of laat zal de waarheid je achterhalen. En dan zijn de consequenties voor jou.”

U heeft wel een mooie carrière gehad.

„En zes hele nare jaren erna. Ik heb de gevolgen onder ogen moeten zien. Net als Lance Armstrong nu. Geloof me: Lance voelt zich helemaal niet lekker. Ik ben niet een of andere moralist, ik snap de verleidingen. Juist daarom ben ik de beste om ze te waarschuwen. Natuurlijk wordt er nu doping gebruikt die niet op te sporen is. Maar de sport wordt schoner. De cultuur verandert. Tegenwoordig kun je clean winnen.”

Dat zegt u omdat u dat móét zeggen.

„Ik ben publiekelijk gevierendeeld. In stukken gehakt in de pers. Stel je eens voor dat er over vijf jaar een renner naar buiten treedt die zegt dat ik hem aan de doping heb geholpen. Of dat ik een bloedmachine voor hem heb gekocht. Wat denk je dat er dan gebeurt? Dan is het afgelopen.”

Michael Rasmussen: Gele koorts. Uitgeverij De Geus, 320 blz. € 19,95