Het hele stelsel van gefinancierde rechtsbijstand staat op omvallen

Soms vraag je je af of de toegang tot de rechter niet te makkelijk is. Eind september verwierp de Centrale Raad van Beroep, de hoogste instantie in het sociale zekerheidsrecht, de eis van een chronische patiënt die extra geld voor een alternatieve dagbesteding wilde hebben. Zij vroeg 300 euro per maand bijzondere bijstand om dagelijks in het Utrechtse café Marktzicht uit te kunnen geven.

De vrouw was naar eigen zeggen niet langer bestand tegen de confrontatie met (andere) chronisch psychiatrische patiënten in de reguliere dagopvang. De vrienden en kennissen daar pleegden namelijk nogal eens zelfmoord. In café Marktzicht was dat veel minder gebruikelijk en dus was zij haar dagen daar gaan doorbrengen. Haar psychiater vertelde de rechter dat zij dagelijks „een vaste structuur en vertrouwde prikkels nodig heeft van mensen die zij kent”. De dokter vond haar ook te jong voor het alternatief, de geriatrische dagopvang. Waar de mensen trouwens ook niet erg lang leven, voeg ik er maar aan toe. De rechter wees vorige maand haar eis af, niet geheel onverwacht. Een dagbesteding en een sociaal netwerk behoren tot de algemene noodzakelijke kosten van het bestaan. Dat zijn gewone uitgaven die ook zij moest betalen uit haar reguliere uitkering.

Was dit nu wel een zaak waar gefinancierde rechtsbijstand voor verstrekt had moeten worden? Voor de patiënte, die al twintig jaar aan een ‘schizoaffectieve stoornis’ lijdt en volledig afhankelijk van een uitkering is, was dit ongetwijfeld een serieuze kwestie. Zij en haar advocaat zullen deze zaak oprecht hebben bepleit. Extra bijstand is wettelijk een mogelijkheid voor bijzondere uitgaven. En café Marktzicht is niet gratis. Maar ik heb toch twijfels. Je kunt zo’n proces zien als een bijverschijnsel van de verzorgingsstaat, waar onrealistische verwachtingen bij burgers kunnen groeien. En waar het voor advocaten loont om er in mee te gaan. Dat komt vaker voor. Onlangs werd in hoogste instantie nog extra bijstand geweigerd aan een vrouw die haar beha’s bij de gemeente declareerde met als argument dat mannen die niet van hun uitkering hoeven te kopen. En zij wel: rechtsongelijkheid dus. Juridisch best een leuke vraag, maar moet de belastingbetaler het antwoord financieren?

Vorige week was er een hoorzitting in de Kamer over de plannen om het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand verder in te krimpen. De Orde van Advocaten rekende bezorgd voor dat de gesubsidieerde rechtsbijstand met een derde zal afnemen. Dat zou 6 miljoen Nederlanders kunnen treffen. Gehele rechtsgebieden worden straks uitgezonderd: consumentengeschillen, huurconflicten, echtscheiding op gezamenlijk verzoek (zonder kinderen). Ook gaat het uurtarief omlaag. En er komt een strengere inhoudelijke toetsing vooraf. Ruwweg verandert het systeem van toekenning van ‘ja, tenzij het wettelijk is uitgesloten’ naar ‘nee, mits noodzakelijk’.

In het Kamerzaaltje vochten die ochtend bitterheid en teleurstelling om voorrang. Het einde van een tijdperk, de gratis sociale rechtshulp lijkt in zicht. Het hele stelsel van de gefinancierde rechtsbijstand staat op omvallen, concludeerde ik. Het advies van de Raad van State was negatief: terug naar de tekentafel en opnieuw doordenken. Nu dreigen allerlei onvoorspelbare effecten. De eigen bijdragen gingen al omhoog, net als griffierechten, waardoor ‘een moeilijk te nemen drempel’ voor de rechter ontstaat voor de minst draagkrachtigen. Eigen bijdragen variëren straks van 193 tot 811 euro. De grens is bereikt, zo niet overschreden. Wie zijn uitkering kwijt raakt, heeft 193 euro nodig om bezwaar te maken.

De echte vraag dringt zich op: hoe wil de rechtsstaat toegang tot de rechter voor de laagst betaalden in stand houden? Dit plan, aldus de Raad van State, leidt tot een sanering onder rechthulpverleners, mogelijk een kwart minder rechtzaken in 2016 namens deze groep en dus ook de uitsluiting van deze burgers. Terwijl toegang tot de rechter een burgerrecht is, waar Nederland voor tekende.

Eerder hees de vreemdelingenadvocatuur de stormbal. Per 1 oktober zijn de vergoedingen daar teruggebracht tot een kwart van het oorspronkelijke tarief. Twee grote kantoren in Amsterdam zagen zich gedwongen hun vreemdelingenpraktijk te sluiten. De scheidende Amsterdamse deken Germ Kemper schreef dat er ‘op korte termijn’ geen enkele advocaat meer zal zijn die vreemdelingenprocedures „zal kunnen of willen aannemen”. Ook een manier om vreemdelingen weg te pesten, zo zeggen advocaten in deze branche bitter. Via de achterdeur.

De enige optimisten die ochtend waren de sprekers uit de wereld van de verzekeraars. Zij beschreven de rechtshulp door advocaten als licht verkalkt: overgereguleerd, want grotendeels in handen van beschermde advocaten. En ouderwets, want vooral volgens het advies-op-kantoor model en veel te weinig internet toegankelijk. Laat meer aanbieders toe op de markt, bevorder digitalisering, vereenvoudig het procesrecht, organiseer meer laagdrempelige alternatieven (geschillencommissies, bemiddeling, arbitrage). Maar vooral: spreek die dogmatisch advocaten nu eens tegen die al jaren beweren dat er maar één waarborg voor kwaliteit is en dat zijn de onafhankelijke advocaten zelve. Dat is al lang niet meer waar. Er zijn werkbare alternatieven.

Er is vast veel op verzekeraars aan te merken, maar zij zagen tenminste kansen. Zij willen de markt vernieuwen, de zaken anders aanpakken en samen iets ondernemen. De advocatuur is in de ontkennende fase. Maandag gaan 150 strafadvocaten staken. Natuurlijk, als de overheid je arresteert en opsluit moet er acute hulp zijn. Ook als je die niet kan betalen. Maar laat het nou niet bij de versleten klacht dat het kabinet de ‘bijl aan de wortel’ van de rechtsstaat zet.