Ik ben

mijn werk

Interview

Katinka Simonse (34), kunstenares Tinkebell, werd bekend door van haar kat een tas te maken. Waarom doet ze wat ze doet? „Ik maak niks. Ik laat de werkelijkheid zien.”

tekst Lineke Nieber

foto’s Anais Lopez

Als tiener keek ik naar interviews op televisie omdat ik ervan uitging dat ik dat later als ik beroemd was ook zou moeten doen. Ik lette op technieken en houding. Dat de wereld zou weten wie ik was, was slechts een kwestie van tijd, en daar kon ik me maar beter goed op voorbereiden. (uit: De Duitsers zijn uitgeschakeld, Katinka Simonse)

Katinka Simonse (34) rommelt in een mandje thee. Ze zit in een hoekje van een Amsterdams terras. Maar haar over het hoofd zien is onmogelijk. Ze is van top tot teen roze.

Je was er al jong van overtuigd dat je beroemd zou worden. Bevalt het?

„Helemaal niet. Ik ga naar de bakker om een brood te kopen en krijg er tien meningen bij. Verschrikkelijk!”

En als je iets anders aantrekt?

„Heb ik laatst geprobeerd. Maakt niks uit. Ik kan niet meer terug. Tenminste niet zonder met mijn werk te stoppen. Ik heb bekendheid nodig om mijn verhaal te vertellen. Als er niemand luistert heeft mijn werk geen zin.”

Dat werk, dat kent bijna iedereen. Katinka Simonse, bekend als kunstenares Tinkebell, brak door in 2004, toen ze van haar kat een tas maakte. Het beest was depressief, aldus Tinkebell, ze zou het eigenhandig de nek hebben omgedraaid. Het idee: nu kon ze Pinkeltje voor altijd bij zich dragen. De bedoeling: discussie uitlokken. We dragen toch ook leer van een koe?

Ze werkt volgens een vast principe. Steeds neemt ze een gewoonte als uitgangspunt – dat wat zij „de norm” noemt – en vergroot die dan uit. Wij vinden het normaal om vlees te eten uit de bio-industrie? Tinkebell redt als kunstproject 61 eendagskuikens, maar dreigt die alsnog door de shredder te halen als tentoonstellingsbezoekers de kuikens niet adopteren. Wij vinden het normaal om hamsters in een plastic bal door de huiskamer te laten rollen? Zij doet dat met honderd hamsters tegelijk. Wij vinden het normaal om een hond als accessoire te gebruiken? Zij sleept een dode, aangeklede hond achter zich aan door Beijing. Ze ergert zich aan „vals sentiment”, zegt Katinka. „Mensen die dingen heel erg zielig vinden en dan de realiteit totaal uit het oog verliezen.”

Maar in plaats van debat over dierenleed of voedselverspilling alleen, richt de discussie zich ook steeds op haar: Katinka Simonse wordt al „tien jaar” bedreigd. Van verwensingen tot serieuze doodsbedreigingen. „Je moet me maar eens googelen. Alles heb ik naar mijn hoofd gekregen.”

Bij haar thuis afspreken doet Katinka Simonse daarom met bijna niemand meer. Op haar verzoek zitten we op een terras in de Amsterdamse Baarsjes. Hier voelt ze zich op haar gemak, zegt ze. Een plek waar ze de mensen kent. Waar ze niet opkijken van die roze vlek. Tot voor kort woonde ze hier om de hoek, inmiddels is ze verhuisd naar een goedkoper huis. En naar een plek waar het >> >> veiliger is: Simonse woont in een betonnen kolos en niet meer op de begane grond. „Ik heb de gordijnen weer open.”

Simonse is er niet al te best aan toe, vertelt ze. „Volgens de dokter heb ik al een jaar een burn-out.” Ze is al sinds haar zestiende bezig zich te bewijzen, zegt ze. „Volgens mij is dat wat je als mens aankan. Vijftien jaar rennen en dan val je neer.” Van de dokter moest ze minstens drie maanden vrij nemen. Dat werden twee weken, vorig jaar met Kerst. Ze lacht. „Drie maanden, daar heb ik toch helemaal geen tijd voor?”

Voor haar nieuwste project – de film Save our Children – ging ze een stap verder. Ze liet zich steriliseren. Niet de handeling, maar zij zelf is nu het kunstproject geworden.

