Hoe past de dood van je kind in de rest van je leven?

In de rubriek ‘Het nabestaan’ praten mensen over verlies, rouw en hoe het leven verder gaat. Daaronder staat een necrologie van een niet per se bekende persoon.

(Boven) „Deze zomer op Terschelling groeide het idee een gespreksgroep met lotgenoten te beginnen.” (Onder) „Deel van de herinneringsplek voor Merel in mijn huis.”

„Merel heeft op 10 mei 2012 zelf een einde gemaakt aan haar leven. Ik lees liever niet in de krant terug hoe zij daartoe is gekomen en hoe zij dat heeft gedaan. Ik wil haar integriteit beschermen, nu zij niet meer voor zichzelf kan opkomen.

„Mijn leven is die 10de mei helemaal opnieuw begonnen. Want hoe is dat: op je 52-ste je enige kind verliezen? Het voelt als lopen op de puinhopen van je eigen bestaan.

„Niets is meer vanzelfsprekend. Wanhoop, verdriet, pijn, verwarring – ik zat opeens in een achtbaan van emoties. Met ook schaamte. ‘Ik heb gefaald als vader.’ Want wat is je voornaamste taak als ouder? Je kind veiligheid en bescherming bieden.

„Schuldgevoel. ‘Als ik tóen, dit had gedaan, dan zou zij dat, en dan ...’ Maar ik had dat niet gedaan, niet goed ingeschat.

„En naast dat alles toch ook: bijzondere momenten, waarin ik Merels aanwezigheid sterk bleef voelen, soms als een ervaring van intense rust. Het overkwam me, bijvoorbeeld, enkele dagen na haar dood. Ze woonde hier tweehonderd meter vandaan. Ik wilde even naar haar huis, om de post op te halen. Mijn vriendin en ik kwamen haar woonkamer binnen en hadden ter plekke dezelfde beleving: de muren waren er witter dan wit, er kwam opeens een intense rust over ons. We zijn twintig minuten zwijgend in haar kamer geweest. Merels energie was er nog. Positieve energie. Het was een rust die zij zelf in haar laatste maanden zo gemist heeft.

„Ze is in de wijk begraven, 250 meter hier vandaan. Mijn huis, haar huis, haar graf: de eerste weken na haar dood vormden ze een driehoek waarbuiten ik me niet wilde begeven. In haar huis las ik in haar dagboeken: pijnlijk, maar ook goed, en nodig om beter te kunnen begrijpen waarom ze niet verder kon leven. Soms was ik een hele middag op en rondom de begraafplaats. Het leek alsof de tijd niet bestond: ik zat er, ik liep er, ik raakte er in gesprek met mensen – en ongemerkt was het uren later.

„In augustus zijn mijn vriendin en ik met vakantie naar Ierland gegaan. We hadden drie goede weken. Met Merel was ik ook vijf, zes keer op vakantie in Ierland geweest. We gingen naar plekken die ik met haar bezocht had. Ze reisde met ons mee – zo voelde ik dat, ze was erbij als het vrolijke en energieke en creatieve kind dat ze ook geweest is.

„In september, bij het begin van het nieuwe studiejaar, ben ik langzaamaan weer aan het werk gegaan. Ik ben geweldig gesteund door mijn collega’s. Ze gaven me alle ruimte mijn weg terug te zoeken.

„Aan de ene kant is dat fijn. Het kost zoveel tijd, zoveel energie om de 40 miljoen gedachten, met alle verschillende emoties, te ondergaan die dagelijks door je heen schieten. Aan de andere kant voelde ik dat het, naarmate de tijd verstreek, niet makkelijker werd om op de been te blijven. Integendeel. Ik ging Merel steeds méér missen, in plaats van minder.

„Logisch wel: hoe langer ze ‘weg’ was, hoe meer ik terugverlangde naar haar aanwezigheid en gezelschap. Tegelijk wilde ik mijn vriendin, mijn familie, vrienden, collega’s niet voortdurend belasten met mijn verhaal, mijn verdriet, mijn wanhoop.

„Ik las boeken van schrijvers die een kind hebben verloren. Enkele dagen na de dood van Merel ben ik naar de winkel gegaan om Tonio van A.F.Th. van der Heijden te kopen. Vlak na Merels begrafenis had ik het al uitgelezen: zo herkenbaar, zo troostend.

„Zo zijn er meer boeken op mijn pad gekomen die me houvast gaven. Zoals Het Boek Job van Roek Lips. Ik herkende bij hem dat ik altijd vader van mijn kind zal blijven. En het besef dat ik in contact met haar kan blijven, ook al is zij nu ‘ergens aan de andere kant’. Ik voelde haar energetische aanwezigheid, meteen na haar overlijden al: als er iets met haar gebeurde, ‘daar’, dan gebeurde er tegelijk iets met mij, ‘hier’.

„De verbinding tussen ons is niet verbroken. Die bestaat nog, maar anders. Het is een zoektocht om de dimensie te vinden waarin wij elkaar kunnen treffen.

„Dergelijke gedachten helpen mij zoiets als ‘rouw’ beter te doorgronden. Ik zie het niet meer als een fase die begrensd is in de tijd en waar je doorheen moet. Het is een periode waarin je zoekt naar het maken van nieuw, ander contact. Hetzelfde geldt voor het woord ‘verwerken’. Het is geen kwestie van ‘je verdriet laten zakken’: van je hoofd naar je hart en dan weg via je tenen. Het is: hoe integreer je de dood van je kind als een vast deel in je verdere leven, als iets dat je altijd met je zult meedragen?

„Zo kon ik mijn schuldgevoel over Merels dood langzaamaan in een ander perspectief zien. Een belangrijk moment daarbij was een gesprek met een goeie vriendin. Zij vertelde over mentale problemen die ze zelf heeft gehad. Ik zei: ‘Dat herken ik uit de dagboeken van Merel’. Toen antwoordde ze: ‘Zie je wel dat Merel ook een heel leven van zichzelf heeft gehad?’

„Op dat moment ging bij mij een licht op. Tot dusver had ik Merel vooral gezien in relatie tot mijzelf: alsof ik haar leven had gestuurd en haar niet had kunnen redden. Opeens begreep ik beter dat zij zélf een sterke individu was die haar eigen weg volgde en zelf keuzes maakte.

„Dit inzicht gaf me twee polen in mijn emoties. Met enerzijds dat intense verdriet. En anderzijds ook wel weer wat ruimte mijn eigen leven weer op te bouwen.

„Nu zit ik in een fase van integratie van beide polen. Gesprekken met mijn vriendin en twee goeie vrienden in Ierland hebben me ertoe gebracht zelf een gespreksgroep op te zetten, met ouders die ook een kind hebben verloren. Vorige maand zijn we voor het eerst bijeen geweest, met z’n vijven. Volgende keer zijn we met z’n zevenen.

„We hebben afgesproken dat we elkaar minimaal een maal per maand treffen. We gaan praten aan de hand van een boek, een film, een muziekstuk. De eerste bijeenkomst was een bijzondere ervaring. Je ervaart meteen zo’n saamhorigheid met mensen die je niet eerder hebt ontmoet. Je geeft elkaar nieuwe woorden en nieuwe inzichten om je verdriet met je te kunnen meedragen. Mij helpt dat enorm en ik hoop dat het hen ook helpt.”

Gijsbert van Es

Meer over de gespreksgroep: zie www.rouwgesprekken.nl Reacties via nrc.nl/hetnabestaan Twitter: #nrc #hetnabestaan