‘Ik bestrijd het banale met schoonheid’

Jannie Regnerus (42) is kunstenaar en schrijver. Onlangs verscheen haar tweede roman Het Lam.

Foto Maurice Boyer

Verwevenheid

„Ik voel me evenzeer kunstenaar als schrijver, maar ik ben het zelden tegelijk. Ik werk óf aan een kunstwerk, óf aan een boek. Toch is er veel kruisbestuiving tussen beide. In het provinciehuis in Leeuwarden staat een sculptuur van mij, een witmarmeren beeld: Wolkenman. Hij kijkt naar het plafond, waarop een bewakingscamera rechtstreekse beelden van de wolken buiten projecteert. De Wolkenman houdt het grote plan in de gaten. Dit kunstwerk is ontsproten aan een fragment in mijn roman De Ent, waarin de vader iedere avond de lucht leest.”

Erfenis

„Zintuiglijk. Zo zou ik mijn jeugd in Friesland, net achter de dijk, omschrijven. Ik voel in gedachten nog hoe ik met mijn handen over de graanhalmen streek, me verstopte tussen de warme koeienlijven op stal. Ook nu ik al jaren in de stad woon, is contact met de natuur een behoefte gebleven. Laatst met die extreme storm ben ik naar zee gefietst, het helpt me dingen te relativeren. Verder gebeurde er niet zoveel in Friesland. Ik had een enorme opgespaarde levenshonger, wilde kunst en theater zien, me ontwikkelen. Zodra ik de moed had, ben ik naar de kunstacademie gegaan.”

Verbeelding

„Alles beklijft in mij als een beeld. Als kind vond ik dat normaal, later ontdekte ik dat niet iedereen de afdruk van een herfstblad op een stoeptegel waarneemt. Een Japanse vriend op de academie noemde mijn werk Japans, nog voor ik er geweest was. Het had mono no aware, zei hij, oog voor de kleine dingen die de ziel beroeren. In Japan herkende ik het fijnzinnige gevoel voor schoonheid, licht, de natuur. Ik heb er prachtige rituelen ervaren, voor orchideeën, voor vuurvliegjes. Ik ben te nuchter om alles een ziel toe te dichten, zoals veel Japanners doen, maar zo kijk ik wel naar de wereld om me heen.”

Inspiratie

„Tijdens mijn verblijf in Mongolië en Japan wilde ik het leven om me heen vastleggen, tegen het vergeten in. Zo ben ik gaan schrijven. Gaandeweg ontdekte ik dat ik niet per se een exotisch onderwerp nodig heb, het bijzondere in het alledaagse zien is genoeg. Ook in mijn romans zijn de uitgangspunten autobiografisch, maar verrijkt met verbeelding, taal en symboliek. Ik bestrijd het banale met schoonheid. Alles wat in Het Lam door moeder Clarissa heengaat, wordt getoond in beelden. Als ze ’s nachts een moot zalm bakt voor haar doodzieke zoontje, ziet ze haar eigen hart in de pan liggen, druipend van liefde en angst.”

Schok

„Net als Joris in Het Lam werd mijn zoon op vijfjarige leeftijd ernstig ziek. In het boek is zijn moeder Clarissa geobsedeerd door een krantenbericht over een koe, gedumpt door een vrachtvliegtuig, die met zijn val een schip tot zinken heeft gebracht. Precies zo voelde het toen onze zoon ziek bleek. Het gevaar kwam uit onverwachte hoek, viel als een koe uit de hemel. Geluk is een synoniem voor zorgeloosheid, weet ik sindsdien.”

Ervaren

„In mijn fotografie figureer ik meestal zelf. Deels is dat praktisch, veel werk is afhankelijk van het licht, van weersomstandigheden, dat kun je niet inplannen. Bovendien doe ik het met een mate van ernst die ik van een model niet kan verlangen. Neem een foto als Moss. Daarop sta ik met groen geschilderde onderbenen tussen een rij bomen met sokken van felgroen mos, met een verlangen erin op te gaan, erin te verdwijnen. Ik wil voelen wat het is om steeds vanaf dezelfde plek de omgeving te aanschouwen, niets te hoeven, alleen te zijn. Dat is zo persoonlijk, dat ik het wel zelf moet doen.”

Overtuiging

„Ik werk heel solistisch en geconcentreerd. Ik houd me niet bezig met wat een roman of kunstwerk teweeg gaat brengen. Ik doe het voor mezelf, in het geloof dat je steeds beter wordt naarmate je ouder wordt. Pas als het af is, is er die spanning. Niets erger dan werk dat niet gezien wordt. Ik begin binnenkort aan een nieuwe roman. Maar eerst wil ik graag op reis, liefst terug naar Japan, of naar China. Oude vrienden opzoeken en mijn ogen laven. Daarna kan ik weer schrijven.”