Kort gezegd komt het hierop neer: de beschikbare fosfaatvoorraad raakt op. Fosfaat is nodig om kunstmest te maken, cruciaal om de groeiende wereldbevolking te voeden. Als we niet snel iets doen, zegt Simonse, sterven mensen straks van de honger. Om dat probleem onder de aandacht te brengen besloot ze tot de „uiterste consequentie”. We zien Simonse op een ziekenhuisbed een operatiekamer inrollen en haar even later huilend uit haar coma ontwaken. Kinderen krijgen kan niet meer.

Was dat noodzakelijk, die sterilisatie?

„Als ik alleen een documentaire over fosfaat had gemaakt was ik om te beginnen nooit uitgenodigd door Pauw & Witteman. Die weten niet wat fosfaat is. Het interesseert ze ook geen bal. En dan was het onderwerp ook niet in Tweede Kamer besproken en ook niet in de krant. Die sterilisatie is essentieel.”

Je kunt het faken.

„Dat kan niet, ik maak namelijk niks. Ik laat de werkelijkheid zien. De pr-mevrouw van het ziekenhuis belde me van te voren. Ze zei: ‘Je bent nog jong hè? We kunnen dit in scène zetten.’ Maar dat is geen optie voor mij. Ik ben geen acteur.”

Wat is het verschil?

„Dat ik het echt geloof: dat het moet.”

Van wie?

„Dat weet ik niet. Ik weet alleen dat ik wakker word en dan is er een idee dat ik moet uitvoeren. Ik heb dat al zolang als ik me kan herinneren. Iedereen heeft taken in zijn leven en lessen die je moet leren. Dit ligt er voor mij.”

Tinkebell groeide op in Goes, Zeeland. Ze is de oudste van drie kinderen, een zus die later klasseassistent en pianolerares zou worden en een broer die vrachtwagenchauffeur is. Uit de biografie die ze dit jaar publiceerde – die ze een poging noemt „om begrepen te worden” – komt het beeld naar voren van een buitenstaander. Een kind met een kleine woordenschat, dat nog nooit verstoppertje had gedaan, dat geloofde in toverdrank. En als ze een zwarte broek, een gilletje en een witte blouse aantrok, dan was ze een pandabeer.

Je bent op je zestiende gaan rennen, zeg je, om je te bewijzen. Waarvoor?

Na een korte stilte. „Ik dacht vroeger dat ik heel dom was. Mijn vader zei dat ook. Mijn geheugen is bijvoorbeeld heel slecht. Ik heb migraine en daardoor last van zwarte gaten. Het kan heel goed zijn dat ik straks naar huis ga en dan ben ik een deel van dit gesprek kwijt. Of dat ik niet meer weet dat ik iemand heb ontmoet. Mijn huisarts zegt dat ik me daar geen zorgen over moet maken, want mensen die dat hebben, krijgen geen last van alzheimer. Daarnaast kan ik me slecht concentreren. Bij ons thuis werd vroeger nooit verteld hoe dingen werkten. Als kind wist ik echt heel weinig van de wereld.”

Kun je een voorbeeld geven?

„Op de basisschool zat een jongen bij mij in de klas, die heette Benjamin Khallouf. Ik vond dat hij een beetje anders was. Hij danste gek en hij had wel heel veel in de zon gezeten. Ik denk dat ik zeventien was toen ik me realiseerde dat ik een Marokkaan kende. Niet dat het erg is, maar ik had géén idee gewoon. Dat is wereldvreemdheid. Dat iets simpels je nooit is verteld.”

Je zus zegt dat je je als kind niet begrepen voelde. En dat je als Tinkebell invulling aan dat gevoel hebt gegeven.

„Haha, dat heeft ze mooi bedacht. Dat zou wel kunnen ja.”

Jij zag dingen die anderen niet zagen.

„Nee andersom. Ik dacht dat iedereen de dingen zag zoals ik, maar ze handelden er niet naar. Ik weet dat ik het heel erg vond dat mensen batterijen weggooiden. Ik belde dus overal aan en bracht ze naar de batterijenbak.”

Heb je daar last van gehad, die wereldvreemdheid?

„Ja. Ik begreep andere mensen niet. Ik kwam van de mavo en ging verder studeren. Dan kom je tussen mensen met hoogopgeleide ouders. Die krijgen dingen mee. Ik moest woorden opzoeken en ik was nog nooit in een museum geweest. Toen een journalist mij vroeg of ik een geëngageerd kunstenaar was, riep ik: hoe kom je daar bij? Ik had geen flauw idee wat hij daarmee bedoelde.”

En die bewijsdrang, is die er nog steeds?

„Ik heb heel lang gedacht dat er in mijn werk een grote toevalsfactor zat. Dat ik per ongeluk goede dingen bedacht. Toen ik net begon was ik volgens de media en volgens kunstcritici een een aandachtstrekker, en een one trick pony. Ik weet nu dat als iemand me vraagt of ik vanavond iets wil bedenken dat ik dat kan. Dat is ervaring. Ik weet dat ik talent heb.”

Katinka’s moeder werkt op een kinderdagverblijf. Haar vader is meubelmaker. Hij is nooit naar school geweest, het was vanzelfsprekend dat hij in het familiebedrijf aan de slag ging, zegt Simonse. Op zijn zeventiende ontwierp hij een hovercraft, waarmee hij de krant haalde. „Mijn vader was een uitvinder. Altijd knutselen.”

Was hij een voorbeeld?

„Nee totaal niet. Mijn vader was ook niet zo’n leuke man. Ik lijk wel op hem. Mijn slechte eigenschappen zijn rechtstreeks te herleiden tot zijn moeder.”

Wat voor eigenschappen?

„Dat ik heel agressief kan worden. Heel boos. Dat ik me verbaal behoorlijk laat >> >> gelden. Ik ben er zelfs beter in geworden dan mijn vader. De laatste keer dat ik hem sprak heb ik hem verbaal nogal de grond in geboord. Dat was twee jaar geleden op mijn verjaardag. Dat was het einde.”

Wat heb je gezegd?

„Ik heb hem gezegd dat je meer moet doen dan je zaad ergens achterlaten om een vader te zijn. En dat zelfreflectie iets is wat hem zou passen. Toen werd-ie boos dat ik het woord zelfreflectie gebruikte. Hij houdt niet van moeilijke woorden. Toen heb ik de betekenis nog maar eens voor hem uitgespeld. De rollen waren omgedraaid. Ik denk dat we dat allebei wisten.”

Katinka Simonse moest vlees eten van haar vader. Hij deed „het spelletje” stikken of slikken. Dan hield hij zijn hand voor haar mond en moest ze wel slikken. Als hij uit zijn werk kwam, moest iedereen de woonkamer uit. Simonse bleef als enige zitten, zocht de confrontatie op. Op haar zestiende – vlak voor ze op kamers ging – stond ze op de wachtlijst voor een pleeggezin. „Je hebt geen veilige basis als kind.”

Twijfelde je daarom zelf over kinderen?

„Ja, daar heb ik zeker over nagedacht. Ik lijk op mijn vader en hij weer op zijn moeder. Ik wil geen kinderen op de wereld zetten die ook die eigenschappen met zich meedragen. En ik zou ook niet op zijn manier met kinderen om willen gaan.”

Volgens je zus ben je een geweldige tante.

„Ik denk ook wel dat ik het inmiddels zou kunnen, kinderen opvoeden. Maar ik zou het onverantwoord vinden, want mijn werk is het allerbelangrijkste. En een kind verdient het om het allerbelangrijkste te zijn. Dan kan ik mijn werk dus niet meer doen.”

Om dezelfde reden liep je huwelijk stuk.

„Ik kan ook geen partner hebben. Daar is helemaal geen ruimte voor. Echt niet. In een relatie word je altijd afgezwakt in wie je bent. Je neemt dingen over en je gaat naar elkaar leven. Ik kan het me niet permitteren om afgezwakt te worden. Dat wil ik ook niet.”

Zou je zonder je werk kunnen?

„Nee dat kan niet. Ik ben mijn werk.”

Bij het afscheid vertelt Simonse dat ze nog een rondje gaat maken door de buurt. Ze is haar kat kwijt. Ieniemienie is zestien en verdwenen, waarschijnlijk van het balkon gevallen. Misschien denkt ze, is Ienieminie wel teruggelopen naar haar oude woning. Of ze geen briefjes op gaat hangen, vraag ik haar. „Ken je dat verhaal van Tracy Emin?” Een beroemde Britse kunstenares die onder andere haar eigen bed tentoonstelde. „Die was ook haar kat kwijt. Ze had briefjes opgehangen en toen hebben mensen die verzameld en voor heel veel geld geveild. Ik dacht: daar heb ik even geen zin in.” <<